Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 292
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift)

15 februari 1941 Van: W.J. Dekker, gevestigd aan de Albert Cuypstraat 106-108, Amsterdam (Z). Aan: Vermoedelijk de Marktinspectie of een gemeentelijke instantie belast met marktplaatsen.

Origineel

Brief (verzoekschrift) 15 februari 1941 W.J. Dekker, gevestigd aan de Albert Cuypstraat 106-108, Amsterdam (Z). Vermoedelijk de Marktinspectie of een gemeentelijke instantie belast met marktplaatsen. W.J. Dekker
Alb. Cuypstr 106-108
'A'dam (Z)

No 25 / 28 / 1 M. 1941 10/2
A'dam 15 - 2 - 41
M. Insp

Mijnheer

Daar de omstandigheden waaronder wij ongeveer zeven jaar geleden onze standplaats voor perceel Albert Cuypstr 106, welke op naam mijner Vader stond zijn kwijtgeraakt, u wel bekend zullen zijn zal ik daarover maar niet meer schrijven. Ik verzoek u echter om deze plaats alsnog weder aan ons af te staan te meer nu deze heden weer vrij is en de markt de laatste maanden zeer slecht bezet is zoodat zelfs op Zaterdag plaatsen onbezet zijn. Wij hebben het deze jaren kunnen uithouden zonder deze plaats maar nu de tijden zoo veranderd zijn wordt het steeds moeilijker. De winkel in chocolade en Fruit lijdt door gebrek aan het eerste en duurte van het tweede een kwijnend bestaan, terwijl de afd Aardapp en Groenten ook zeer ingekrompen is door het ontbreken van Blikgroenten. Hopende dat u goed gunstig op mijn verzoek zult beschikken, temeer wijl twee gezinnen van ons bedrijf moeten bestaan

Verblijf ik met de meest verschuldigde

Hoogachting
W.J. Dekker * Kern van het verzoek: W.J. Dekker verzoekt om de teruggave van een marktstandplaats direct voor zijn winkelpand aan de Albert Cuypstraat 106. Deze plek was voorheen eigendom van zijn vader, maar is zeven jaar eerder (rond 1934) verloren gegaan.
* Argumentatie:
1. Beschikbaarheid: De bewuste plek is momenteel niet bezet.
2. Marktomstandigheden: De algehele bezetting van de Albert Cuypmarkt is slecht, zelfs op zaterdagen zijn er lege plekken.
3. Economische noodzaak: De schrijver schetst een somber beeld van de handel in 1941. Er is een gebrek aan chocolade (grondstoffen) en fruit is extreem duur geworden. Daarnaast is er geen handel meer in groenten in blik.
4. Sociale druk: Het bedrijf moet het inkomen verschaffen voor twee gezinnen, wat door de huidige beperkingen en het gebrek aan de buitenstandplaats bijna onmogelijk is geworden. Dit document stamt uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De brief biedt een unieke inkijk in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers in deze periode. De schaarste die Dekker beschrijft (gebrek aan chocolade, dure prijzen voor vers fruit en het verdwijnen van conserven/blikgroenten) is direct te herleiden naar de invoering van de distributie en het opeisen van goederen door de bezetter.

De Albert Cuypmarkt was in die tijd al een centraal punt voor de Amsterdamse handel. Opvallend is de vermelding dat de markt "zeer slecht bezet is". Dit kan deels verklaard worden door de economische malaise, maar mogelijk ook door de beperkende maatregelen die de bezetter in deze periode begon op te leggen aan Joodse marktkooplieden, waardoor gaten in het marktbeeld ontstonden. De datum (15 februari 1941) is slechts één week voor de eerste grote razzia's in Amsterdam en de daaropvolgende Februaristaking. M. Insp W.J. Dekker

Samenvatting

  • Kern van het verzoek: W.J. Dekker verzoekt om de teruggave van een marktstandplaats direct voor zijn winkelpand aan de Albert Cuypstraat 106. Deze plek was voorheen eigendom van zijn vader, maar is zeven jaar eerder (rond 1934) verloren gegaan.
  • Argumentatie:
    1. Beschikbaarheid: De bewuste plek is momenteel niet bezet.
    2. Marktomstandigheden: De algehele bezetting van de Albert Cuypmarkt is slecht, zelfs op zaterdagen zijn er lege plekken.
    3. Economische noodzaak: De schrijver schetst een somber beeld van de handel in 1941. Er is een gebrek aan chocolade (grondstoffen) en fruit is extreem duur geworden. Daarnaast is er geen handel meer in groenten in blik.
    4. Sociale druk: Het bedrijf moet het inkomen verschaffen voor twee gezinnen, wat door de huidige beperkingen en het gebrek aan de buitenstandplaats bijna onmogelijk is geworden.

Historische Context

Dit document stamt uit februari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De brief biedt een unieke inkijk in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers in deze periode. De schaarste die Dekker beschrijft (gebrek aan chocolade, dure prijzen voor vers fruit en het verdwijnen van conserven/blikgroenten) is direct te herleiden naar de invoering van de distributie en het opeisen van goederen door de bezetter.

De Albert Cuypmarkt was in die tijd al een centraal punt voor de Amsterdamse handel. Opvallend is de vermelding dat de markt "zeer slecht bezet is". Dit kan deels verklaard worden door de economische malaise, maar mogelijk ook door de beperkende maatregelen die de bezetter in deze periode begon op te leggen aan Joodse marktkooplieden, waardoor gaten in het marktbeeld ontstonden. De datum (15 februari 1941) is slechts één week voor de eerste grote razzia's in Amsterdam en de daaropvolgende Februaristaking.

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente Huishoudelijk: Pan Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen Razzia & Arrestatie