Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 20 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). [Handgeschreven, bovenaan]: extra / Verzonden 21/1 / M.M. Laer [?]
[Adresblok]:
den Heer J.Ph.v.d.Zwaan,
Burgemeester Tellegenstraat 40,
Amsterdam-Zuid.
[Onder adres]: Wijk 22A.
[Referentie en datum]: 25/6/2 M. 20 Januari 1941.
[Inhoud]:
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 4 Januari jl. verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat regelmatig te bezetten. U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld regelmatig wekelijks aan den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
[Ondertekening]:
De Directeur, * Onderwerp: De brief is een formele inwilliging van een verzoek om tijdelijke ontheffing van de aanwezigheidsplicht op de markt.
* Kernboodschap: De geadresseerde, de heer Van der Zwaan, krijgt drie maanden uitstel (verlof) voor zijn marktkraam op de Albert Cuypstraat. De belangrijkste voorwaarde is dat het wekelijkse marktgeld gewoon doorbetaald moet worden aan de dienstdoende ambtenaar, ook al staat hij er zelf niet.
* Administratieve details: De handgeschreven notitie "Verzonden 21/1" geeft aan dat de brief de dag na dagtekening daadwerkelijk is verstuurd. "Wijk 22A" verwijst waarschijnlijk naar de administratieve indeling van de stad of de marktsectie waar de standplaats onder valt. * Tijdsgewricht: De brief dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Marktwezen: In Amsterdam was (en is) de Albert Cuypmarkt een centrale plek voor handel. Marktkooplieden hadden een strikte 'bezettingplicht' om hun vergunning te behouden. Dit document illustreert de bureaucratische omgang met verzoeken om tijdelijke afwezigheid.
* Historische relevantie: Hoewel de brief op zichzelf een routineus administratief karakter heeft, vonden er in deze periode (begin 1941) ingrijpende veranderingen plaats op de Amsterdamse markten, waaronder de toenemende uitsluiting van Joodse marktkooplieden door de bezetter. Of dit specifieke dossier hiermee verband houdt, is zonder verdere persoonsinformatie niet direct uit de tekst op te maken, maar de datum maakt het een document uit een beladen overgangsperiode.