Gedrukte pagina uit een officieel reglement of wetboek (waarschijnlijk het Algemeen Rijksambtenarenreglement, gezien de afkorting "A.R.") met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties.
Origineel
Gedrukte pagina uit een officieel reglement of wetboek (waarschijnlijk het Algemeen Rijksambtenarenreglement, gezien de afkorting "A.R.") met uitgebreide handgeschreven kanttekeningen en correcties. Het gedrukte document dateert van voor 1940 (verwijzingen naar wetten uit 1905 en 1924). De handgeschreven aantekeningen dateren van 1939 en januari 1940. 13
indien dat onderzoek geen krijgstuchtelijke straf of veroordeelend vonnis ten gevolge heeft;
d art. 34, eerste lid, onder e en f, der Dienstplichtwet, art. 5, vijfde lid, onder c en d, achtste en negende lid, der Wet voor het reservepersoneel der landmacht 1905 (zooals die sedert is gewijzigd) of art. 5, onder 3°, sub e en f, der Wet voor de Koninklijke marinereserve 1924 (Staatsblad No. 369);
e art. 34, tweede lid, der Dienstplichtwet, art. 5, zevende lid, der Wet voor het reservepersoneel der landmacht 1905 (zooals die sedert is gewijzigd) of art. 5, onder 4°, der Wet voor de Koninklijke marinereserve 1924 (Staatsblad No. 369), mits de oproeping in werkelijken dienst niet plaats heeft voor het ondergaan van straf en het bedoelde onderzoek geen krijgstuchtelijke straf of veroordeelend vonnis ten gevolge heeft.
ART. 39
[Grote kruizen door de tekst van Artikel 39]
(1) De ambtenaar, die in verband met oorlog, oorlogsgevaar of andere buitengewone omstandigheden verplichten werkelijken dienst verricht, geniet gedurende 30 dagen de volle aan zijn ambt verbonden bezoldiging en daarna hetgeen deze meer bedraagt dan zijn militaire belooning.
(2) Het eerste lid is eerst van toepassing, nadat de militair, hetzij vóór, hetzij gedurende de buitengewone omstandigheden een werkelijken dienst heeft vervuld, gelijk aan den in de Wet bepaalden maximum-duur der eerste oefening. (thans 11 maanden).
(3) Het bepaalde in het tweede lid geldt niet:
a ten aanzien van buitengewone dienstplichtigen, die eerst in werkelijken dienst behoeven te komen na het jaar der lichting, waartoe zij behooren of naar hun leeftijd gerekend kunnen worden te behooren;
b voor de vrijwilligers van den landstorm, die hetzij een rang bekleeden, hetzij het bewijs van voorgeoefendheid hebben verworven.
ART. 40
(1) De ambtenaar, die lid is van den bijzonderen vrijwilligen landstorm en die gevolg geeft aan een oproep der Regeering om vrijwillig onder de wapenen te komen, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn. Hij behoudt over den tijd van zijn opkomst onder de wapenen het genot van de aan zijn ambt verbonden bezoldiging.
(2) De ambtenaar, die reserve-officier is en op grond van zijn beoordeeling in de termen komt voor het volgen van wintercursussen, als bedoeld in art. 5, onder 3°, der Wet voor het reservepersoneel der landmacht 1905, doch dit niet wenscht, heeft voor het voldoen aan de in genoemd artikel bedoelde verplichting, in de jaren, waarin hij gedurende ten hoogste 6 dagen in werkelijken dienst moet komen, slechts aanspraak op ten hoogste 2 dagen verlof op den voet van het hiervoor in deze paragraaf bepaalde.
2e Aanv. A.R.
[Handgeschreven kanttekeningen]
Linkermarge:
43/3/17. 1940
Wijziging van for-
meele aard.
hier:
43/31/17
1939
43/11-40
Rechtermarge:
hier:
Art. 2.
43/3/17.
43/10/17
1939
Wet. Inv.
8/13/10/22
17. 1939
Onderaan de pagina:
Art 39 geheel gewijzigd: zie 43/17/1 17.1.1940 * Juridische inhoud: De tekst regelt de financiële compensatie voor rijksambtenaren die onder de wapenen worden geroepen. Opvallend is artikel 39, dat stelt dat men de eerste 30 dagen het volle salaris behoudt, en daarna de aanvulling op de militaire soldij tot het niveau van het burgerinkomen.
* Status van het document: Dit exemplaar is een werkdocument van een ambtenaar of archivaris die de geldende regels bijhield. Artikel 39 is met grote kruisen ongeldig gemaakt.
* Handgeschreven toevoegingen: De aantekeningen verwijzen naar nieuwe besluiten of circulaires (zoals "43/17/1") die oude bepalingen vervingen. De toevoeging "thans 11 maanden" bij de duur van de eerste oefening wijst op een verlenging van de dienstplichtperiode in die tijd.
* Terminologie: Termen als "landmacht", "marinereserve" en "vrijwilligen landstorm" zijn typerend voor de Nederlandse defensiestructuur uit de eerste helft van de 20e eeuw. Dit document bevindt zich op het breukvlak van de Nederlandse neutraliteitspolitiek en de naderende Tweede Wereldoorlog. De data in de kanttekeningen (1939 en januari 1940) vallen samen met de periode van de algehele mobilisatie in Nederland (gestart in augustus 1939). De overheid moest in deze periode in hoog tempo regelgeving aanpassen om de massale oproep van ambtenaren voor militaire dienst in goede banen te leiden. De wijziging van 17 januari 1940 was een van de laatste administratieve aanpassingen voordat de Duitse inval in mei 1940 de normale ambtelijke gang van zaken ruw verstoorde.