M.S. Adviseerde
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 55
Maurits Agsteribbe (geb. 1903) was een fruitkoopman op de Waterloopleinmarkt. In 1939 aangehouden wegens kruimeldiefstal. In 1942 moest hij zijn standplaats op de Centrale Markthallen beëindigen, waarschijnlijk door arisering. Overleed in maart 1943.
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Kaart van de Marktinspectie/Marktwezen (waarschijnlijk Amsterdam).
Dit document is een officiële administratieve kaart van de marktinspectie. De kern van de zaak is een verzuim: de heer A. Acohen, die standplaats nummer 369 op de Albert Cuypstraat (de bekende Albert Cuypmarkt) bezit, heeft zijn plek niet regelmatig bezet. In het marktsysteem was (en is) het vaak verplicht om een minimum aantal dagen aanwezig te zijn om het recht op de vaste standplaats te behouden. De heer Acohen is opgeroepen voor een gesprek op 13 oktober 1939 om 9:00 uur. Uit de 'Aanteekeningen Inspecteur' blijkt het resultaat van dit gesprek: de koopman heeft toegezegd voortaan weer minimaal twee keer per week zijn plaats in te nemen. De notitie is ondertekend door inspecteur De Leeuw.
Handgeschreven ambtelijk schrijven of rapport.
* **Kernboodschap:** De auteur rapporteert aan een inspecteur over een ongeplande vervanging bij een handelsactiviteit (waarschijnlijk een marktkoopman). De heer Smid is afwezig wegens ziekte en wordt vervangen door de heer Machielse. * **Procedureel:** De auteur adviseert om niet direct een officiële doktersverklaring te eisen, maar eerst af te wachten of de ziekte van korte duur is. Pas bij langdurige afwezigheid moet de bureaucratische weg van een medische verklaring en een officiële vervangingsvergunning (voor 1 tot 2 maanden) bewandeld worden. * **Stijl:** Het document is geschreven in een zakelijke, ambtelijke toon die typerend is voor de vroege 20e eeuw, inclusief de toen gangbare spelling ("gewenscht", "langen duur") en afkortingen ("mi." voor mijns inziens).
Getypt verslag/notulen van een commissievergadering (pagina 2).
* **Inhoud:** Het document betreft een beraadslaging over de regulering van de handel en het slachten van wild en gevogelte. Er is sprake van een spanningsveld tussen nationale wetgeving (Vleeschkeuringswet) die in voorbereiding is, en de wens om lokaal sneller in te grijpen via de Algemene Plaatselijke Verordening (A.P.V.). * **Belangrijke punten:** * De heer Reeser is sceptisch over de snelheid van landelijke wetswijzigingen. * De heer Van der Laan pleit voor uitbreiding van het marktbedrijf en keuring via het lokale abattoir. * Er is consensus (unanimiteit) om niet op landelijke wetgeving te wachten maar de A.P.V. als basis te gebruiken. * Verwijzingen naar de Bouwverordening tonen aan dat men alle juridische instrumenten overweegt om hinder door dieren aan te pakken. * **Kenmerken:** Het document bevat een handmatige correctie (het doorgehaalde "te" en de toevoeging "door" boven de regel) en rode markeringen in de marge bij belangrijke standpunten.
Ambtelijk rapport/notitie betreffende een parkeervergunning.
Dit document is een verslag van een ambtenaar (mogelijk een inspecteur van politie) over een verzoek van de firma v. Soest. De kern van het dossier is een parkeerkwestie in de Kinkerbuurt te Amsterdam. De heer Van Soest probeerde via een omweg (het vrijhouden van de garage-uitgang aan de Ten Katestraat) een parkeervergunning ("concessie") te verkrijgen voor de Bellamystraat. Het proces werd vertraagd door personele wisselingen (overplaatsing van Cohen naar Blind) en ziekteverzuim/vakanties. De uiteindelijke conclusie van Inspecteur Blind is negatief: er kan geen officiële toestemming worden verleend omdat dit een precedent zou scheppen voor andere bedrijven in de straat. Er wordt echter wel enige coulance gesuggereerd vanwege de logistieke problemen die de Ten Katemarkt voor de firma veroorzaakt.
Getypte brief met handgeschreven aantekeningen.
* **Inhoud:** De brief is een officiële mededeling van een sanctie. De heer C. Betlem krijgt een toegangsverbod voor de Centrale Markt voor de duur van drie dagen. * **Aanleiding:** De heer Betlem is betrapt op het storten van vuil (afval) op pier A van de markt op de ochtend van 15 maart 1939. * **Juridisch kader:** De directeur beroept zich op artikel 35 lid 1 van het specifieke marktreglement om deze maatregel op te leggen. * **Stijl en taal:** De brief is geschreven in een formele, ambtelijke stijl. Opvallend is het gebruik van de 'y' waar we tegenwoordig 'ij' schrijven (*My, tyd, namelyk, Vrydag*), wat destijds gebruikelijk was in bepaalde administratieve contexten. * **Status:** De handgeschreven aantekening "verzonden 15/3" duidt op een kopie die in het archief werd bewaard ter administratieve verantwoording.
Ambtelijk advies/brief.
* **Taalgebruik:** Het document is geschreven in formeel vooroorlogs Nederlands, gekenmerkt door de toenmalige spelling (zoals "korten tijd", "den koopman", "zooals"). Het taalgebruik is zakelijk maar direct wat betreft de persoonlijke details. * **Kern van de zaak:** De brief betreft een financieel geschil tussen twee marktkooplieden: J. Th. Arentzen (standplaats 36 AC) en H.H. Philipsen (standplaats 42 AC). Arentzen eist een geldbedrag terug van Philipsen. * **Oorzaak van het conflict:** De schrijver legt een pikant detail bloot: de vriendschap tussen de mannen is bekoeld omdat Arentzen, een getrouwd man, een verhouding (eufemistisch "bijzonder vriendschap" genoemd) had met de dochter van Philipsen. Nu deze verhouding voorbij is, eist Arentzen zijn geld op. * **Ambtelijk oordeel:** De schrijver adviseert de Inspecteur van het Marktwezen om niet te interveniëren. Omdat het een "zuiver civiele vordering" betreft die voortkomt uit een privékwestie, valt dit buiten de bevoegdheid (competentie) van de marktmeester of de inspectie. Arentzen wordt verwezen naar de burgerlijke rechter.
Administratieve kaart/bijblad (Alg. Zaken Model No. 14).
Dit document is een administratief dossierblad uit november 1939 betreffende de afhandeling van een betalingskwestie voor een zekere Mevrouw M. Nebig. Uit de aantekeningen valt op te maken dat er sprake is van een "Standpl. verg." (standplaatsvergoeding) over de periode april tot en met oktober 1939. Mevrouw Nebig is vanaf 17 oktober van dat jaar opgenomen in een ziekenhuis. Er wordt geconstateerd dat de vergoeding is betaald tot 26 augustus 1939. Er is nog een schuld van enkele weken die betaald zal worden, mits er een bewijs van opname van de "Z.I." (waarschijnlijk de Ziekeninrichting of Ziekenfondsinstelling) wordt overlegd. De verschillende data (21, 22, 24 en 29 november) tonen de voortgang van de administratieve verwerking en de correspondentie (het "oproepen" van de betrokkene).
Ambtelijke notitie / intern memo betreffende een verzoek om restitutie.
