Doorslag van een officiële brief (typefout-correcties zichtbaar).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (typefout-correcties zichtbaar). 23 mei 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen-administratie van de Gemeente Amsterdam). Den Heer H. Brander, Zwanenburgwal 66 hs., Amsterdam-C. [Bovenaan rechts, handgeschreven:] Rew. M. de Boer
[Midden boven, links:] DV.
[Midden boven, midden, handgeschreven:] extra
[Linksboven:] 90/25/19 M.
[Rechtsboven:] 23 Mei 1940.
den Heer H. Brander,
Zwanenburgwal 66 hs.,
Amsterdam-C.
Wijk 3.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 3 Mei jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Mosplein
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw broer E. Brander.
De Directeur, In deze brief verleent de directeur van een Amsterdamse instantie (waarschijnlijk het Marktwezen) toestemming aan de heer Hartog Brander om hulp te krijgen op zijn marktplaats. De belangrijkste punten zijn:
* Locatie: De marktplaats bevindt zich op het Mosplein in Amsterdam-Noord.
* Voorwaarde: De broer (E. Brander) mag alleen bijstaan, niet de plek volledig vervangen. Dit duidt op strenge regels omtrent de persoonlijke exploitatie van marktplaatsen.
* Geldigheid: De toestemming geldt "tot wederopzegging", wat betekent dat de overheid het recht behoudt de toestemming op elk moment in te trekken.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gangbare spelling ("hierby", "bystaan") en een formele ambtelijke toon. De datum van de brief, 23 mei 1940, is zeer opmerkelijk. Dit is slechts acht dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. De brief toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in de eerste dagen van de bezetting gewoon doordraaide, zelfs voor relatief kleine zaken als assistentie op de markt.
De geadresseerde, H. Brander op de Zwanenburgwal 66, betreft Hartog Brander (geboren in 1891), een Joodse koopman. De Zwanenburgwal lag in het hart van de Amsterdamse Joodse buurt. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Hartog Brander en zijn broer Ephraïm (de "E. Brander" uit de brief) de Holocaust niet hebben overleefd; zij werden in respectievelijk 1942 en 1943 vermoord. Dit document is daarmee een tragisch getuigenis van een alledaags officieel proces vlak voordat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de levens van deze mannen volledig zouden ontwrichten. C. Gemeente Amsterdam Marktwezen