Getypt afschrift van een brief (correspondentie).
Origineel
Getypt afschrift van een brief (correspondentie). 11 mei 1944. Waarschijnlijk de Directie van een gemeentelijke instantie (mogelijk Amsterdam, gezien de referentie naar de Kinkerstraat). Den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 's-Gravenhage. A F S C H R I F T
(met handgeschreven paraaf in blauwe inkt)
46a/63/2 M. [spatie] 11 Mei 1944 [spatie] vB/SV/RP.
vestiging visch- [spatie] Den Heer Directeur van het
winkel. [spatie] Bedrijfschap voor Vissche-
[spatie] rijproducten,
[spatie] 2e Adelheidstraat 300,
[spatie] 's-Gravenhage.
[spatie] ================
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 14 April jl.no. 8285/AZ/We bericht ik U het volgende.
Mevrouw Steenhorst is 39 jaar, gescheiden en heeft geen kinderen. Een zoon is gesneuveld aan het Oostfront; daarvoor ontvangt zij f. 45.- per maand vergoeding. Is heel vroeger in betrekking geweest in een vischhandel. Te Rotterdam had zij een zaak in groenten en fruit, welke in Mei 1940 verloren is gegaan. Thans kan zij een voorschot krijgen om een nieuwe zaak te beginnen. Voor een toewijzing van visch aan den afslag alhier kan zij derhalve niet in aanmerking komen. De bedoeling van adressante is echter een zaak te beginnen uitsluitend in zuurwaren in de Kinkerstraat alhier. Volgens verkregen inlichtingen zouden de bevoegde instanties alhier toestemming daartoe verleenen.
De Directeur, * Persoonlijke omstandigheden: Het document schetst een tragisch beeld van Mevrouw Steenhorst. Ze is gescheiden en heeft haar zoon verloren aan het Oostfront. Het feit dat zij hiervoor een vergoeding ontvangt, duidt erop dat de zoon waarschijnlijk aan Duitse zijde vocht (bijv. de Waffen-SS of het Vrijwilligerslegioen Nederland), aangezien de bezetter dergelijke pensioenen/vergoedingen verstrekte aan nabestaanden.
* Oorlogsschade: Er wordt expliciet verwezen naar het verlies van haar eerdere winkel in Rotterdam in "Mei 1940", wat direct refereert aan het bombardement op Rotterdam.
* Zakelijke transitie: Hoewel de brief primair gaat over een "vischwinkel", blijkt uit de tekst dat zij geen vis toegewezen krijgt via de afslag, maar zich wil richten op "zuurwaren" (augurken, uitjes, etc.) in de Kinkerstraat (Amsterdam).
* Administratieve toon: De toon is zakelijk en feitelijk, typerend voor de bureaucratie tijdens de bezettingstijd, waarbij persoonlijke omstandigheden (zoals het verlies van een zoon aan het front) werden meegewogen in economische besluitvorming. Dit document stamt uit de late fase van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1944). Het Bedrijfschap voor Visscherijproducten was een van de vele distributie- en reguleringsorganen die door de bezetter waren ingesteld of gelijkgeschakeld om de schaarse goederen en de economie te controleren.
De vermelding van de Kinkerstraat duidt erop dat de brief waarschijnlijk afkomstig is van een Amsterdamse instantie (zoals de Marktmeester of de Directie van de Markthallen). De verwijzing naar het Oostfront is historisch significant; gezinnen van gesneuvelde Oostfrontvrijwilligers genoten vaak een voorkeursbehandeling of extra steun van de nationaalsocialistische autoriteiten bij het verkrijgen van vergunningen, als compensatie voor hun offer. Steenhorst (Mevrouw) Steenhorst is (Mevrouw) Bedrijfschap