Archiefdocumenten

Archief 745 | 745-276 | Pagina 13 | 1939

Handgeschreven verzoekschrift op een kaart.

Het document is een formeel, handgeschreven verzoek van een burger aan een Amsterdamse inspecteur. De schrijver, S. Bolle, verzoekt om inschrijving voor een zogenaamde "voorkeur kaart" voor de Albert Cuypstraat. In de Amsterdamse context van de jaren '30 was zo'n kaart noodzakelijk voor marktkooplieden om in aanmerking te komen voor een vaste of gunstige standplaats op de Albert Cuypmarkt. Het handschrift is duidelijk en de toon is uiterst beleefd ("beleefd verzoek", "Hoog Achtend", "EdelH." als afkorting voor Edelachtbare Heer), wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.

Archief 745 | 745-322 | Pagina 72 | 1940

Brief / Verzoekschrift.

Het document is een schrijven gericht aan een inspecteur (geadresseerd als "M. M. Insp.", waarschijnlijk staande voor "Mijnheer de Markt-Inspecteur"). De afzender reageert op een eerdere mededeling dat hij of zij de toegewezen standplaats op de markt aan de Lindegracht ("lin de gracht") geregeld moet bezetten. De schrijver klaagt over de slechte economische omstandigheden: er wordt "geen cent op de markt" verdiend, waardoor de noodzaak om er fysiek aanwezig te zijn in twijfel wordt getrokken. Toch wil de schrijver de standplaats niet kwijtraken. Er wordt een compromis voorgesteld: de schrijver is bereid om wekelijks voor de staanplaats te betalen, ook als deze niet constant bezet wordt. De brief sluit af met een beleefd verzoek om een antwoord. Opmerkelijk zijn de fonetische spellingen ("ontvange", "lin de gracht", "wekelyks"), wat duidt op een schrijver uit de werkende klasse of een kleine zelfstandige met beperkte formele scholing.

Archief 745 | 745-323 | Pagina 131 | 1940

Handgeschreven brief.

* **Inhoud:** In deze brief informeert mevrouw Polak-Verdoner de autoriteiten (waarschijnlijk de marktinspectie) over de reden waarom haar echtgenoot zijn staanplaats op de markt op het Waterlooplein niet kan innemen. Hij zit op dat moment al vier weken in voorarrest vanwege een overtreding van de "distributieregeling" (rantsoeneringsvoorschriften). De schrijfster verzoekt om medewerking met betrekking tot het behoud van hun marktplaats. * **Toon:** De brief is formeel en beleefd, wat passend is voor correspondentie met een overheidsinstantie in die tijd. Er spreekt een zekere urgentie uit, aangezien de marktplaats de bron van inkomsten voor het gezin vormt. * **Sociaal-economisch aspect:** De distributiewetten tijdens de bezetting waren streng. Overtredingen, zelfs kleine, konden leiden tot arrestatie. Voor marktkooplieden betekende afwezigheid vaak het verlies van hun vergunning of staanplaats, wat een directe bedreiging voor hun voortbestaan was.

Archief 745 | 745-340 | Pagina 212 | 1940

Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief.

De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman, A. van Praag, aan de gemeente Amsterdam. De schrijver vraagt om ontheffing van de plicht om zijn standplaats op de weekmarkt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) te bezetten. Hij voert aan dat hij door de "tijdsomstandigheden" — een veelgebruikt eufemisme voor de gevolgen van de Duitse bezetting — geen handelswaar meer kan inkopen. De schrijver vermeldt expliciet dat hij nu afhankelijk is van "M.S." (Maatschappelijke Steun), de toenmalige vorm van bijstand. Hij spreekt de hoop uit zijn handel in de toekomst te kunnen hervatten en wil daarom zijn recht op de standplaats (vergunning nr. 14) niet definitief verliezen. De blauwe aantekening "M. Insp" bovenin duidt erop dat de brief is doorgeleid naar de Marktinspecteur voor behandeling.

Archief 745 | 745-331 | Pagina 216 | 1940

Document

* **Administratieve functie:** Dit document diende om de circulatie van een specifiek dossier (met kenmerk 46$^A$/63/3) binnen een overheidsapparaat bij te houden. Het "Bijblad" fungeerde als een soort logboek of routekaart die op het dossier geplaatst werd. * **Inhoudelijke aanwijzingen:** * De handgeschreven datum **13/2 - '41** geeft aan dat het dossier op 13 februari 1941 is doorgezonden. * **"M. Insp."** zou kunnen staan voor Militaire Inspectie of Meester Inspecteur. * De instructie **"ter kennisneming"** betekent dat de geadresseerde (Th. Stam) het document moest lezen ter informatie, maar dat er niet direct een besluit of actie van hem werd verwacht. * **Drukwerkgegevens:** De code onderaan (10.000-10-1937-1016) vertelt ons dat er in oktober 1937 een oplage van 10.000 van dit specifieke model is gedrukt door de staatsdrukkerij (order 1016).

