Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 152
Dossier 103
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt afschrift (doorslag) van een officiële brief, met handgeschreven correcties.

9 december 1941. Van: Parket van den Officier van Justitie te Amsterdam. Aan: Onbekend, geadresseerd als "UEdelAchtbare" (gezien de inhoud waarschijnlijk de Burgemeester van Amsterdam). Dossier: 1166, 1707, 24/12/5

Origineel

Getypt afschrift (doorslag) van een officiële brief, met handgeschreven correcties. 9 december 1941. Parket van den Officier van Justitie te Amsterdam. Onbekend, geadresseerd als "UEdelAchtbare" (gezien de inhoud waarschijnlijk de Burgemeester van Amsterdam). No.24/12/5 M.1941 16/12 AFSCHRIFT.
No.1166 L.M.1941 11/12 No.1707 A.Z.1941.
PARKET VAN DEN OFFICIER Amsterdam, 9 Dec. 1941.
VAN JUSTITIE TE AMSTERDAM.

       Onder terugzending van bijgaand strafdossier in de

zaak tegen Willem van Ekeren, geboren 5 December 1887, heb ik
de eer UEdelAchtbare mede te deelen, dat verdachte, die was ge-
dagvaard terzake van eenvoudige beleediging, werd vrijgesproken
^of liever gezegd het bij Openbaar Ministerie^ niet ont-
vankelijk werd verklaard, daar betreffende de in de dagvaarding
opgenomen gezegden, door den beleedigde, geen klacht was inge-
diend.
Het komt mij echter voor, dat de handelwijze van
verdachte dermate grievend voor den klager, Prange, is geweest,
dat een correctie van de zijde van de gemeentelijke overheid
ten opzichte van genoemden Van Ekeren, die zich als op een
openbare markt toegelaten koopman, aldus gedragen heeft, zeer
zeker op haar plaats zou zijn.
Op dezen grond moge ik UEdelachtbare in overweging
geven alsnog een straf van administratieve zijde, op Van Ekeren
toe te passen.
De Officier van Justitie.
w.g. onleesbaar. De brief betreft een strafzaak wegens "eenvoudige belediging" tegen Willem van Ekeren, een marktkoopman. De Officier van Justitie moet de zaak echter laten vallen omdat er een vormfout is gemaakt: de klager (Prange) heeft geen officiële klacht ingediend voor de specifieke woorden die in de dagvaarding stonden. Hierdoor wordt de Officier "niet ontvankelijk" verklaard, een juridische term die in de tekst handmatig is gecorrigeerd over de oorspronkelijke term "vrijgesproken".

Hoewel de strafrechtelijke weg doodloopt, vindt de Officier het gedrag van Van Ekeren zo verwerpelijk ("dermate grievend") dat hij de ontvanger van de brief (waarschijnlijk de burgemeester) adviseert om Van Ekeren op administratieve wijze te straffen. Als marktkoopman is Van Ekeren afhankelijk van gemeentelijke vergunningen, en de Officier suggereert hiermee indirect om hem zijn standplaats te ontzeggen of een disciplinaire maatregel op te leggen. Het document dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode bleven de Nederlandse rechtspraak en lokale overheden functioneren, maar de druk om "orde en rust" te handhaven was groot.

De aandrang van de Officier van Justitie om buiten de rechter om alsnog een administratieve straf op te leggen, is typerend voor de tijdsgeest waarin procedures ondergeschikt werden gemaakt aan de gewenste uitkomst (het straffen van "ongewenst" gedrag). De specifieke aard van de belediging wordt niet vermeld, maar gezien de context van 1941 zou het kunnen gaan om een conflict met politieke of ideologische lading op de markt. Marktkooplieden stonden in die tijd onder streng toezicht, zeker met de toenemende uitsluiting van Joodse ondernemers en de strenge regels van de bezetter.

Samenvatting

De brief betreft een strafzaak wegens "eenvoudige belediging" tegen Willem van Ekeren, een marktkoopman. De Officier van Justitie moet de zaak echter laten vallen omdat er een vormfout is gemaakt: de klager (Prange) heeft geen officiële klacht ingediend voor de specifieke woorden die in de dagvaarding stonden. Hierdoor wordt de Officier "niet ontvankelijk" verklaard, een juridische term die in de tekst handmatig is gecorrigeerd over de oorspronkelijke term "vrijgesproken".

Hoewel de strafrechtelijke weg doodloopt, vindt de Officier het gedrag van Van Ekeren zo verwerpelijk ("dermate grievend") dat hij de ontvanger van de brief (waarschijnlijk de burgemeester) adviseert om Van Ekeren op administratieve wijze te straffen. Als marktkoopman is Van Ekeren afhankelijk van gemeentelijke vergunningen, en de Officier suggereert hiermee indirect om hem zijn standplaats te ontzeggen of een disciplinaire maatregel op te leggen.

Historische Context

Het document dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode bleven de Nederlandse rechtspraak en lokale overheden functioneren, maar de druk om "orde en rust" te handhaven was groot.

De aandrang van de Officier van Justitie om buiten de rechter om alsnog een administratieve straf op te leggen, is typerend voor de tijdsgeest waarin procedures ondergeschikt werden gemaakt aan de gewenste uitkomst (het straffen van "ongewenst" gedrag). De specifieke aard van de belediging wordt niet vermeld, maar gezien de context van 1941 zou het kunnen gaan om een conflict met politieke of ideologische lading op de markt. Marktkooplieden stonden in die tijd onder streng toezicht, zeker met de toenemende uitsluiting van Joodse ondernemers en de strenge regels van de bezetter.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen