Doorslag van een officiële brief/vergunning.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/vergunning. 3 maart 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Bovenaan gecentreerd, getypt:] HG.
[Bovenaan gecentreerd, handgeschreven:] extra
[Linksboven, getypt:] 25/27/2 M.
[Rechtsboven, getypt:] 3 Maart 1941.
[Adresblok, getypt:]
den Heer J.Hartog,
Lepelstraat 16 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
[Inhoud brief, getypt:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 15 Februari jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en) Albert Cuypstraat
vader
te laten bystaan - niet vervangen - door Uw ~~zoon~~ H.Hartog, gebo-
ren 6 April 1887.
De Directeur, * **Correcties:** In de tekst is het getypte woord "zoon" doorgehaald en vervangen door het handgeschreven woord "vader". Dit duidt op een administratieve correctie van de familierelatie: de assistent (H. Hartog) is de vader van de vergunninghouder (J. Hartog).
- Personen: Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument en het Stadsarchief Amsterdam) kan worden opgemaakt dat H. Hartog staat voor Hijman Hartog, geboren op 6 april 1887. Hij woonde inderdaad op het adres Lepelstraat 16-I en was van beroep marktkoopman.
- Locatie: De Lepelstraat lag in de toenmalige Jodenbuurt van Amsterdam. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad.
- Juridische termen: "Tot wederopzegging" betekent dat de toestemming op elk moment door de autoriteiten kan worden ingetrokken. "Niet vervangen" benadrukt dat de hoofdbesteller zelf aanwezig moet blijven; de vader mag enkel assisteren. Dit document dateert van maart 1941, slechts enkele weken na de Februaristaking. De Duitse bezetter was op dat moment bezig met het systematisch registreren en uitsluiten van Joodse burgers uit het openbare en economische leven.
Marktkooplieden waren onderworpen aan strenge vergunningsvoorwaarden. De Joodse identiteit van de familie Hartog is hier cruciaal: later in 1941 zouden Joodse marktkooplieden worden verbannen van reguliere markten zoals de Albert Cuyp en gedwongen worden te handelen op speciaal aangewezen "Joodse markten" (zoals het Waterlooplein en het Gaaspstraatje). Dit document vormt een bittere getuigenis van de bureaucratische controle over het dagelijks levensonderhoud van Joodse Amsterdammers in de vroege oorlogsjaren, vlak voordat de grootschalige deportaties begonnen. Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument en het Stadsarchief Amsterdam) kan worden opgemaakt dat H. Hartog staat voor Hijman Hartog geboren op 6 april 1887. Hij woonde inderdaad op het adres Lepelstraat 16-I en was van beroep marktkoopman.