De tekst betreft een afwijzing van een verzoek om terugbetaling (restitutie). Een zeker persoon, de heer Gier, had verzuimd zijn legitimatiebewijzen of toegangskaarten tijdig te vernieuwen of te ordenen. Ondanks herhaalde waarschuwingen van het controlepersoneel ("portiers en personeel kaartencontrole") bleef hij nalatig. Als gevolg daarvan moest hij bij iedere controle een bedrag van 25 cent (f 0.25) betalen, waarschijnlijk als administratieve boete of voor tijdelijke bewijzen. Nu de definitieve kaarten voor het jaar 1939 eindelijk in orde zijn, heeft de heer Gier gevraagd om het eerder betaalde geld terug te krijgen. De opsteller van de notitie (waarschijnlijk Mees) vindt dit verzoek "onbeschaamd", aangezien de kosten het directe gevolg waren van de eigen laksheid van de betrokkene. De conclusie is dan ook resoluut: "geen restitutie". Deze beslissing wordt door een hogere functionaris geaccordeerd.
Administratief formulier (afschrift van ziekmelding).
Het document is een officieel afschrift van een ziekmelding van een ambtenaar werkzaam bij de gemeentelijke dienst Marktwezen in 1939. Het formulier dient om de controlerend arts op de hoogte te stellen van het verzuim. Enkele administratieve details vallen op: * **Personeelsgegevens:** De heer Crouwel is een veertigjarige ambtenaar in "vasten en vollen dienst". Hij valt onder salarisgroep II, wat destijds duidde op een specifieke inschaling in het ambtelijk apparaat. * **Locatie:** Het adres (Willem de Zwijgerlaan 123-III) en de dienst (Marktwezen) duiden op Amsterdam. * **Stempels:** De paarse stempel "DA/81//M. 1339" is een registratienummer van de centrale administratie. * **Ziekteverloop:** Het document vermeldt specifiek dat dit het "tweede" verzuim van het jaar is, wat relevant was voor de opbouw van ziekteverlof of mogelijke kortingen op het salaris.
Ambtsbericht/Advies betreffende een marktplaatsvergunning.
Dit document is een ambtelijk advies aan de Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Het behandelt een personele wijziging bij een felbegeerde viskraam op de Albert Cuypmarkt. De kernpunten uit de tekst zijn: 1. **Historiek van de standplaats:** De kraam was van 1922 tot begin 1938 officieel in handen van de echtgenote van de aanvrager, mevrouw G. Vermeulen-Scheffer. Na haar overlijden is de vergunning overgegaan op haar man, H.J. Vermeulen. 2. **Bedrijfsvoering:** Vermeulen wordt omschreven als een niet-geroutineerde koopman die de zaak drijvend houdt dankzij "oude connecties" en zich specialiseert in riviervis. 3. **Personele kwestie:** Vanwege de ziekte van zijn vaste (jonge) assistent, de heer G. Bak, vraagt Vermeulen toestemming om geassisteerd te worden door Frans Ostendorf. 4. **Kwalificatie assistent:** Ostendorf wordt geïntroduceerd als een ervaren visverkoper van de nabijgelegen Wapperstraatmarkt. De toon van het document is feitelijk en procedureel, typerend voor de gemeentelijke administratie uit die periode.
Officiële sommatie / zakelijke brief.
* **Toon en taalgebruik:** De brief is formeel en dreigend van toon. Er wordt gebruikgemaakt van ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw (bijvoorbeeld: "te mijnen kantore", "zoudt voldoen"). * **Kern van de zaak:** De heer Brand is een kramenexploitant die verzuimt het verschuldigde standplaatsgeld aan de gemeente/marktinstantie te betalen. Ondanks eerdere waarschuwingen is de betaling uitgebleven. * **Ultimatum:** De geadresseerde wordt ontboden op het kantoor aan de Jan van Galenstraat. Indien hij niet verschijnt, volgt een direct verbod op het plaatsen van zijn kramen op de markten. * **Economische druk:** De schrijver zet extra druk op de heer Brand door te wijzen op het feit dat zijn klanten (de marktkooplieden die bij hem huren) de dupe zullen worden en naar een concurrent zullen overstappen.
Kennisgeving van ziekteverzuim (kopie) ten behoeve van de controlerend gemeente-arts.
Dit document is een administratieve melding van het ziekteverzuim van de heer J.N.F.G. Crouwel, werkzaam als 'contrôleur (A)' bij de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. Opvallende details zijn: * **Verzuimfrequentie:** Het betreft het vijfde ziektegeval van de werknemer in het jaar 1939, wat duidt op een kwetsbare gezondheid of een specifiek verzuimpatroon. * **Status:** De heer Crouwel is een 40-jarige ambtenaar in 'vasten en vollen dienst', ingedeeld in salarisgroep II. * **Verwerking:** Het formulier is gedateerd op 28 augustus, maar de handgeschreven datum rechtsboven geeft aan dat het op 29 augustus is verzonden naar de controlerend gemeente-arts, Dr. J.P. Hofstee. * **Archivering:** De paarse stempel met het nummer 'DA/108/ M. .539' suggereert een centrale registratie bij een overkoepelende afdeling (mogelijk Directie Algemene Zaken of een soortgelijke administratie).
Ambtelijk advies / verzoekschrift met betrekking tot marktvergunningen.
* **Kern van het document:** Het document betreft een verzoek van S. Schram, een marktkoopman die een standplaats (No. 59) heeft aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam. Hij vraagt toestemming om H. Oerlemans (geboren op 3 mei 1921) aan te stellen als zijn tweede assistent. * **Motivering:** Er worden twee persoonlijke redenen aangevoerd voor dit verzoek: 1. De heer Schram is zelf onder medische behandeling ("onder Dr's behandeling"). 2. Zijn echtgenote is zwanger ("in positie verkeert"). * **Linguïstische details:** De term "in positie verkeeren" is een destijds gebruikelijke, enigszins eufemistische uitdrukking voor zwangerschap. De afkorting "A’dam" voor Amsterdam en de spelling "October" (met een 'c') zijn typerend voor de periode voor de spellinghervorming van 1947.
Administratieve indexkaart van de Amsterdamse marktdienst.
Dit document is een officiële kaart betreffende een tuchtrechtelijke of administratieve procedure binnen de Amsterdamse markthandel. * **De klacht:** De heer Kuiper is opgeroepen omdat hij zijn standplaats (nummer 128) op de Lindengracht niet "geregeld" (regelmatig) zou bezetten. In die tijd was de druk op standplaatsen groot; wie zijn plek niet gebruikte, liep het risico de vergunning kwijt te raken. * **Het verweer:** Uit de handgeschreven aantekeningen van Inspecteur de Haas blijkt dat Kuiper zich verdedigt. Hij stelt dat hij slechts één keer afwezig is geweest en dit correct heeft gemeld bij de Marktopziener (afgekort als *Marktopz.*). * **Status:** De zaak lijkt reeds besproken te zijn met een zekere heer Wolff. De aantekeningen zijn gedateerd op de dag van de oproep (15-11-39).
Getypte brief (doorslag of officieel afschrift).