Archief 745 | 745-318 | Pagina 300 | 1940

Document

De schrijfster, de weduwe H. Achtent (vrouw van I. Roos Spanjaar), verontschuldigt zich voor haar afwezigheid op haar standplaats op de Albert Cuypmarkt gedurende anderhalve week. De reden die zij opgeeft is dat zij "steun" (sociale bijstand) heeft aangevraagd en wacht op bericht van de "U.G." (vermoedelijk een afkorting voor een gemeentelijke uitkeringsinstantie). Ze vraagt de marktinspecteur om met deze situatie rekening te houden, waarschijnlijk om te voorkomen dat ze haar vergunning of vaste plek verliest wegens ongeoorloofde afwezigheid. De toon is beleefd maar getuigt van een precaire financiële situatie.

Archief 745 | 745-318 | Pagina 313 | 1940

Handgeschreven brief op gelinieerd papier.

In dit schrijven verzoekt de heer S. Brukkeman de marktautoriteiten om een tijdelijke ontheffing van zijn aanwezigheidsplicht op de markt. Hij voert economische redenen aan: door de moeilijke omstandigheden is het voor hem momenteel onmogelijk om een belegde boterham te verdienen. Om zijn rechten op de standplaats niet te verliezen, doet hij de toezegging dat hij gedurende zijn afwezigheid het wekelijkse marktgeld van 1,75 gulden zal blijven doorbetalen aan de marktmeester. Hij spreekt de hoop uit terug te keren wanneer de marktomstandigheden verbeteren.

Archief 745 | 745-318 | Pagina 336 | 1940

Brief (verzoekschrift)

* **Kern van de brief:** De briefschrijvers, Heids en Eveleens, verzoeken om een tijdelijke ontheffing van hun vaste standplaats op de markt en om vrijstelling van de bijbehorende kosten (marktgeld en verlichting). * **Argumentatie:** 1. De economische omstandigheden op de markt zijn verslechterd door "verschillende maatregelen". 2. Zij zien zich genoodzaakt om in het buitenland werk te zoeken om hun gezin te kunnen onderhouden. 3. Zij ervaren het als onrechtvaardig ("onregt") om te moeten betalen voor een standplaats en faciliteiten (licht) die zij op dat moment niet gebruiken. * **Toon:** De brief is formeel en beleefd ("beleefd verzoeken", "Hoogachtend"), maar bevat ook een duidelijke uiting van onvrede over het uitblijven van een eerdere reactie en de vermeende onredelijkheid van de heffingen. * **Schrijfwijze:** Het document bevat diverse verouderde spellingen en grammaticale constructies die typerend zijn voor die periode (zoals "voorloopig", "mogh", "onregt", "buiten land").

Archief 745 | 745-314 | Pagina 345 | 1940

Handgeschreven verzoekschrift / briefkaart.

Het betreft een formeel verzoek van een burger aan een gemeentelijke instantie (waarschijnlijk de Marktinspectie, getuige de afkorting "M. Insp"). De schrijver vraagt toestemming voor een tijdelijke standplaats op het Singel in Amsterdam om kerstbomen te mogen verkopen. De stijl is kenmerkend voor die tijd: hoffelijk ("gaarne in aanmerking willen komen") en beknopt. De administratieve nummers bovenaan en het cijfer '22' linksonder geven aan dat het verzoek is opgenomen in een officieel registratiesysteem.

Archief 745 | 745-353 | Pagina 8 | 1941

Handgeschreven brief op gelinieerd papier.

In dit schrijven laat Mej. Degen weten dat zij momenteel geen gebruik kan maken van de haar toegewezen vaste marktplaats aan de Westerstraat in Amsterdam. De opgegeven reden is dat er op dat moment "geen handel is", wat zij direct koppelt aan de heersende "omstandigheden". De brief is zakelijk maar beleefd geformuleerd. Opvallend is de archaïsche spelling (zoals "oogenblik" en het ontbreken van de stam+t bij "word") die typerend is voor die tijd of het opleidingsniveau van de schrijfster. De brief dient waarschijnlijk om haar recht op een standplaats in de toekomst veilig te stellen, getuige de afsluiting "houd ik mij aanbevolen".

