Officieel afschrift van een vergunningsvoorschrift/besluit.
Origineel
Officieel afschrift van een vergunningsvoorschrift/besluit. 17 maart 1939. f. de vergunning zal op eerste aanvraag aan alle ambtenaren
van de Politie en het Marktwezen ter inzage moeten worden
overhandigd, zoomede de kwitantie betreffende het betaalde
standplaatsgeld over de loopende week.
Deze vergunning zal dadelijk aan den Chef van de 2e afdeeling der
4e Politie-sectie en aan het hoofdkantoor van den Dienst van het
Marktwezen moeten worden vertoond, en niet van kracht zijn, wanneer
niet tevens wordt vertoond een kwitantie, waaruit blijkt, dat het
standplaatsgeld over de loopende week is betaald.
W.
A M S T E R D A M, 17 Maart 1939.
Leges f. 1,-.
Burgemeester en Wethouders voornoemd,
get. DE VLUGT.
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris,
[handtekening: Van Lier]
--- Het document bevat aanvullende voorwaarden (onderdeel 'f' en een volgende paragraaf) voor een vergunning, zeer waarschijnlijk een marktvergunning gezien de vermelding van de "Dienst van het Marktwezen" en "standplaatsgeld".
De belangrijkste bepalingen zijn:
* De vergunning moet op verzoek direct getoond worden aan de politie of ambtenaren van het Marktwezen.
* De vergunning is alleen geldig in combinatie met een betalingsbewijs (kwitantie) van het standplaatsgeld voor de huidige week.
* Er moet melding worden gemaakt bij specifieke politiediensten (2e afdeling van de 4e Politie-sectie) en het hoofdkantoor van het Marktwezen.
* Voor de administratieve handeling (leges) is 1 gulden in rekening gebracht.
Het document is een gecertificeerd afschrift ("eensluidend afschrift"), wat betekent dat dit een officiële kopie is van het originele besluit van het College van Burgemeester en Wethouders.
--- Dit document stamt uit maart 1939, een periode van grote spanning in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was het marktwezen streng gereguleerd. Willem de Vlugt was van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam; hij bleef in functie tijdens de eerste periode van de Duitse bezetting tot hij door de nazi's werd vervangen.
Dergelijke vergunningen waren essentieel voor marktkooplieden om hun beroep uit te kunnen oefenen. De strikte controle op de betaling van standplaatsgeld per week wijst op een strak bureaucratisch toezicht op de openbare markten in die tijd. De specifieke verwijzing naar de 4e Politie-sectie suggereert dat de standplaats zich in het rechtsgebied van dat specifieke bureau bevond (destijds vaak gerelateerd aan de Joodse buurt of de Jordaan, afhankelijk van de precieze indeling in 1939). Marktwezen Politie
Samenvatting
Het document bevat aanvullende voorwaarden (onderdeel 'f' en een volgende paragraaf) voor een vergunning, zeer waarschijnlijk een marktvergunning gezien de vermelding van de "Dienst van het Marktwezen" en "standplaatsgeld".
De belangrijkste bepalingen zijn:
* De vergunning moet op verzoek direct getoond worden aan de politie of ambtenaren van het Marktwezen.
* De vergunning is alleen geldig in combinatie met een betalingsbewijs (kwitantie) van het standplaatsgeld voor de huidige week.
* Er moet melding worden gemaakt bij specifieke politiediensten (2e afdeling van de 4e Politie-sectie) en het hoofdkantoor van het Marktwezen.
* Voor de administratieve handeling (leges) is 1 gulden in rekening gebracht.
Het document is een gecertificeerd afschrift ("eensluidend afschrift"), wat betekent dat dit een officiële kopie is van het originele besluit van het College van Burgemeester en Wethouders.
Historische Context
Dit document stamt uit maart 1939, een periode van grote spanning in Europa, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was het marktwezen streng gereguleerd. Willem de Vlugt was van 1921 tot 1941 burgemeester van Amsterdam; hij bleef in functie tijdens de eerste periode van de Duitse bezetting tot hij door de nazi's werd vervangen.
Dergelijke vergunningen waren essentieel voor marktkooplieden om hun beroep uit te kunnen oefenen. De strikte controle op de betaling van standplaatsgeld per week wijst op een strak bureaucratisch toezicht op de openbare markten in die tijd. De specifieke verwijzing naar de 4e Politie-sectie suggereert dat de standplaats zich in het rechtsgebied van dat specifieke bureau bevond (destijds vaak gerelateerd aan de Joodse buurt of de Jordaan, afhankelijk van de precieze indeling in 1939).