Dit document is een officiële administratieve beslissing van de directeur van een Amsterdamse overheidsinstantie (waarschijnlijk de marktmeester of de dienst Marktwezen). De ontvanger, de heer J. Tas, krijgt een tijdelijk uitstel van drie maanden voor zijn verplichting om zijn marktplaatsen te bezetten. De kernpunten zijn: 1. **Reden:** De heer Tas is "ongesteld" (ziek of tijdelijk arbeidsongeschikt). 2. **Locaties:** Het betreft standplaatsen op de Lindengracht en de Westerstraat, twee bekende markten in de Amsterdamse Jordaan. 3. **Voorwaarde:** Hoewel hij niet fysiek aanwezig hoeft te zijn, blijft de verplichting bestaan om het "marktgeld" (de stageldvergoeding) door te betalen. Dit was cruciaal om het recht op de standplaats te behouden.
Ambtelijk advies / Interne memo.
Dit document bevat een negatief ambtelijk advies betreffende een verzoek van marktkoopman M. Speijer. De inspectie stelt dat de man een "onregelmatige plaatsbezetter" is die zich niet aan het reglement houdt. Sinds 13 juli 1940 (ongeveer tien dagen voor de datum van dit schrijven) heeft hij zijn standplaats niet meer gebruikt. De ambtenaar legt een direct verband tussen de afwezigheid van de koopman en financiële problemen; hij vermoedt dat de "stagnatie" in de uitbetaling van steun of handgeld de reden is voor het wegblijven. De toon van het advies is streng: men is van mening dat de markt (de "AE markt", waarschijnlijk de Albert Cuypmarkt) beter af is zonder dergelijke onbetrouwbare plaatshouders. Het advies luidt dan ook om het verzoek niet in te willigen.
Administratieve rapportage/notitie betreffende huur en ziekteverzuim.
Het document is een ambtelijke verslaglegging betreffende de financiële en professionele status van de heer P. Wans. De kernpunten zijn: 1. **Gezondheidstoestand:** De heer Wans is sinds 20 november 1939 ziek en volgens zijn vakbond inmiddels blind geworden, waardoor hij zijn beroep als sigarenmaker definitief niet meer kan uitoefenen. 2. **Financiële tegemoetkoming:** Er wordt verwezen naar een besluit van Burgemeester en Wethouders (B.W.) van Amsterdam, waarbij sigarenmakers die hun werkplaats huren van de gemeente, recht hebben op huurvrijstelling bij langdurige ziekte (na een wachttermijn van drie weken). 3. **Berekening:** De kwijtschelding gaat voor Wans in op 17 december 1939. Er staat nog een klein bedrag open (f 2.25) voor de periode daarvoor. 4. **Vergunning:** Er wordt gewaarschuwd dat zijn tabaksvergunning kan vervallen als deze langer dan een jaar ongebruikt blijft.
Administratieve registratiekaart (steunkaart).
Dit document is een indexkaart betreffende de sociale status van de heer P.C.A. Renet, woonachtig aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De kaart dient om een besluit vast te leggen over de voortzetting van maatschappelijke steun (financiële bijstand). De heer Renet is 68 jaar oud, wat in 1940 boven de gangbare pensioenleeftijd lag, maar hij ontving blijkbaar nog steun onder een specifieke regeling ("Artikel 11 b/c"). De aantekening "wil in steun blijven" duidt op een verzoek van de betrokkene tijdens of naar aanleiding van een oproeping op 10 juli 1940. Bij het vak 'Advies' is het woord "intrekken" met een dikke blauwe pen doorgestreept. Dit suggereert dat men aanvankelijk overwoog de steun stop te zetten, maar dat dit besluit is herzien of afgewezen. De kaart is ondertekend door de directeur, wiens handtekening identificeerbaar is als die van Dr. A. de Roos.
Ambtelijk rapport/verslag betreffende een overtreding van de haven- of marktreinigingsvoorschriften.
Dit document is een verslag van een incident in de Amsterdamse haven (waarschijnlijk nabij de Centrale Markthallen, gezien de referentie naar het Marktkanaal en de bloemkoolbladen). Schipper Meeuwisse lapte de instructies van Controleur Vis aan zijn laars. In plaats van zijn groenteafval in de daarvoor bestemde "Houtskuit" (een afvalschuit) te deponeren, gooide hij het overboord met het argument dat de wind het wel weg zou blazen. De overtreding werd bevestigd door een getuige (Daalman) van de dienst "Drijvend vuil" (S.R. staat vermoedelijk voor Stadsreiniging). Als gevolg hiervan werden de opruimkosten verhaald op de schipper. Het bedrag van 5 gulden was in 1940 een aanzienlijke boete/vergoeding voor een dergelijk vergrijp.
Handgeschreven brief/kaart op briefkaartformaat.
* **Kernboodschap:** De afzender reageert op een aanmaning betreffende een betalingsachterstand van drie weken voor een standplaats op de Westerstraat-markt. Hij belooft de schuld zo spoedig mogelijk te voldoen. * **Persoonlijke situatie:** De heer Peekel is een marktkoopman die op het moment van schrijven niet thuis is, maar is gemobiliseerd in het leger. Het adres "3-III-7. R.I." duidt op het 3e bataljon van het 7e Regiment Infanterie. * **Toon:** De brief is geschreven in een zeer beleefde, formele toon ("met de meeste hoogachting"), wat gebruikelijk was voor correspondentie met officiële instanties in die tijd. * **Administratieve sporen:** De stempels en handgeschreven nummers in de marges wijzen erop dat dit document deel uitmaakte van een geordend archiefsysteem, waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam (gezien de Westerstraat en het woonadres).
Dienstverslag / Rapport betreffende markttoezicht.
Dit document is een ambtelijk rapport van de Amsterdamse dienst Marktwegen. De kern van de rapportage betreft onregelmatigheden rondom de bezetting van marktkramen. Er wordt geconstateerd dat de officiële vergunninghouders (P. Dresden en M. Wurms) zich laten vervangen door onbevoegden of dat de officiële assistenten hun taken weer delegeren aan anderen (een 'knecht' of een 'neef'). De tekst illustreert de strikte hiërarchie en reglementering op de Amsterdamse markten: een 'opsteker' (iemand die de kraam opbouwt) of standhouder mocht niet zomaar zijn plek verlaten of overdragen. Opmerkelijk is de vermelding dat J. Dresden een eigen vaste plek opgaf om assistent te worden op een 'gunstiger' plek van zijn broer, wat duidt op de economische strategievoering binnen de markthandel. De administratieve krabbels onderaan tonen de escalatie van maatregelen: van waarschuwingen tot een feitelijke schorsing van één dag voor het innemen van te veel ruimte.
Ambtelijk advies / correspondentie.
Het document is een ambtelijk schrijven waarin wordt geadviseerd over de financiële verplichtingen van een Amsterdamse marktkoopman, L. Wrukker. De kern van het verzoek is een vrijstelling van het marktgeld. Er worden twee redenen aangevoerd waarom de standplaats niet is gebruikt: 1. **Mobilisatie:** De rechthebbende, Wrukker, is opgeroepen voor militaire dienst. Hoewel zijn vader hem mocht vervangen, is dit in de praktijk niet gebeurd. 2. **Weersomstandigheden:** Er wordt expliciet melding gemaakt van een "vorstperiode" die de handel onmogelijk maakte. De ambtenaar adviseert positief over de vrijstelling, gebaseerd op een bestaand besluit van Burgemeester en Wethouders (B en W), op voorwaarde dat de legitimatiekaart van de koopman wordt ingeleverd bij de dienst Marktwezen (M.W.). De code "pl. 21/2 AC" duidt waarschijnlijk op de specifieke locatie en marktsectie (mogelijk Albert Cuyp of een vergelijkbare aanduiding).