Archief 745 | 745-353 | Pagina 36 | 1941

Handgeschreven verzoekschrift op een briefkaart of administratief formulier.

De brief is een formeel verzoek van een markthandelaar, I. Davidson, aan de marktinspectie. De afzender reageert op een sommatie om zijn toegewezen marktplaats vaker of regelmatiger te bezetten. Davidson voert aan dat hij niet altijd voldoende goederen ("handel") in voorraad heeft om de kraam te vullen – een veelvoorkomend probleem tijdens de oorlogsjaren door schaarste en distributiemaatregelen. Om zijn recht op de standplaats niet te verliezen, doet hij een concessie: hij biedt aan om het wekelijkse marktgeld door te betalen, ook op de dagen dat hij niet fysiek aanwezig kan zijn. De toon is uiterst beleefd en onderdanig, passend bij de formele omgangsvormen van die tijd en de precaire positie van de burger tegenover de autoriteiten.

Archief 745 | 745-352 | Pagina 79 | 1941

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

In deze brief verzoekt de heer J.H. Rose de marktinspecteur om clementie met betrekking tot zijn aanwezigheid op de markt aan de Lindengracht in Amsterdam. De kernpunten zijn: * **Grondstofschaarste:** De schrijver geeft aan dat hij door de "weinige toelage van handel" (beperkte toewijzing/voorraad) in textielwaren genoodzaakt is zijn marktbezoeken te beperken. * **Behoud van standplaats:** Hij probeert enkel nog op zaterdagen te komen, de drukste marktdag. Hij vraagt de inspecteur hiermee rekening te houden, omdat hij vreest zijn officiële standplaatsvergunning te verliezen als hij te vaak afwezig is. * **Toon:** De brief is geschreven in een zeer beleefde, bijna nederige toon ("Beleefd verzoek ik", "goedgunstig over mij wilt beschikken"), wat typerend was voor de correspondentie met autoriteiten in die tijd.

Archief 745 | 745-348 | Pagina 166 | 1941

Ambtelijk bijblad/memo met handgeschreven notities.

Het document bevat een interne correspondentie tussen ambtenaren van de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een discrepantie over het marktverleden van **J. Heide**. Een ambtenaar van de Belasting-keuringsdienst meldt dat Heide op 3 december 1940 op de markt op de **Uilenburg** stond, terwijl Heide dit zelf ontkent. Er wordt gevraagd aan Th. van Beeren om de administratie te controleren. De conclusie onderaan luidt dat Heide "niet genoteerd staat", waarna vervolgvragen worden gesteld over zijn geboortedatum en of hij een vaste staanplaats had.

Archief 745 | 745-349 | Pagina 244 | 1941

Handgeschreven brief/verzoekschrift.

In dit schrijven verzoekt M. Speijer om uitstel van betaling voor zijn of haar standplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De schrijver geeft aan dat het verschuldigde bedrag voor de maand februari niet voldaan kan worden vanwege "gebrek van handel" (te weinig inkomsten uit verkoop). Er wordt specifiek gevraagd om een uitstel van drie maanden. Het taalgebruik is beleefd en formeel ("Weled: Heer", "versoek ik u beleefd", "Hoogachtend"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. Het handschrift is duidelijk, hoewel de inkt op sommige plekken wat vervaagd is.

Archief 745 | 745-349 | Pagina 292 | 1941

Brief (verzoekschrift)

* **Kern van het verzoek:** W.J. Dekker verzoekt om de teruggave van een marktstandplaats direct voor zijn winkelpand aan de Albert Cuypstraat 106. Deze plek was voorheen eigendom van zijn vader, maar is zeven jaar eerder (rond 1934) verloren gegaan. * **Argumentatie:** 1. **Beschikbaarheid:** De bewuste plek is momenteel niet bezet. 2. **Marktomstandigheden:** De algehele bezetting van de Albert Cuypmarkt is slecht, zelfs op zaterdagen zijn er lege plekken. 3. **Economische noodzaak:** De schrijver schetst een somber beeld van de handel in 1941. Er is een gebrek aan chocolade (grondstoffen) en fruit is extreem duur geworden. Daarnaast is er geen handel meer in groenten in blik. 4. **Sociale druk:** Het bedrijf moet het inkomen verschaffen voor twee gezinnen, wat door de huidige beperkingen en het gebrek aan de buitenstandplaats bijna onmogelijk is geworden.

