Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 28
Dossier 25
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven/adviesnota.

22 februari 1941. Van: Een ambtenaar van het Marktwezen (waarschijnlijk een marktmeester genaamd Bakker). Aan: De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijk schrijven/adviesnota. 22 februari 1941. Een ambtenaar van het Marktwezen (waarschijnlijk een marktmeester genaamd Bakker). De Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Advis op
N°. 22/1/1 16 41 10/2

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

Naar aanleiding van het verzoek van Mevr. Groenteman
pl: N°. 9 kl. Markt Alhier bericht ik U het volgende.
1°. Mevr. Groenteman heeft in 1940 een schuld achtergelaten
van ƒ 4.50 welke betaald moet worden, daar er reden
van vrijstelling niet aanwezig is.
2°. Het verplaatsen van Mevr. Groenteman naar pl N°. 9
(voormalige plaats van Verburgh) is naar aanleiding van
onéénigheid tusschen G. Pies en Mevr Groenteman.
Bezwaren door G. Pies vorig jaar aangevoerd waren
van dien aard dat het mij onbegrijpelijk is dat deze
feiten nu plotseling zijn opgelost.
Verzoeke diens B: te wachten tot G. Pies weer
op de Markt komt ( 1 April) dan kan deze zaak besproken
worden.

Amsterdam 22/2 '41
[Handtekening: Bakker] Het document is een interne ambtelijke correspondentie over de toewijzing van een marktplaats in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Financiële schuld: Mevrouw Groenteman heeft nog een openstaande schuld van 4,50 gulden uit het voorgaande jaar (1940). De ambtenaar adviseert dat deze eerst voldaan moet worden, aangezien er geen gronden zijn voor kwijtschelding of vrijstelling.
  2. Conflict tussen marktkooplui: Er is sprake van een geschil tussen Mevrouw Groenteman en een zekere G. Pies. Groenteman wil verplaatst worden naar standplaats nummer 9 (de oude plek van een zekere Verburgh).
  3. Scepsis van de ambtenaar: De schrijver van de brief uit zijn twijfels over de huidige situatie. Hij herinnert zich dat de bezwaren van Pies vorig jaar zeer ernstig waren en vindt het verdacht ("onbegrijpelijk") dat deze problemen nu ineens opgelost zouden zijn.
  4. Besluitvorming: Er wordt geadviseerd om de beslissing uit te stellen tot 1 april, wanneer G. Pies weer op de markt aanwezig is, om de zaak face-to-face te kunnen bespreken. Dit document dateert van februari 1941, een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.

  5. De Tweede Wereldoorlog: Slechts enkele dagen na de datum van deze brief (22 februari 1941) vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's op Joodse mannen plaats, wat leidde tot de Februaristaking op 25 en 26 februari.

  6. Joodse marktkooplieden: De achternaam "Groenteman" is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, waarvan velen werkzaam waren in de markthandel (zoals op de Waterloopleinmarkt of de markt in de Jodenbreestraat).
  7. Bureaucratie onder bezetting: Het document toont de "zakelijke" en bureaucratische omgang van de gemeente met marktkooplieden in een tijd waarin de anti-Joodse maatregelen van de bezetter steeds nijpender werden. Het strikt handhaven van kleine schulden (ƒ 4.50) en de moeizame procedures voor standplaatsen waren onderdeel van de dagelijkse realiteit voor deze kooplui, vlak voordat zij geheel van de openbare markten zouden worden verbannen.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke correspondentie over de toewijzing van een marktplaats in Amsterdam. De kernpunten zijn:

  1. Financiële schuld: Mevrouw Groenteman heeft nog een openstaande schuld van 4,50 gulden uit het voorgaande jaar (1940). De ambtenaar adviseert dat deze eerst voldaan moet worden, aangezien er geen gronden zijn voor kwijtschelding of vrijstelling.
  2. Conflict tussen marktkooplui: Er is sprake van een geschil tussen Mevrouw Groenteman en een zekere G. Pies. Groenteman wil verplaatst worden naar standplaats nummer 9 (de oude plek van een zekere Verburgh).
  3. Scepsis van de ambtenaar: De schrijver van de brief uit zijn twijfels over de huidige situatie. Hij herinnert zich dat de bezwaren van Pies vorig jaar zeer ernstig waren en vindt het verdacht ("onbegrijpelijk") dat deze problemen nu ineens opgelost zouden zijn.
  4. Besluitvorming: Er wordt geadviseerd om de beslissing uit te stellen tot 1 april, wanneer G. Pies weer op de markt aanwezig is, om de zaak face-to-face te kunnen bespreken.

Historische Context

Dit document dateert van februari 1941, een cruciale periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.

  • De Tweede Wereldoorlog: Slechts enkele dagen na de datum van deze brief (22 februari 1941) vonden in Amsterdam de eerste grote razzia's op Joodse mannen plaats, wat leidde tot de Februaristaking op 25 en 26 februari.
  • Joodse marktkooplieden: De achternaam "Groenteman" is een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, waarvan velen werkzaam waren in de markthandel (zoals op de Waterloopleinmarkt of de markt in de Jodenbreestraat).
  • Bureaucratie onder bezetting: Het document toont de "zakelijke" en bureaucratische omgang van de gemeente met marktkooplieden in een tijd waarin de anti-Joodse maatregelen van de bezetter steeds nijpender werden. Het strikt handhaven van kleine schulden (ƒ 4.50) en de moeizame procedures voor standplaatsen waren onderdeel van de dagelijkse realiteit voor deze kooplui, vlak voordat zij geheel van de openbare markten zouden worden verbannen.

Locaties

Amsterdam.