Dienstnota / Adviesbrief
Origineel
Dienstnota / Adviesbrief 11 januari 1934 De Marktmeester Adv. op No 25/6/1 M/I.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
Y. J. Volwerk, hierbij d.l., om tijdelijke vrijstelling
van plaatsbezetting bericht ik U dat mij-
nerzijds geen bezwaar bestaat verzoeker gedurende
de wintermaanden gevraagde vrijstelling
te verleenen onder voorwaarde dat het
marktgeld regelmatig wordt voldaan.
Amst 11 Jan/34.
[Ondertekening: De Marktmeester] Dit korte, zakelijke schrijven is een ambtelijk advies betreffende de exploitatie van de Amsterdamse markten in de jaren '30. De kern van de zaak is een verzoek van marktkoopman Y. J. Volwerk. Hij wenst gedurende de wintermaanden zijn standplaats niet in te nemen, waarschijnlijk vanwege de weersomstandigheden of een seizoensgebonden handel.
De marktmeester, die toezicht houdt op de dagelijkse gang van zaken op de markt, geeft een positief advies aan zijn superieur, de Inspecteur van het Marktwezen. Er wordt echter één strikte voorwaarde gesteld: het marktgeld (de staanplaatsvergoeding) moet ononderbroken betaald worden. Hiermee stelt de gemeente haar inkomsten veilig en behoudt de koopman het recht op zijn specifieke locatie voor wanneer het seizoen weer begint. Het document dateert uit januari 1934, een periode die getekend werd door de Grote Depressie. Voor marktkooplieden was dit een financieel zware tijd. Volgens de toenmalige marktverordeningen was men vaak verplicht de toegewezen plek dagelijks of wekelijks te bezetten op straffe van intrekking van de vergunning.
Een officiële "vrijstelling van plaatsbezetting" was de enige legale manier voor een koopman om tijdens de rustige winterperiode de kosten van handel (zoals inkoop en transport) te vermijden zonder zijn vaste plek op de markt definitief te verliezen. Het feit dat de nadruk ligt op de doorbetaling van het marktgeld, illustreert de bureaucratische noodzaak van de gemeente Amsterdam om de begroting sluitend te houden, zelfs als er geen fysieke handel plaatsvond.