Notulen of verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een commissie of bestuursorgaan gerelateerd aan de Centrale Markt).
* **Kern van het debat:** De discussie draait om twee hoofdpunten: de openingstijden van de Centrale Markt op zaterdag en de veiligheidsmaatregelen in het kader van de luchtbescherming. * **Belangen:** Er is een duidelijk spanningsveld tussen de operationele eisen van de markt (en mogelijk de bezetter of de overheid) en de sociale/economische belangen van de winkeliers. De heer Blom voert een opvallend argument aan over de gezinsbelangen: latere markttijden betekenen dat de echtgenote van de winkelier langer in de winkel moet staan en dus langer van haar gezin gescheiden is. * **Democratisch proces:** Er vindt een formele stemming plaats waarbij het voorstel voor ruimere openingstijden nipt wordt verworpen (7 tegen 6). * **Veiligheid:** De "Rondvraag" onthult zorgen over het gebrek aan echte schuilkelders. De voorzitter geeft aan dat de huidige oplossing (pakhuiszolders met zandzakken) door de Luchtbeschermingsdienst nog niet publiekelijk is gecommuniceerd.
Ziekteverzuimformulier (kopie) voor een gemeenteambtenaar.
* **Status werknemer:** De heer Joghems is een mannelijke ambtenaar in vaste dienst ("vasten en vollen dienst"). Hij bekleedt een leidinggevende functie als "chef-marktopzichter" en valt in salarisgroep IV. * **Administratieve details:** Dit is zijn eerste ziektemelding van het jaar 1940. De doorhalingen bij de burgerlijke staat en dienstverband tonen aan dat het een standaardformulier is waarbij de niet-relevante opties zijn weggestreept. De tekst "Leeftijd op 31 December" is vervangen door "Geboortejaar: 1886", wat duidt op een verandering in de administratieve werkwijze. * **Identificatie:** Het adres Potgieterstraat 10 ligt in Amsterdam (Oud-West), wat bevestigt dat het hier zeer waarschijnlijk gaat om de Amsterdamse Gemeentelijke Dienst van het Marktwezen.
Getypt afschrift van een ambtelijke correspondentie of rapportage.
Dit document betreft een verzoek om een hernieuwing van een opkopersvergunning voor een persoon genaamd I. de Magtige. Hij had deze vergunning voorheen tussen 1923 en 1934. Nadat hij aanvankelijk had aangegeven te willen stoppen, probeert hij sinds 1935 weer actief te worden in de handel. Belangrijke punten uit het document: * **Beroepsonderbreking:** De Magtige was tussen 1933 en 1935 niet actief als opkoper vanwege werk als kruier en een ernstige medische klacht (kaakverzwering). * **Financiële status:** Hij ontvangt op het moment van schrijven "den steun" (werkloosheidsuitkering of sociale bijstand), maar wil dit verlaten door zijn handel weer op te pakken. * **Referenties:** Er wordt verwezen naar een controleur van het Marktwezen en naar Salomon de Jong, een bekende Joodse lompenhandelaar. * **Bureaucratie:** Het document is een herinnering of samenvatting van een dossier dat al sinds 1935 loopt, waarin herhaaldelijk is geadviseerd om hem de vergunning terug te geven.
Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een marktcommissie of een overleg tussen gemeentebestuur en handelaren).
Het document verslaat de discussie over twee kernthema’s: de bedrijfsvoering van de Centrale Markt en de voorbereiding op oorlogsomstandigheden. 1. **Openingstijden op zaterdag:** Er bestaat een conflict tussen het streven naar efficiëntie (eerder openen) en het sociale welzijn van de winkeliers. Interessant is het argument van de heer Blom over de "echtgenoote": zij moet de winkel draaiende houden terwijl de man op de markt is. Een latere marktgang betekent dat zij langer van haar gezin gescheiden is. De stemming is zeer nipt (7 voor, 6 tegen), wat duidt op grote verdeeldheid onder de belanghebbenden. 2. **Luchtbescherming:** De dreiging van een gewapend conflict is duidelijk aanwezig. De heer Blom dringt aan op professionele schuilkelders. De reactie van de voorzitter onthult dat men destijds koos voor provisorische oplossingen (zandzakken op pakhuiszolders) en dat de overheid (de Luchtbeschermingsdienst) terughoudend was met het verstrekken van informatie, mogelijk om paniek te voorkomen.
Dienstbrief / Formulier (Model No. 14) betreffende vakantieverlof.
Dit document is een administratieve kennisgeving van de Amsterdamse Gemeente-Arbeidsbeurs aan de directie van het Gemeentelijk Marktwezen. Het doel is het coördineren van de vakantie van een arbeider, de heer A.H. Klaassens. De kernpunten van het document zijn: 1. **Detachering:** De heer Klaassens is een arbeider uit de 'Gemeente-Arbeidersreserve' (G.A.R.) die tijdelijk is tewerkgesteld (gedetacheerd) bij het Marktwezen. 2. **Verlofaanvraag:** Op basis van de geldende regels voor deze reservisten wordt voorgesteld om hem van 16 tot en met 25 mei 1940 met vakantie te laten gaan. 3. **Procedure:** De Arbeidsbeurs vraagt de ontvangende dienst (Marktwezen) om akkoord te gaan met deze data, of alternatieve data vast te stellen binnen het vakantieseizoen en vóórdat de arbeider weer terugkeert naar de reservepool. 4. **Autoriteit:** De brief is ondertekend door J. Verrijzer, de toenmalige directeur van de Gemeente-Arbeidsbeurs.
Administratief formulier voor een ziektemelding ("COPIE").
* **Administratieve status:** Dit is een doorslag of kopie van een officiële melding van arbeidsongeschiktheid voor een gemeentelijk ambtenaar in Amsterdam. * **Medische status:** De heer Marinus is voor de tweede keer dat jaar ziek. Er is sprake van een ongeval, waarvoor hij is behandeld in het Wilhelmina-Gasthuis (WG), destijds een van de belangrijkste ziekenhuizen van Amsterdam. * **Functieprofiel:** Als "contrôleur (A)" bij het Marktwezen hield hij waarschijnlijk toezicht op de orde en regelgeving op de Amsterdamse markten. Hij viel onder salarisgroep II en had een vaste aanstelling ("vasten en vollen dienst"). * **Bureaucratische kenmerken:** Het document vertoont veel sporen van administratieve verwerking: een kenmerknummer (No 8 A/g 2 / M. 1940), doorhalingen van niet-relevante opties op het formulier, en een specifieke code "b2" die waarschijnlijk duidt op een pensioen- of verzekeringscategorie.
Dienstkaart/Oproeping van de Marktdienst.
Het document is een officiële waarschuwing aan een marktkoopman, de heer H.F. Aptroot. Uit de gegevens blijkt dat hij in de periode van 4 tot 30 september 1940 zijn toegewezen standplaats op de Albert Cuypmarkt slechts één keer heeft bezet. Omdat marktplaatsen schaars en gereguleerd zijn, was (en is) men verplicht deze regelmatig te gebruiken om de vergunning te behouden. De heer Aptroot is opgeroepen voor een gesprek op 16 of 18 oktober om 9:00 uur. Inspecteur De Haan noteert vervolgens dat Aptroot heeft toegezegd zijn plaats voortaan minimaal twee keer per week in te nemen. Hierop is het dossier op 25 oktober "gezien" door een meerdere en op 29 oktober gearchiveerd ("opbergen").
