Afschrift van een officiële gemeentelijke standplaatsvergunning.
Origineel
Afschrift van een officiële gemeentelijke standplaatsvergunning. Uitgegeven op 7 april 1939 (handgeschreven aantekening linksonder). De vergunning vervangt een eerdere versie uit 1936. [Stempel/Type bovenin:]
№ 39/3/5 M. 1939 11/4 [Handgeschreven:] M. Rijfeller (?) DM (S) 2 ex. k. d. heer
No. 5/962 L.M. 1938. [Rechts:] Afschrift.
[Lijn in rood potlood]
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,
Gezien een adres van: [Handgeschreven:] echtg. van B. Buitenkant.
Rebecca Haag, [Vinkje] geboren 8 September 1879
wonende : Lepelstraat 20c I,
waarbij vergunning wordt verzocht tot het innemen eener standplaats
ten verkoop van bloemen op den openbaren weg;
Geven adressante te kennen, dat haar,
onder intrekking van de haar verleende vergunning dd. 24 April
1936 No. 5/293 L.M.,
tot wederopzeggens toe
wordt toegestaan een standplaats in te nemen ten verkoop van
bloemen op den openbaren weg
[Rode streep]
in de Lepelstraat, voor den zijgevel van perceel Weesper-
straat 128, op een afstand van 8 m van de gevelrooilijn van
de Weesperstraat
a. des Maandags, Dinsdags, Woensdags, Donderdags en Zaterdags
[Rode streep] met een mand, groot 1 m bij 0.50 m, op het verhoogde voetpad
b. des Vrijdags met een [Rode streep] handkar op den rijweg,
om daarvan in beide gevallen, aanvangende te 9 uur des voor-
middags gebruik te maken gedurende de tijden waarop het ven-
ten met genoemd artikel volgens de Verordening op de Winkel-
sluiting is toegestaan
onder de volgende voorwaarden:
a. het verschuldigde standplaatsgeld moet bij vooruitbetaling
worden voldaan;
b. de vergunninghoudster mag alleen persoonlijk van deze ver-
gunning gebruik maken, zich bij den verkoop niet door helpers
of helpsters doen bijstaan en geen andere standplaats innemen,
dan de haar door de Politie aangewezene;
c. noch op, noch nabij de aangewezen standplaats mogen banken,
kisten, emmers water of andere voorwerpen worden geplaatst;
d. de aanwijzingen, in het belang der openbare orde door de Po-
litie te geven, moeten stipt worden nageleefd;
e. de vergunninghoudster moet op de eerste aanzegging der Poli-
tie de aangewezen plaats ontruimen, indien dit in het belang
van de openbare orde of van het openbaar verkeer door deze
wordt noodig geoordeeld, zullende de weder ingebruikneming
niet mogen geschieden, dan met haar toestemming;
[Handgeschreven in de linker marge in rood:] uitgev 7/4 39 [met rode streep eronder] Dit document is een officiële administratieve doorslag (afschrift) van een hernieuwde standplaatsvergunning voor een bloemenverkoopster in Amsterdam. De strikte voorwaarden vallen op:
* Logistieke restricties: Er wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen doordeweekse dagen (een mand op het trottoir) en de vrijdag (een handkar op de rijweg). Dit heeft waarschijnlijk te maken met de marktdrukte op vrijdag in de nabijgelegen Jodenbreestraat/Waterloopleinbuurt.
* Persoonlijke gebondenheid: Voorwaarde 'b' is zeer strikt; Rebecca Haag moet de standplaats persoonlijk bemannen en mag geen hulp inschakelen. Dit type vergunning was bedoeld als vorm van sociale steun voor individuele kleine neringdoenden, niet als basis voor een bedrijf met personeel.
* Straatbeeld: Voorwaarde 'c' verbiedt emmers water of kisten nabij de standplaats, wat voor een bloemenverkoopster een aanzienlijke logistieke uitdaging vormt, maar noodzakelijk werd geacht voor de doorstroming en het aanzien van de openbare weg. Het document dateert van april 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De locatie (Lepelstraat/Weesperstraat) en de namen (Haag, Buitenkant) wijzen erop dat dit een Joods gezin betreft in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De Weesperstraat was destijds een smalle, drukke straat vol kleine winkels en handel.
In de jaren dertig was de straathandel een cruciale bron van inkomsten voor de arme Joodse bevolking van Amsterdam. De bureaucratische precisie van deze vergunning toont aan hoe de gemeente Amsterdam deze informele economie probeerde te reguleren. Voor Rebecca Haag en haar gezin zou de situatie binnen twee jaar drastisch veranderen; na de bezetting werden dergelijke vergunningen voor Joodse Amsterdammers systematisch ingetrokken als onderdeel van de anti-Joodse maatregelen, waarna de deportaties volgden. Dit document is daarmee een tastbaar bewijs van het normale, gereguleerde leven aan de vooravond van de vernietiging van deze gemeenschap. B. Buitenkant M. Rijfeller Gemeente Amsterdam Politie