Ambtelijk advies / Memo met beschikking.
Origineel
Ambtelijk advies / Memo met beschikking. 10 februari 1941 (met latere aantekeningen op 12 en 14 februari 1941; bevat tevens een rode stempel uit 1937). Advies op no 25/13/1 M.v.I.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van W. Visser,
plm 20, diene het volgende:
Het is mij bekend, dat Visser hoogst ernstig ziek is en
hoogstwaarschijnlijk in langen tijd zijn marktplaats
niet kan bezetten.
Bovendien heeft het gezin met financiële moeilijk-
heden te kampen.
Om een algeheel verloop van zijn vischzaak, die hij
op de Albert Cuypmarkt heeft, te voorkomen, is thans
zijn verzoek, dat Jan Kwartshoed, oud 22 jaar, hem tijdelijk
mag vervangen.
M.i. [Mijns inziens] bestaat tegen inwilliging van het verzoek, gezien de
omstandigheden, geen bezwaar.
[Rode stempel links:] 25/10/37
[Handgeschreven toevoegingen onderaan:]
Accoord.
14/2/41
Amst. 10 Febr. '41
[Handtekening onleesbaar, mogelijk Schucken]
vervanging toegestaan
voor 3 maanden
modelbriefje [initialen] 12/2 41 * Toestand van de aanvrager: De marktkoopman W. Visser is ernstig ziek en kan voorlopig niet werken. Er is sprake van een precaire situatie: als de kraam onbezet blijft, vervalt zijn nering ("verloop van zijn vischzaak") en komt het gezin in nog grotere financiële problemen.
* Oplossing: Er wordt verzocht om Jan Kwartshoed (22 jaar) als tijdelijke vervanger aan te stellen.
* Besluitvorming: De adviserende ambtenaar geeft een positief advies ("geen bezwaar"). Dit wordt overgenomen door de hogere instantie ("Accoord"), waarbij de vervanging wordt beperkt tot een periode van drie maanden.
* Administratieve weg: Het document toont de ambtelijke molen: een advies op 10 februari, een administratieve verwerking/paraaf op 12 februari en een uiteindelijke goedkeuring op 14 februari. De rode stempel uit 1937 verwijst mogelijk naar een eerder dossiernummer of een eerdere vergunning van Visser. Dit document stamt uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de oorlog niet direct in de tekst wordt genoemd, weerspiegelt het document de strikte regulering van de Amsterdamse markten (zoals de Albert Cuypmarkt). Marktplaatsen waren gebonden aan vergunningen op naam; men mocht niet zomaar iemand anders in de kraam zetten.
De "financiële moeilijkheden" van het gezin Visser zijn tekenend voor de armoede onder kleine zelfstandigen in die periode. De Albert Cuypmarkt was (en is) een centrale plek in de Amsterdamse volkswijk De Pijp. Dat een viszaak "verloopt" als er niemand staat, duidt op het verlies van klandizie en mogelijk het intrekken van de standplaatsvergunning door de gemeente als deze niet effectief gebruikt werd. De term "modelbriefje" onderaan wijst op een standaardprocedure waarbij de goedkeuring via een voorgedrukt formulier aan de betrokkene werd gecommuniceerd.