Bijblad van een administratief dossier (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Bijblad van een administratief dossier (Model No. 14, Algemene Zaken). Februari en maart 1941. [Rechtsboven:] 292
[Kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 22/4/1 1941
DOORGEZONDEN: 10/2-'41.
[Hoofdtekst, handgeschreven:]
Plaats : Bloemenmarkt
staat op naam van G. Groenteman
de schuld bedraagt f 4.50
Kan als afgedaan worden
beschouwd.
Aan mw. Groenteman mede-
gedeeld dat in April zal
worden nagegaan of zij haar
oude plaats op de
Bloemenmarkt weer kan innemen.
[Marginalia rechts:]
Th. Bakker
advies
19-2-'41
de Haan
oproepen
26-2-'41
de Haan
p 8/3 '41
[Onderkant midden:]
6-3-'41
de Haan
[Potloodnotities onderaan:]
(groen) G p.b. v d 10/3 '41
(rood) vy
[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document betreft de administratieve afhandeling van een openstaande schuld van 4,50 gulden voor een marktplaats op de Bloemenmarkt, die op naam stond van mw. G. Groenteman. Uit de aantekeningen in de marge blijkt een procedureel proces: op 19 februari 1941 wordt er advies uitgebracht door Th. Bakker, op 26 februari wordt de betrokkene opgeroepen door de ambtenaar De Haan, en op 6 maart wordt de zaak als "afgedaan" beschouwd. Cruciaal is de laatste opmerking dat in april bekeken zal worden of mw. Groenteman haar oude standplaats weer mag innemen. De datum (begin 1941) en de naam (Groenteman) geven dit document een specifieke historische lading. Groenteman is een bekende Joodse achternaam, sterk vertegenwoordigd in de Amsterdamse markthandel. De periode februari-maart 1941 markeert het begin van de intensivering van de Jodenvervolging in Nederland, vlak na de Februaristaking. In deze tijd begon de bezetter met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het economische leven, waaronder de markthandel. De onzekerheid over het mogen hernemen van de standplaats in april kan direct verband houden met de invoering van anti-Joodse maatregelen die Joodse handelaren uiteindelijk zouden dwingen naar speciale "Joodse markten" of hen hun nering geheel zouden ontnemen. Dit document is een bureaucratisch spoor van de toenemende druk op Joodse burgers aan het begin van de bezetting. G. Groenteman M. No