Ambtelijke brief/rapportage
* **Problematiek:** De brief schetst een beeld van operationele chaos op de Dappermarkt. De kern van het probleem ligt bij de "stallenverhuurders" (ondernemers die de fysieke kramen verhuren en plaatsen). Er is sprake van onderlinge ruzie over standplaatsen, waarbij verhuurders elkaars materiaal verwijderen. Dit escaleert vooral op de drukke zaterdagen. * **Bestuurlijke oplossing:** Benz stelt twee concrete maatregelen voor: 1. Een strikter koppelingsbeleid: een stal mag alleen geplaatst worden als er een specifieke toewijzing is aan een marktkoopman voor die dag. 2. Een rotatiesysteem: een eerlijke, wekelijkse verdeling van het aantal te plaatsen kramen over de vier actieve verhuurbedrijven (hier aangeduid met initialen B, G, P en V) voor het specifieke marksegment tussen de Mauritskade en de Pieter Vlamingstraat. * **Toon:** De schrijver hanteert een zakelijke maar dringende toon ("ellende", "chaos"). Het document getuigt van de praktische hoofdbrekens die de dagelijkse marktordening met zich meebracht.
Ambtsbericht/Rapportage.
Dit korte handgeschreven rapport is opgesteld door H.F. de Vries en gericht aan een inspecteur (vermoedelijk van de politie of marktwezen). De essentie van het bericht is een constatering van een bepaalde praktijk tijdens de mobilisatieperiode: gemobiliseerde marktkooplieden maakten gebruik van hun verlofdagen om toch hun handel te drijven op markten. De schrijver noemt specifiek de koopman **B. Kool** die op het **Amstelveld** in Amsterdam een standplaats zou hebben ingenomen. De toon is zakelijk en rapporterend, bedoeld om een onregelmatigheid of een specifiek voorval vast te leggen in het dossier van de betreffende koopman of als algemene observatie van marktactiviteiten in oorlogstijd.
Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een commissievergadering van een Nederlandse gemeente).
* **Kern van het debat:** De discussie draait om de regelgeving rondom straathandel (venten), specifiek gericht op de ijsverkoop. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen melkbezorgers (geen venters want zij hebben vaste klanten) en ijsverkopers (wel venters want zij lokken publiek op straat). * **Economische belangen:** Ondernemers zoals de heer Linger maken zich zorgen over de rentabiliteit van hun dure installaties als er niet genoeg vergunde venters beschikbaar zijn. De ijsindustrie wordt beschreven als een seizoensgebonden bedrijf dat in de winter volledig stilstaat. * **Arbeidsmarkt en concurrentie:** Er is onenigheid over het effect van een gesloten vergunningsstelsel. De Voorzitter ziet het als een manier om concurrentie te beperken, terwijl de heer Stienstra vreest dat het de onderlinge strijd om schaars personeel zal verhevigen. * **Loonvorming:** Er wordt een interessant inkijkje gegeven in de verdiensten: een goede venter verdient f. 40,- per week, een minder succesvolle f. 20,-. * **Bestuur:** De vermelding van "B. & W." (Burgemeester en Wethouders) aan het einde bevestigt dat dit advies of deze discussie gericht is aan het dagelijks bestuur van een gemeente.
Registratiekaart van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen.
Deze kaart legt de administratieve uitsluiting vast van een Joodse marktkoopman in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. * **Artikel 11 b/c:** Dit is een verwijzing naar de gewijzigde marktverordening naar aanleiding van Verordening 189/1940 van de bezetter. Deze maatregelen waren specifiek gericht op het verwijderen van Joodse handelaren van de reguliere markten. * **Aan oproeping geen gevolg gegeven:** De heer Bommeester is opgeroepen voor een verhoor of administratieve afhandeling op 9 december 1940, maar is niet verschenen. Dit werd vaak gedaan uit protest of uit angst voor de gevolgen van de registratie. * **Intrekken:** Vanwege de anti-Joodse bepalingen en het niet verschijnen, werd zijn marktvergunning op 12 mei 1941 officieel ingetrokken. Hiermee verloor hij zijn legaal inkomen.
Brief of rapportage (pagina 5).
Het document is een ambtelijk schrijven betreffende prijsbeheersing en de bestrijding van woekerprijzen op de voedselmarkt. De auteur heeft overleg gevoerd met de chef van de Prijscontroledienst (P.C.D.), die het eens is met de voorgestelde aanpak. Er wordt geconstateerd dat de regering al langer naar de kwestie kijkt, maar nog zonder concreet resultaat. Er wordt een procedureel advies gegeven: het gemeentebestuur moet zich schriftelijk richten tot de Directeur Generaal voor de Voedselvoorziening. De auteur stelt voor dat de Regeringscommissaris voor 't Gooi deze actie ondersteunt. Tot slot wordt verwezen naar een vergelijking tussen de officiële maximum-veilingprijzen (vastgesteld op 29 april) en de werkelijke marktprijzen op de Centrale Markt (C.M.) die de detailhandel betaalt, wat duidt op een discrepantie of zwarte markthandel.
Officiële brief/memo.
In deze brief uit december 1941 dringt een directeur aan op een gunstige beslissing van de 'Kleine Benzinecommissie' betreffende een verzoek van een zekere heer Kooistra. De heer Kooistra is verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole van aardappelen direct bij de boeren in Noord-Holland voordat deze naar Amsterdam worden getransporteerd. Het argument is puur pragmatisch en logistiek: door afkeuring aan de bron te laten plaatsvinden, voorkomt men het onnodig transporteren van slechte partijen, wat in tijden van schaarste en beperkte transportmiddelen essentieel is. De auteur benadrukt dat dit werk direct bijdraagt aan de voedselvoorziening van de stad. De verwijzing naar de Benzinecommissie suggereert dat het verzoek van Kooistra betrekking heeft op een brandstoftoewijzing om zijn inspectierondes per motorvoertuig te kunnen uitvoeren. De toon is formeel en onderstreept de urgentie ("spoedshalve").
Administratief formulier (blauw) betreffende ziektemelding en lichte dienst.
* **Persoon:** Het betreft de heer P. Smit, werkzaam als machinist bij het Amsterdamse Marktwezen (waarschijnlijk de Centrale Markthallen). Zijn adres was Overtoom 408-I. * **Medische status:** De heer Smit is vanaf 9 september 1941 ziek geweest. Op 18 november 1941 wordt gemeld dat hij na een ziekteperiode van ruim twee maanden weer aan het werk gaat, maar in "Lichte Dienst" (L.D.). * **Proces:** Het formulier is een doorslag ("COPIE") bestemd voor de controlerend gemeentearts. De paarse stempel met de datum 21/11 suggereert de datum van verwerking of ontvangst door de medische dienst. * **Taalgebruik:** Het document hanteert de toenmalige spelling (bijv. "den dienst", "Controleerend", "lichten dienst").
Doorslag (carbonkopie) van een getypte officiële brief.
* **Inhoud:** De brief is een formele kennisgeving van een disciplinaire maatregel. De heer Smit is op 1 augustus 1941 betrapt op de diefstal van een kist op de Centrale Markt. * **Sanctie:** Als directe straf wordt Smit de toegang tot de markt ontzegd voor een periode van twee weken (5 t/m 18 augustus 1941), gebaseerd op het marktreglement. * **Escaleerfase:** De directeur geeft aan dat de zaak wordt voorgelegd aan de "Regeeringscommissaris" om te bepalen of een definitieve of langdurige ontzegging noodzakelijk is. Dit duidt op een streng handhavingsbeleid. * **Taalgebruik:** Het document hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling (zoals "langeren tyd") en een zakelijke, autoritaire toon.
