Ambtelijk bijblad/memo met handgeschreven notities.
Origineel
Ambtelijk bijblad/memo met handgeschreven notities. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/11/1 1941
DOORGEZONDEN: 21/2-1941.
[Linkerkolom]
Verf. inl. R’huis:
3 Dec ’40 is een ambtenaar
v.d. Belasting-keuringsdienst
bij een ambtenaar van
Uilenburg geweest. Heide
heeft volgens ambtenaar Uilenburg
in 1940 op de markt gestaan.
Heide beweert niet te hebben
gestaan op Uilenburg in 1940.
marktambtenaar
nader bericht amb.
[Paraaf] 3/3 ’41
det [?]
[Midden boven]
3/12 ’40
1 dag gestaan?
op Uilenburg.
M. Insp.
[Rechterkolom]
Th. van Beeren,
kunt U nagaan voor
welke markt en op
welken datum J. Heide
genoteerd staat?
[Paraaf] 27/2 ’41
[Rechtsonder]
Staat niet genoteerd.
[Paraaf] 3/3 ’41
Wanneer geboren?
Vaste plaats gehad?
[Voetnoot formulier]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document bevat een interne correspondentie tussen ambtenaren van de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een discrepantie over het marktverleden van J. Heide. Een ambtenaar van de Belasting-keuringsdienst meldt dat Heide op 3 december 1940 op de markt op de Uilenburg stond, terwijl Heide dit zelf ontkent.
Er wordt gevraagd aan Th. van Beeren om de administratie te controleren. De conclusie onderaan luidt dat Heide "niet genoteerd staat", waarna vervolgvragen worden gesteld over zijn geboortedatum en of hij een vaste staanplaats had. De datum (begin 1941) en de locatie (Uilenburg) zijn historisch zeer beladen. De Uilenburg was het hart van de Joodse wijk in Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werden marktkooplieden onderworpen aan strenge registraties en anti-Joodse maatregelen. In februari 1941 (de maand waarin dit document start) vonden de eerste grote razzia's plaats in deze buurt.
Dergelijke onderzoeken naar wie wanneer op welke markt stond, waren vaak onderdeel van het proces om Joodse ondernemers en marktkooplieden te isoleren, te registreren of hun vergunningen in te trekken. De ontkenning van Heide ("beweert niet te hebben gestaan") zou een poging kunnen zijn om onder bepaalde registraties of heffingen uit te komen die specifiek op die locatie van kracht waren geworden. J. Heide M. Insp M. No Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het document bevat een interne correspondentie tussen ambtenaren van de gemeente Amsterdam. De kern van de zaak is een discrepantie over het marktverleden van J. Heide. Een ambtenaar van de Belasting-keuringsdienst meldt dat Heide op 3 december 1940 op de markt op de Uilenburg stond, terwijl Heide dit zelf ontkent.
Er wordt gevraagd aan Th. van Beeren om de administratie te controleren. De conclusie onderaan luidt dat Heide "niet genoteerd staat", waarna vervolgvragen worden gesteld over zijn geboortedatum en of hij een vaste staanplaats had.
Historische Context
De datum (begin 1941) en de locatie (Uilenburg) zijn historisch zeer beladen. De Uilenburg was het hart van de Joodse wijk in Amsterdam. Tijdens de Duitse bezetting werden marktkooplieden onderworpen aan strenge registraties en anti-Joodse maatregelen. In februari 1941 (de maand waarin dit document start) vonden de eerste grote razzia's plaats in deze buurt.
Dergelijke onderzoeken naar wie wanneer op welke markt stond, waren vaak onderdeel van het proces om Joodse ondernemers en marktkooplieden te isoleren, te registreren of hun vergunningen in te trekken. De ontkenning van Heide ("beweert niet te hebben gestaan") zou een poging kunnen zijn om onder bepaalde registraties of heffingen uit te komen die specifiek op die locatie van kracht waren geworden.