Archief 745 | 745-363 | Pagina 343 | 1941

Document

* **Inhoud:** De brief is een klacht van een burger (H.J. Glazener) gericht aan de marktinspectie. De schrijver meldt dat er dagelijks tussen 12:00 en 13:00 uur — waarschijnlijk tijdens de lunchpauze van de toezichthouders — een wagen van de "C.V.V." geparkeerd staat op de hoek van de Meeuwenlaan en de Valkenweg. De eigenaar van deze wagen zou zo een staanplaats bezetten zonder daarvoor te betalen. De afzender ervaart hier overlast van en verzoekt om verwijdering van de wagen. * **Schrijfstijl:** De tekst bevat diverse grammaticale fouten en spelfouten ("tusch" voor tussen, "Meuwlaan" voor Meeuwenlaan, "hij niet voor betaal"). Dit wijst op een afzender met een beperkte formele scholing. De tekst is echter zeer direct en functioneel. * **Identificatie:** * **Hollandia:** De lezing "Hollandia" in regel 4 is zeer aannemelijk, aangezien de bekende textielfabriek *Hollandia Kattenburg* gevestigd was aan de Meeuwenlaan in Amsterdam-Noord. * **C.V.V.:** Dit staat vermoedelijk voor de *Coöperatieve Vee-Verkooporganisatie*, wat logisch is in de context van wagens die op markten of nabij distributiepunten staan.

Archief 745 | 745-375 | Pagina 58 | 1942

Brief op briefpapier met handgeschreven kanttekeningen en rapportage.

In deze brief van 11 november 1942 verzoekt de groentehandelaar A. Wagenaar om zijn vaste marktplaats aan de Lindengracht (nummer 227) in Amsterdam te mogen behouden, ook al kan hij er momenteel niet staan. Hij voert als reden aan dat hij "zonder personeel zit". De reactie van de ambtenaren (waarschijnlijk van de Afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam) is onverbiddelijk. In de rapportage van 17 november wordt gesteld dat het gebrek aan personeel geen geldig excuus is; de regel is dat de vergunninghouder zelf op de markt aanwezig moet zijn. Omdat Wagenaar de plek momenteel niet bezet, luidt het advies om de marktplaatsvergunning per direct in te trekken. De uiteindelijke beslissing, bovenaan het document genoteerd, bevestigt dit: het verzoek is afgewezen. ---

Archief 745 | 745-375 | Pagina 266 | 1942

Handgeschreven brief op gelinieerd papier.

De brief is geschreven door Mozes Drukker, een Joodse marktkoopman die een standplaats (nummer 36) had op de Joodse markt aan het Waterlooplein. De kern van de brief is de mededeling dat hij naar een "werkkamp in Drente" moet vertrekken. De tekst is opmerkelijk om twee redenen: 1. **De hoop op terugkeer:** Drukker vraagt formeel of zijn standplaats bij terugkeer weer voor hem beschikbaar kan zijn. Dit laat zien dat men in de zomer van 1942 vaak nog geen volledig besef had van het definitieve en dodelijke karakter van de deportaties. 2. **De hulpvraag:** Onderaan voegt hij de zin toe: *"Misschien kan u voor mijn nog wat doen..?"*. Dit is een hartverscheurende, indirecte smeekbede aan een ambtenaar om hulp, uitstel of een uitzonderingspositie, geschreven in een tijd waarin de mazen van het net zich sloten. De brief is formeel en beleefd ("Hoogachtend"), wat de tragiek van de ongelijke machtsverhouding tussen de burger en de bureaucratie onder bezetting benadrukt.

Archief 745 | 745-375 | Pagina 278 | 1942

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

* **De kern van de brief:** Henriëtte Wurms-Zwarts schrijft een wanhopige brief om haar moeder, Sara Zwarts-Wertheijm, te behoeden voor deportatie. Haar vader, Abraham, is al in augustus 1942 opgepakt tijdens een razzia. * **De 'Sperre':** De brief draait om het verkrijgen van een 'Sperre' (vrijstelling). De schrijfster gebruikt de termen "versperren" en "gespert" (van het Duitse *gesperrt*). Dit betekende dat iemands persoonsbewijs werd afgestempeld, waardoor men (tijdelijk) beschermd was tegen transport naar de kampen. * **Economische argumentatie:** De schrijfster benadrukt dat haar moeder de marktplaats van haar gedeporteerde vader heeft overgenomen op het Waterlooplein. Omdat bijna iedereen op die markt een 'Sperre' heeft gekregen, begrijpt zij niet waarom haar moeder is overgeslagen. * **Persoonlijk leed:** De brief vermeldt dat de moeder al twee zoons en een schoonzoon heeft verloren "in Duitsland". In de context van 1942 betekende dit dat zij al gedeporteerd waren en er waarschijnlijk overlijdensberichten waren ontvangen, of dat men niets meer van hen hoorde. * **Instanties:** Er wordt verwezen naar de **Joodsche Raad** en specifiek naar de heer **Henri Hartog**. Hartog was een belangrijke functionaris bij de Joodsche Raad die zich bezighield met verzoeken voor vrijstellingen.

