Archiefdocument
Origineel
2 juli 1940 Nº 72/60/M.1940 3/7 [rechtsboven:] Amsterdam, 2-7-'40
[notitie in potlood:] ni. Sturg [?]
Zeer Geachte Heer.
Naar aanleiding van mijn verzoek
aan Uwo gedaan uit verleden week
Woensdag, kan ik U berichten dat
er nog geen verandering in gekomen is
aan het innemen van een standplaats
op het Hugo de Grootplein voor mijn
plaats.
Wel is verleden week Donderdag
een controleur in burger geweest, juist
dat er geen stond, maar Woensdag
stonden ze er van 6 tot 8 uur, Vrijdag van
7 tot 8 uur, Zaterdag van 4 tot 10 uur
Maandag 10 tot 1 uur en Dinsdag
10,30 tot 1 uur en van 4 tot 8 uur zonder
dat ze ook maar éénmaal hebben hoef
moeten oprijden.
Het is niet mijn gewoonte iemand
lastig te vallen met mijn klachten en
rechten, maar nu ben ik wel genoodzaakt
daar ik anders tenonder ga.
Uit dienst gegaan en begonnen met
geleend geld op een andere standplaats
die ik genomen heb om verder ongenoegen
te voorkomen en nu niet in staat door * Toon en Stijl: De brief is geschreven in een beleefde maar dwingende en wanhopige toon. De schrijver hanteert de formele aanspreekvorm ("Zeer Geachte Heer", "Uwo"), maar de spelling is soms fonetisch of archaïsch (zoals "Uwo", "tenonder", "eenmaal hebben hoef moeten").
* Kern van het beklag: De schrijver heeft een week eerder een verzoek ingediend betreffende een standplaats op het Hugo de Grootplein. De klacht is dat de standplaats onrechtmatig bezet wordt door anderen. Hoewel er een controleur in burger is langsgekomen op een moment dat er niemand stond (donderdag), geeft de schrijver een gedetailleerd overzicht van tijden waarop de plek wel bezet was zonder dat de autoriteiten ingrepen ("oprijden").
* Persoonlijke omstandigheden: De schrijver verkeert in een precaire financiële situatie. Hij/zij is "uit dienst gegaan" (ontslag genomen of gekregen) en is met "geleend geld" een nieuwe onderneming gestart op een andere plek om conflicten te vermijden. De schrijver stelt expliciet dat hij/zij "tenonder" gaat als er geen oplossing komt.
* Fysieke staat: De brief lijkt aan de onderzijde afgebroken te zijn; de zin eindigt midden in een argument, wat suggereert dat er een tweede pagina was. * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 2 juli 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de oorlog niet direct wordt genoemd, weerspiegelt de brief de economische onzekerheid en de strikte regelgeving in de publieke ruimte van die tijd.
* Locatie: Het Hugo de Grootplein in Amsterdam-West was (en is) een levendig plein. In die tijd was het een belangrijke plek voor marktkooplui en kleinschalige handel.
* Bureaucratie: Het document toont de werkwijze van de gemeentelijke handhaving ("controleur in burger") en de afhankelijkheid van burgers van officiële vergunningen en standplaatsen voor hun dagelijks brood. De referentienummers bovenin duiden op een officiële administratieve verwerking door de gemeente of politie. Politie