Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 147
Dossier 23
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

3 januari 1942. Van: De Directeur (van de Marktdienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam).

Origineel

3 januari 1942. De Directeur (van de Marktdienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). VD/HG. extra

24/12/7 M.
n diverse 3 Januari 1942.

Straf marktkoopman
W.van Ekeren.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

    Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 15 December jl. om advies ontvangen stukken no.1166 L.M.1941 heb ik de eer U te berichten, dat W.van Ekeren zich op 4 Augustus jl. blijkens een door den contrôleur Dijkema van mijn dienst opgemaakt rapport, waarvan ik U hierbij een afschrift doe toekomen, aan wangedrag en verstoring van de orde op de markt aan het Amstelveld heeft schuldig gemaakt. Op 6 Augustus jl. heb ik hem dan ook een brief gezonden, waarvan ik U hierbij eveneens afschrift overleg. Tijdens een onderhoud, dat ik op diens verzoek daarna met Van Ekeren over de hem opgelegde straf heb gehad, wierp hij de schuld van het gebeurde geheel op klager Prange, Zijn mededeelingen waren van dien aard, dat ik aanleiding vond opdracht tot een nieuw onderzoek te geven. Dit kon evenwel niet direct worden uitgevoerd, omdat contrôleur Dijkema inmiddels met verlof was gegaan. Het was mij echter bekend, dat terzake door Prange een klacht bij de Politie was ingediend, zoodat ik het gewenscht achtte het resultaat hiervan, te weten de behandeling voor de Rechtbank, af te wachten. Om dezen reden heb ik Van Ekeren op 8 Augustus jl. schriftelijk meegedeeld, dat de hem opgelegde straf voorloopig tot nader order werd opgeschort. De thans door den Officier van Justitie gezonden brief geeft naar mijn meening alle aanleiding om alsnog tegen Van Ekeren op te treden. Ik heb hem dan ook, ingevolge het bepaalde in het eerste lid van artikel 39 van het Reglement op de Markten, de door mij opgeschorte straf met ingang van 3 Januari 1942 voor den tijd van veertien dagen, dus tot en met 16 Januari a.s. opgelegd.
    Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat Van Ekeren door den Burgemeester, zulks ingevolge het bepaalde in het tweede lid van vorengenoemd artikel van het Reglement, wordt gestraft met ontneming van het recht om op de markten te dezer stede een plaats te bezetten voor den tijd van drie maanden, zulks met ingang van 17 Januari a.s.

                    De Directeur, Dit document is een ambtelijke brief van de Directeur van de Marktdienst aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam. De kern van de brief is de afwikkeling van een tuchtzak tegen marktkoopman W. van Ekeren.

De chronologie van de gebeurtenissen is als volgt:
1. 4 augustus 1941: Van Ekeren misdraagt zich op de markt aan het Amstelveld (volgens rapportage van contrôleur Dijkema).
2. 6 augustus 1941: De Directeur legt een straf op.
3. Tussen 6 en 8 augustus 1941: Van Ekeren tekent bezwaar aan en wijst naar een zekere Prange als schuldige. De Directeur start een nieuw onderzoek, maar de contrôleur is op verlof.
4. 8 augustus 1941: De straf wordt opgeschort in afwachting van een politierapport/rechtszaak naar aanleiding van een klacht door Prange.
5. Januari 1942: Na bericht van de Officier van Justitie wordt de eerdere straf (14 dagen schorsing) alsnog uitgevoerd.

De Directeur adviseert de Wethouder bovendien om de Burgemeester te verzoeken een zwaardere sanctie op te leggen: een algeheel marktverbod in de stad voor de duur van drie maanden. Het document dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een lokaal-administratief onderwerp behandelt (markttoezicht), is de datering van belang: de normale bureaucratie bleef op veel vlakken doorgaan, maar onder toezicht van de bezetter.

De genoemde locatie, het Amstelveld, was destijds een belangrijke marktplaats in Amsterdam. De strikte handhaving van het "Reglement op de Markten" laat zien hoe de gemeentelijke autoriteiten grip probeerden te houden op de openbare orde en de distributie van levensmiddelen, die tijdens de oorlogsjaren door schaarste steeds belangrijker werd. De tussenkomst van de Officier van Justitie duidt erop dat de zaak niet enkel administratief, maar ook strafrechtelijk werd getoetst.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke brief van de Directeur van de Marktdienst aan de Wethouder voor de Levensmiddelen in Amsterdam. De kern van de brief is de afwikkeling van een tuchtzak tegen marktkoopman W. van Ekeren.

De chronologie van de gebeurtenissen is als volgt:
1. 4 augustus 1941: Van Ekeren misdraagt zich op de markt aan het Amstelveld (volgens rapportage van contrôleur Dijkema).
2. 6 augustus 1941: De Directeur legt een straf op.
3. Tussen 6 en 8 augustus 1941: Van Ekeren tekent bezwaar aan en wijst naar een zekere Prange als schuldige. De Directeur start een nieuw onderzoek, maar de contrôleur is op verlof.
4. 8 augustus 1941: De straf wordt opgeschort in afwachting van een politierapport/rechtszaak naar aanleiding van een klacht door Prange.
5. Januari 1942: Na bericht van de Officier van Justitie wordt de eerdere straf (14 dagen schorsing) alsnog uitgevoerd.

De Directeur adviseert de Wethouder bovendien om de Burgemeester te verzoeken een zwaardere sanctie op te leggen: een algeheel marktverbod in de stad voor de duur van drie maanden.

Historische Context

Het document dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de brief een lokaal-administratief onderwerp behandelt (markttoezicht), is de datering van belang: de normale bureaucratie bleef op veel vlakken doorgaan, maar onder toezicht van de bezetter.

De genoemde locatie, het Amstelveld, was destijds een belangrijke marktplaats in Amsterdam. De strikte handhaving van het "Reglement op de Markten" laat zien hoe de gemeentelijke autoriteiten grip probeerden te houden op de openbare orde en de distributie van levensmiddelen, die tijdens de oorlogsjaren door schaarste steeds belangrijker werd. De tussenkomst van de Officier van Justitie duidt erop dat de zaak niet enkel administratief, maar ook strafrechtelijk werd getoetst.