Handgeschreven notitie of fragment van een verslag.
Het document is een korte observatie betreffende de bewegingen van mensen in een stad. De schrijver merkt op dat zowel de "bewoners" als de "bedienden" zich begeven naar de "stellingen van de Koningin". De term "stellingen" kan hier twee betekenissen hebben: 1. **Militair/Defensief:** Verwijzend naar verdedigingswerken of posities (bijvoorbeeld in de context van de Stelling van Amsterdam of een andere militaire linie). 2. **Evenementen:** Verwijzend naar tribunes of ere-opstellingen die zijn opgebouwd voor een koninklijk bezoek of defilé. Gezien de opmerking dat ook "bedienden" zich daar vervoegen, lijkt het te gaan om een publieke gebeurtenis of een situatie van algemene opwinding of nieuwsgierigheid. De bewering wordt gestaafd door een waarneming van een zekere "Mevrouw Lekkerkerker". Het handschrift is typisch voor de late 19e eeuw, waarbij de 'v' en 'w' in "vervoegen" en "bewoners" zeer breed geschreven zijn.
Handgeschreven brief.
* **Inhoud:** De schrijver, J. Renz, bevestigt aan de inspecteur dat een zekere M. Zwart (die standplaats nummer 113 op de markt van het Waterlooplein bezat) is "weggehaald". Naar aanleiding van dit feit pleit Renz ervoor om het verzoek van Mevrouw Swart in te willigen, zodat zij assistentie kan krijgen van haar dochter, Mevrouw Wurms-Zwart, bij de exploitatie van de marktkraam. * **Schrijfstijl:** De brief is kort en zakelijk, maar bevat een zware ondertoon door het gebruik van de term "weggehaald". * **Personen:** De brief noemt M. Zwart, Mevr. Swart (mogelijk de echtgenote), de dochter Mevr. Wurms-Zwart en de afzender J. Renz. De variatie in spelling (Zwart/Swart) kwam vaker voor in informele correspondentie.
Handgeschreven kladconcept van een zakelijke brief.
Het betreft een administratief schrijven over de herverdeling van handelsrechten (zgn. "punten") na de uitsluiting van een marktpartij. Grossier Papavoine is door een inspectie-instantie geschrapt, waarna zijn leveringsrechten tijdelijk zijn verdeeld over andere partijen (Van der Wal en Boers). De brief signaleert twee knelpunten: 1. De toewijzing van veilingpunten (Westerlee en Maasland) aan Van der Wal leidt in de praktijk nog niet tot daadwerkelijke leveringen ("zoo goed als geen aanwijzing"). 2. Er is een formeel verzoek vanuit de plaatselijke kleinhandelaren (winkeliers) om alle punten van de geschrapte Papavoine te consolideren bij één partij (Van der Wal) in plaats van de huidige splitsing met firma Bakker (Boers), omwille van de logistieke efficiëntie voor de afnemers. De toon is ambtelijk en afwachtend; de schrijver adviseert een nader onderzoek maar laat de uiteindelijke beslissing aan de geadresseerde (mogelijk een Rijksbureau of hogere inspectie).
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
* **Taalgebruik:** De brief is opgesteld in formeel, ambtelijk Nederlands, kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "den tijd", "j.l." voor jongstleden, en "a.s." voor aanstaande). * **Inhoud:** Het betreft een officiële aanzegging van een strafmaatregel. De heer Kremer is betrapt op het illegaal storten van vuilnis op een pier van de Centrale Markt. Als gevolg hiervan wordt hem de toegang tot de markt voor drie dagen ontzegd. * **Juridische grondslag:** De directeur beroept zich expliciet op het marktreglement (artikel 35 lid 1) om de sanctie op te leggen. * **Administratieve sporen:** De handgeschreven teksten en parafen bovenin duiden op de interne verwerking van het document binnen de marktadministratie. De notitie "Extra" linksboven kan wijzen op een bijzondere verzendwijze of urgentie.
Dienstbrief/Rapport van een marktbeambte.
Het document betreft een disciplinair rapport over de marktkopman B. Schoonhoed (standplaats 14) op de markt in de Joubertstraat. De rapporteur, J. Renz, beklaagt zich over het feit dat Schoonhoed herhaaldelijk instructies negeert betreffende zijn toegewezen standplaats. In plaats van op de levensmiddelenmarkt te staan, bezet hij een plek bij het hek. Wanneer Schoonhoed hier op vrijdag 13 of 20 maart 1942 (afhankelijk van de interpretatie van 'jongstleden') op wordt aangesproken, reageert hij verbaal agressief ("taaltje wat hij uitbraakte"). Als directe sanctie moet hij zijn handel inpakken en de markt verlaten. Uit de kanttekeningen blijkt dat de zaak is geëscaleerd: Schoonhoed is op 1 april 1942 officieel ontboden en ernstig gewaarschuwd dat verdere overtredingen tot zwaardere straffen zullen leiden. Er is een notitie dat Schoonhoed ("S.") beweert dat hij (of de beambte) "mild" is opgetreden, wat duidt op een verweer tijdens de hoorzitting.
Getypt verslag/notulen (doorslag).
Het document behandelt drie specifieke knelpunten in de gereguleerde vishandel: 1. **Handhaving bij grossiers (Enkhuizen):** Er is sprake van onwil bij grossiers in Enkhuizen om het verplichte deel van hun vis naar Amsterdam te sturen. Er wordt gedreigd met uitsluiting van de handel en inzet van de Centrale Contrôle Dienst (CCD). 2. **Logistiek van de aal (Durgerdam/Monnikendam):** Er bestaat een conflict tussen het centraliseren van de afslag in Amsterdam en de bestaande economische infrastructuur. Het verplaatsen van de aalstroom van Monnikendam naar Amsterdam zou de Monnikendamse rokerijen ruïneren. Men kiest hier voor behoud van de status quo met extra toezicht. 3. **Winkelregulering en capaciteit:** Men overwoog strenge regels voor viswinkels (zoals in Den Haag), waarbij directe verkoop verplicht is en bestellingen vooraf verboden zijn. Dit plan wordt echter verworpen omdat er simpelweg te weinig controleurs zijn (slechts 4 voor 160 winkels) om de naleving te garanderen.
Handgeschreven verzoekschrift.
Het document is een formeel maar persoonlijk verzoek van de heer H. Lap aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver vraagt toestemming om zijn zeventienjarige zoon, Salomon Lap, als assistent te mogen hebben bij zijn marktstal op de Gaaspstraat. De argumentatie is tweeledig: 1. **Medische noodzaak:** De heer Lap is invalide en is voor zijn vervoer (met een "invalide wagentje") en werkzaamheden volledig afhankelijk van zijn zoon. 2. **Bewijsvoering:** Hij voegt een verklaring toe van de "Joodsche Raad afd: Medische hulp" en verwijst naar de marktmeester die zijn situatie kan bevestigen. Onderaan het document staat een ambtelijke krabbel van ene 'de Haan', gedateerd op de dag na verzending (17 maart 1943), waarin wordt aangegeven dat er geen bezwaar is tegen het inwilligen van het verzoek.
Getypte brief (gemarkeerd als "AFSCHRIFT").
