Archief 745
Inventaris 745-339
Pagina 320
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of kopie).

26 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: Den Heer E. Polak, Kerkstraat 417 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 4).

Origineel

Getypte brief (doorslag of kopie). 26 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer E. Polak, Kerkstraat 417 II, Amsterdam-Centrum (Wijk 4). [Linksboven, getypt:]
VD/HG.
90/36/2 M.

[Rechtsboven, handgeschreven:]
W. de Boer
Verzonden 26/6

[Rechts, getypt:]
26 Juni 1940.

den Heer E. Polak,
Kerkstraat 417 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 Mei jl. ver-
leen ik U hierbij voor ten hoogste drie maanden na dato
dezes toestemming zich op Uw plaats op de markt Mosplein
tot 1 uur n.m. te laten vervangen door Uw zoon I. Polak,
geboren 21 Mei 1915. Tevens verleen ik U hierbij tot weder-
opzegging toestemming zich des avonds van 6 uur af te laten
assisteeren - niet vervangen - door Uw zoon M. Polak, geboren
9 Augustus 1913.

 De Directeur, Deze brief is een officiële beschikking van de gemeente Amsterdam aan de heer E. Polak. De kern van het document betreft de exploitatie van een marktplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord).

Er worden twee specifieke toestemmingen verleend:
1. Vervanging: Zijn zoon I. Polak (25 jaar) mag hem gedurende maximaal drie maanden tot 13:00 uur 's middags vervangen.
2. Assistentie: Zijn zoon M. Polak (26 jaar) mag hem vanaf 18:00 uur 's avonds assisteren (met de nadrukkelijke kanttekening dat dit geen volledige vervanging mag zijn).

De brief illustreert de strikte regulering van de marktsector in Amsterdam, waarbij zelfs voor de hulp van familieleden officiële schriftelijke toestemming nodig was. De datum van de brief, 26 juni 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment net ruim een maand bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt, krijgt de naam "Polak" in deze periode een beladen betekenis.

De familie Polak was een bekende Joodse naam in Amsterdam. In de eerste maanden van de bezetting functioneerde het ambtenarenapparaat grotendeels door zoals voorheen. Echter, kort na deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen in hevigheid toenemen. Joodse markthandelaren werden uiteindelijk gedwongen hun nering op reguliere markten zoals het Mosplein te staken en mochten alleen nog op aangewezen "Joodse markten" staan, voordat de grootschalige deportaties begonnen.

Dit document legt een moment vast waarop het dagelijks leven en de bureaucreatie nog hun normale gang lijken te gaan, vlak voordat de uitsluiting van de Joodse bevolking uit het openbare economische leven volledig zou worden doorgevoerd. De markt op het Mosplein was een belangrijke sociale en economische spil in Amsterdam-Noord.

Samenvatting

Deze brief is een officiële beschikking van de gemeente Amsterdam aan de heer E. Polak. De kern van het document betreft de exploitatie van een marktplaats op de markt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord).

Er worden twee specifieke toestemmingen verleend:
1. Vervanging: Zijn zoon I. Polak (25 jaar) mag hem gedurende maximaal drie maanden tot 13:00 uur 's middags vervangen.
2. Assistentie: Zijn zoon M. Polak (26 jaar) mag hem vanaf 18:00 uur 's avonds assisteren (met de nadrukkelijke kanttekening dat dit geen volledige vervanging mag zijn).

De brief illustreert de strikte regulering van de marktsector in Amsterdam, waarbij zelfs voor de hulp van familieleden officiële schriftelijke toestemming nodig was.

Historische Context

De datum van de brief, 26 juni 1940, is historisch zeer relevant. Nederland was op dat moment net ruim een maand bezet door nazi-Duitsland. Hoewel de brief een reguliere administratieve handeling lijkt, krijgt de naam "Polak" in deze periode een beladen betekenis.

De familie Polak was een bekende Joodse naam in Amsterdam. In de eerste maanden van de bezetting functioneerde het ambtenarenapparaat grotendeels door zoals voorheen. Echter, kort na deze brief zouden de anti-Joodse maatregelen in hevigheid toenemen. Joodse markthandelaren werden uiteindelijk gedwongen hun nering op reguliere markten zoals het Mosplein te staken en mochten alleen nog op aangewezen "Joodse markten" staan, voordat de grootschalige deportaties begonnen.

Dit document legt een moment vast waarop het dagelijks leven en de bureaucreatie nog hun normale gang lijken te gaan, vlak voordat de uitsluiting van de Joodse bevolking uit het openbare economische leven volledig zou worden doorgevoerd. De markt op het Mosplein was een belangrijke sociale en economische spil in Amsterdam-Noord.