Archief 745 | 745-394 | Pagina 341 | 1942

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en ambtelijke stempels.

Dit document is een formele aanvraag van H. Snoek aan de Dienst Marktwezen in Amsterdam voor een vergunning om te mogen handelen op de "Joodsche Markt" in de Gaaspstraat. De aanvrager specificeert dat hij etenswaren en huishoudelijke artikelen wil verkopen. Uit de ambtelijke kanttekeningen blijkt het administratieve proces: 1. **30 november 1942:** Een eerste beoordeling stelt dat er "geen bezwaar" is. 2. **Beleidscheck:** Er wordt gecontroleerd of het quotum voor huishoudelijke artikelen op die specifieke markt al bereikt is. De notitie rechtsonder vermeldt dat er op de Gaaspstraat 192 plaatsen zijn, waarvan er 12 gereserveerd zijn voor huishoudelijke artikelen. 3. **Besluit:** De aanvraag wordt geaccepteerd ("acc p"). 4. **Afhandeling:** Op 23 december 1942 wordt er officieel een vaste plaats toegewezen (nummer 479 op de sollicitantenlijst).

Archief 745 | 745-397 | Pagina 103 | 1943

Zakelijke correspondentie (brief).

In deze brief verzoekt de N.V. Nederlandsche Scheepsbouw-Maatschappij (NSM) aan de Directeur van het Marktwezen om toestemming voor een tijdelijke ligplaats aan de Vischmarkt in Amsterdam. De kern van de aanvraag is de motorboot "Scheepsbouw III", die gebruikt wordt voor het vervoer van personeel tussen Amsterdam-Noord en de stad. De NSM stelt voor de boot tussen 17:20 uur 's avonds en 08:20 uur 's ochtends aan de steigers van de Vischmarkt te laten liggen. De handgeschreven opmerking onderaan de brief suggereert dat de afdeling Marktwezen bereid is akkoord te gaan, aangezien de steigers op dat moment niet door henzelf worden gebruikt. Er wordt echter nog wel een vraag gesteld (in rood) of dit het scheepvaartverkeer niet zal hinderen.

Relevante Archieffragmenten

Archief 745 | 745-323 | Pagina 347 | 1940

# TRANSCRIPTIE Den heer Inspecteur v/h Marktwezen. Alhier. Pr: 31/41 / M 40.

Relevantie: 84% ** v. middeldorp (marktambtenaar te amsterdam)., ** de inspecteur van het marktwezen, amsterdam.
Archief 745 | 745-305 | Pagina 127 | 1940

# TRANSCRIPTIE № 1/44/ M. 1940 29/5. Hr Inspecteur Marktwezen.

Relevantie: 83% ** onbekende ambtenaar/controleur (waarschijnlijk van de dienst marktwezen), zoals droogbak, govert flinckstraat +2
Archief 745 | 745-323 | Pagina 211 | 1940

# TRANSCRIPTIE Den heer Inspecteur vh. Marktwezen alhier. Br: 31/6/1 M 40. M.i. is tegen het verzoek van den heer B. Tromp geen bezwaar, daar hij zelf niet in de gelegenheid is om bedoelde plaats te bezetten, omrede hij op Zondag werkzaamheden verricht voor den Markt- koopliedenbond Mercurius. 26/1 - 40 T. Middelhuyt [?]

Relevantie: 83%
Archief 745 | 745-349 | Pagina 533 | 1941

# TRANSCRIPTIE Advies op No. 25/691. M.W. Den Heere Inspecteur v/h Marktwezen Alhier.

Relevantie: 83%
Archief 745 | 745-352 | Pagina 366 | 1941

# TRANSCRIPTIE Den heer Inspecteur v/h Marktwezen. br: 31/6/1 . 41. M. i. is het gewenscht, dat v d Berg er op wordt gewezen, dat hij een bewijs van den dokter moet toonen. A''dam 17/1 - 41 [Handtekening]

Relevantie: 82% ** onbekend (ondertekend met initialen, mogelijk "t. c. m.").