In deze brief verzoekt R.J. Wieland de directie van het Gemeentelijk Marktwezen om een "vischtoewijzing". De heer Wieland is een ervaren visboer die 25 jaar lang als zelfstandig winkelier heeft gewerkt. Hij legt uit dat hij tussen 1935 en 1940 door ziekte zijn bedrijf en daarmee zijn inkomstenbron is kwijtgeraakt. Nu hij hersteld is, probeert hij zijn beroep weer op te pakken om voor zijn grote gezin te kunnen zorgen. Hij vraagt toestemming om te mogen handelen in alle soorten vis die op dat moment beschikbaar zijn. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel, wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De brief is een "afschrift", wat betekent dat dit een kopie is voor het archief van de betreffende dienst.
Ambtelijke correspondentie / verzoekschrift (handgeschreven brief met kanttekeningen).
Het document is een kort, zakelijk verzoek om een "dagplaatshouder" (iemand die elke dag moet hopen op een plek) te promoveren naar een "vasteplaatshouder" op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. **Kernpunten uit de tekst:** * **Motivatie:** De heer Hilst is een zeer trouwe koopman ("bijna dagelijks") op de markt, wat in het marktwezen vaak een voorwaarde of sterke aanbeveling was voor het verkrijgen van een vaste plek. * **Handelswaar:** Hilst handelde in tweedehands artikelen, met de expliciete toevoeging "geen textiel". In de oorlogsjaren was de handel in textiel streng gereguleerd en vaak gebonden aan distributiebonnen; tweedehands handel in andere goederen (curiosa, huisraad, gereedschap) was een belangrijke bron van inkomsten voor velen. * **Besluitvorming:** De aantekeningen onder de brief tonen de ambtelijke afhandeling. Het verzoek wordt binnen een week in behandeling genomen (14 oktober) en goedgekeurd. De vaste plaats gaat in op 1 november 1943.
Getypte zakelijke brief (waarschijnlijk een doorslag of kantoorkopie).
Deze brief is een formeel bericht aan de heer C. Bras over de tijdelijke herbestemming van zijn gehuurde opslagruimte (pakhuisafdeling D 16). De kernpunten zijn: 1. **Strafmaatregel:** De heer Bras is uitgesloten van de Centrale Markt omdat hij de prijsvoorschriften heeft overtreden. Gedurende deze uitsluiting mag hij geen gebruik maken van zijn pakhuis. 2. **Vordering en hergebruik:** Vanwege de oorlogsomstandigheden (de Duitse Weermacht heeft de pakhuizen van grossier G. van Smeerdijk gevorderd), wordt de vrijgekomen ruimte van Bras aan Van Smeerdijk toegewezen. 3. **Financiële afwikkeling:** De huur die Van Smeerdijk betaalt, wordt direct verrekend met de huurverplichting van Bras. Voor de periode van 9 tot 30 april 1943 resulteert dit in een creditering van 36,66 gulden op de rekening van Bras. 4. **Toekomst:** De brief bevestigt dat Bras zijn rechten op het pakhuis behoudt zodra zijn schorsing is afgelopen.
Handgeschreven ambtelijk briefje / notitie.
Dit korte schrijven legt een tragisch moment in de geschiedenis van de Joodse marktkooplieden in Amsterdam vast. De afzender, J. Renz, reageert op een niet nader gespecificeerd verzoek over de marktplaatsen van het echtpaar Moscoviter. Hij stelt vast dat zij sinds **13 juli 1942** hun vaste standplaats op het Waterlooplein niet meer hebben gebruikt. De zakelijkheid van de bureaucratische taal maskeert de gruwelijke werkelijkheid van die tijd. De datum 13 juli 1942 is cruciaal: dit was de week waarin de grootschalige deportaties van Joden vanuit Amsterdam naar doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in Polen begonnen. Het feit dat zij vanaf die dag niet meer op de markt verschenen, is een direct gevolg van hun arrestatie of deportatie.
Handgeschreven verzoekschrift / brief
De brief is een dringend verzoek gericht aan de directeur van een viscentrale (vermoedelijk een onderdeel van het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd). De kern van de brief is een aanvraag voor een officiële 'toewijzing' voor vis voor een zekere heer Schaaf. De schrijver voert twee argumenten aan: 1. **Ervaring:** De heer Schaaf is reeds sinds 1922 werkzaam in de vishandel en is dus een vakman. 2. **Logistiek/Noodzaak:** Door een verhuizing naar Maarssen kan hij niet meer in "de stad" inkopen. Daarnaast wordt de "arbeidsdienst" genoemd, wat impliceert dat er vanuit die hoek vraag is naar visleveranties in Maarssen. De taal is formeel ("Eer Waarde Me Heer"), maar vertoont sporen van de toenmalige spelling en spreektalige elementen ("visch", "toewyzing", "vishhandel", "koopen").
Handgeschreven ambtelijke notitie / rapportage.
Het document bestaat uit twee afzonderlijke meldingen aan de Nederlandsche Visscherijcentrale (N.V.C.) betreffende de visaanvoer en de hygiënevoorschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog. 1. **Melding 1 (Ref 46/86/1):** Een klacht over de firma's Lustig en C. v. Pel. Zij worden ervan beschuldigd vis te hebben aangeleverd op de Haagse vismarkt zonder voldoende ijs (koeling) en in onhygiënische ("zeer smerige") kisten. Dit wijst op een verslechtering van de transportcondities of een gebrek aan middelen/discipline bij de grossiers. 2. **Melding 2 (Ref 46/87/1):** Een administratieve melding over een zending van K.J. Hakvoort uit Urk. Het betreft snoekbaars die in gerookte vorm is aangeleverd. Dit is opmerkelijk omdat snoekbaars vaak vers werd verhandeld; het roken diende mogelijk voor de houdbaarheid of was een specifieke marktvereiste. De rode penstrepen en de referentienummers suggereren dat dit een officieel kopie-exemplaar is voor het archief, waarbij de actiepunten zijn afgevinkt of verwerkt.
Document
De tekst schetst een summier maar indringend beeld van de sociale status van een vrouw kort na de Tweede Wereldoorlog. Enkele kernpunten uit de analyse: * **Gezinssituatie**: Mevrouw Steenhorst is een 39-jarige gescheiden vrouw met drie kinderen. Dat de kinderen op Terschelling verblijven (geëvacueerd), duidt op de na-oorlogse praktijk waarbij kinderen uit geteisterde steden naar rustiger gebieden werden gestuurd om aan te sterken of vanwege woningnood. * **Financiën**: Zij leeft van een vergoeding van 45 gulden per maand, wat in die tijd een zeer karig bedrag was voor een gezin. * **Beroepshistorie**: Zij heeft een lange geschiedenis in de vishandel ("als meisje zijnde"). De tekst vermeldt dat zij tot 1940 een eigen zaak had (een rokerij en handel in gerookte vis). * **Oorlogsschade**: Haar bedrijf is verloren gegaan door een bombardement. Dit verklaart haar huidige hulpbehoevendheid. * **Toekomst**: Ze heeft een kans om opnieuw te beginnen, maar erkent de moeilijkheidsgraad ("zeer moeilijk"). Ze verzoekt om een "toewijzing", wat in de context van de wederopbouw vaak sloeg op een vergunning voor grondstoffen, een bedrijfspand of een startkapitaal.
Getypt afschrift van een brief (correspondentie).
* **Persoonlijke omstandigheden:** Het document schetst een tragisch beeld van Mevrouw Steenhorst. Ze is gescheiden en heeft haar zoon verloren aan het Oostfront. Het feit dat zij hiervoor een vergoeding ontvangt, duidt erop dat de zoon waarschijnlijk aan Duitse zijde vocht (bijv. de Waffen-SS of het Vrijwilligerslegioen Nederland), aangezien de bezetter dergelijke pensioenen/vergoedingen verstrekte aan nabestaanden. * **Oorlogsschade:** Er wordt expliciet verwezen naar het verlies van haar eerdere winkel in Rotterdam in "Mei 1940", wat direct refereert aan het bombardement op Rotterdam. * **Zakelijke transitie:** Hoewel de brief primair gaat over een "vischwinkel", blijkt uit de tekst dat zij geen vis toegewezen krijgt via de afslag, maar zich wil richten op "zuurwaren" (augurken, uitjes, etc.) in de Kinkerstraat (Amsterdam). * **Administratieve toon:** De toon is zakelijk en feitelijk, typerend voor de bureaucratie tijdens de bezettingstijd, waarbij persoonlijke omstandigheden (zoals het verlies van een zoon aan het front) werden meegewogen in economische besluitvorming.
Document
* **Persoon en verblijfplaats:** De kaart betreft de heer **J.J. Knooyen**, geboren op 6 mei 1888. Hij was woonachtig aan de **Smidskopersstraat 8-II** (tweede verdieping) in Amsterdam. * **Status:** De heer Knooyen is overleden op **10 februari 1944**. In de kantlijn staat een rode archiefcode: 26/7/1. * **Financiële afwikkeling:** Er is een berekening gemaakt voor de restitutie (terugbetaling) van teveel betaald **marktgeld**. De overledene had f 12,00 betaald voor het gehele eerste kwartaal van 1944. Omdat hij in februari overleed, was hij slechts f 5,20 verschuldigd voor de maanden januari en februari. * **Resultaat:** Er wordt geadviseerd ("m.i." staat voor 'mijns inziens') om **f 6,80 terug te betalen**. * **Begunstigde:** De restitutie is waarschijnlijk bestemd voor de echtgenote/weduwe, **J. Knooyen-Zwaan**, geboren op 31 mei 1883. * **Administratieve controle:** Onderaan wordt een "Dhr C. Muller" genoemd met het referentienummer "Pf 1623".
Brief (doorslag/kopie van een officieel schrijven)
Dit document is een formele kennisgeving van een ordemaatregel. De directeur van de Centrale Markt in Amsterdam legt een sanctie op aan de heer H.W. Aal wegens onbehoorlijk gedrag op het marktterrein. De heer Aal is betrapt op wildplassen ("wateren buiten de daarvoor bestemde inrichting") op 10 februari 1944. Als straf wordt hem de toegang tot de markt ontzegd voor de duur van één dag: dinsdag 15 februari 1944. De toon van de brief is ambtelijk en streng. Het feit dat er een doorslag is bewaard met een dossiernummer duidt op een strakke administratieve handhaving van de marktreglementen in die tijd.
Handgeschreven verzoekschrift aan een overheidsinstantie (waarschijnlijk de Luchtbeschermingsdienst of een gemeentelijke afdeling, gezien het stempel "L.M.").
De brief is geschreven in een formele, beleefde toon die kenmerkend is voor correspondentie met instanties in de eerste helft van de 20e eeuw. De schrijver hanteert de derde persoon ("ondergetekende" of afgekort "onderz:") om naar zichzelf te verwijzen. De kern van het verzoek is een marktvergunning. De heer Verbeck is 64 jaar en wegens invaliditeit niet meer in staat tot reguliere arbeid. Hij hoopt door de verkoop van "surrogaat zeep" in zijn eigen levensonderhoud te kunnen voorzien ("een boterham verdienen"). De toevoeging dat het artikel al twee jaar op de markt is en "geoorloofd" is, dient om de legitimiteit van zijn verzoek te onderstrepen. Administratief is te zien dat het verzoek serieus werd genomen: er zijn archiefnummers toegekend en er is met potlood bijgeschreven dat er informatie moet worden ingewonnen bij de politie en gecontroleerd moet worden of de aanvrager al op een lijst staat.
Koopliedenlijsten
Nieuwmarkt — standplaats w
Uilenburg — standplaats Rapenburgerstraat 51 I 4
Uilenburg — standplaats 4
Uilenburg — standplaats Rapenburgerstraat 116 I 9
Uilenburg — standplaats 4+5
Uilenburg — standplaats Kl
Uilenburg — standplaats v
Waterlooplein — standplaats 9
Waterlooplein — standplaats 4
Waterlooplein — standplaats T
Waterlooplein — standplaats T X
Waterlooplein — standplaats 9
Uilenburg — standplaats U
Uilenburg
Uilenburg
Waterlooplein — standplaats Rapenburgerstraat 106 I
Waterlooplein — standplaats W
Waterlooplein — standplaats Dapperstr
Zwanenburgwal — standplaats wanenburgerstraat 61 II
meerdere — standplaats Cons
meerdere — standplaats pinda's bij den ingang van Artis
meerdere — standplaats idem Pr
Onbekend — standplaats 20-12-1926 Dir
Waterlooplein — standplaats bloemen Mosplein t/o No
Uilenburg — standplaats 4/2 257 — CM
Uilenburg — standplaats 21/1 95 — CM
Uilenburg — standplaats 24/1 102 — CM
Uilenburg — standplaats 140
Waterlooplein
Waterlooplein
Waterlooplein
Waterlooplein
Waterlooplein
Waterlooplein
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE Advies op No. 25/691. M.W. Den Heere Inspecteur v/h Marktwezen Alhier.
# TRANSCRIPTIE Advies op No. 25/259/1 R/P. Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen Alhier. Naar aanleiding van bijgaand verzoek van S. Engelsman, pl. 195 A.C., betreffende assistentie door den heer W. Meyer, geb. 26-11-96 bericht ik U, dat mi. tegen inwilliging van het verzoek geen bezwaar bestaat. Voorzoover dezerzijds is na te gaan, betreft het hier een normaal bijstandsgeval. Amst. 20 Dec. '40 ...
# TRANSCRIPTIE Advies op No 25/195/1 M 3 g Den Heer Inspecteur v/h Marktwezen Alhier. In verband met bijgaand verzoek van W. Mendel, pl. 105 AC bericht ik U, dat tegen inwilliging van het verzoek betreffende assistentie door G. Visser, geb. 10-11-72, mij geen bezwaar bestaat. Voorzoover na te gaan betreft de aanvrage een gewonen hulp. Amsterdam, 26 Oct '38 [Handtekening]
# TRANSCRIPTIE Advies op brief No 25/726/1 m. Den Heer Inspecteur. In verband met het verzoek van plaatsh. Kamper - Mosplein No 45^A om inplaats van Mej Teunissen v Eck, Mej A. v. Eck-Kemper als assistente te mogen hebben is m. i. geen bezwaar. A'dam 2/11 '29 [Signatuur: W. Brug]
# TRANSCRIPTIE Advies op brief Nº 90/14/1 m 40. Den Heer Inspecteur. In verband met het verzoek van W. Italiaander om J. Swalef, geb: 6-10-1909. inplaats van W. Berkenbosch als assistent bestaat m. i. geen bezwaar dit verzoek toe te staan. A. dam 9/8 '40 pol: № 63 Mosplein. [Handtekening]