Brief / Ambtelijk advies (concept of klad met correcties).
Origineel
Brief / Ambtelijk advies (concept of klad met correcties). 22 juli 1941. Onbekend (vermoedelijk de Marktmeester of een inspecteur van de Marktdienst). [Linksboven:]
Adres F. Brandt over
de dagmarkt Albert
Cuypstraat 25/69/4
[Rechtsboven:]
A’dam, 22/7 1941
W. v. M.
[met rode pen/potlood:] spoed
[Midden:]
Onder terugzending van de
met Uw kantbrief dd heden form zeer
spoedig advies ontvangen stukken no.
606 L.M. 1941 heb ik de eer U het volgende
te berichten.
I Vervroeging van het lotingsuur voor
losse plaatshouders.
Ingevolge de „Bepaling van de uren, waarop de
markten worden gehouden” beginnen de algemeene
dag- en weekmarkten des morgens om 9 uur.
Vaste plaatshouders kunnen derhalve vanaf
dit uur de hun toegewezen plaatsen bezetten.
Ingevolge artikel 6 van het R. t. M. kunnen
vaste plaatsen, die op een door mij voor iedere
markt te bepalen tijdstip na den aanvang
der markt niet door den rechthebbende zijn
bezet, voor dien dag als losse plaatsen worden
uitgegeven. ~~De ervaring heeft geleerd, dat~~
Dit tijdstip is door mij op vrij wel alle
markten vastgesteld op 10.30 uur v.m.
De ervaring van vele jaren heeft geleerd, dat
het niet in het belang van de orde op de
markten en van de marktkooplieden zelf
zou zijn om dit uur te vervroegen. De markten
worden nl. voor een belangrijk deel bezet
door kooplieden in groenten, aardappelen,
fruit en visch; deze art. heden moeten des
morgens vroeg op de groothandelsmarkten
worden ingekocht; (in den regel) daarmee gaat zooveel
tijd gemoeid, dat de marktkoopman niet
vóór 10 uur op ~~de~~ zijn plaats op de markt
aanwezig kan zijn. ~~Dit klemt temeer onder de~~
[Onderstaande alinea is met een groot rood kruis doorgehaald:]
~~bijzondere tijdsomstandigheden, waarbij
rekening moet worden gehouden met ver-
duisteringsvoorschriften en beperkte
transportmogelijkheden. Wat het eerste be-
treft moge ik in herinnering brengen, dat
de Centr. Markt in de wintermaanden eerst
om 9.15 uur v.m. voor de koopers kon worden
geopend, zoodat de marktkooplieden~~ Dit document is een ambtelijk advies over de bedrijfsvoering op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het kernpunt is het verzoek van een zekere F. Brandt om het "lotingsuur" te vervroegen.
De "vaste plaatshouders" (kooplieden met een vaste plek) hebben tot 10:30 uur de tijd om hun plek in te nemen. Verschijnen zij niet, dan wordt de plek via loting vergeven aan "losse plaatshouders" (meelopers). De adviseur wijst de vervroeging van dit tijdstip af. De voornaamste reden is logistiek: marktkooplieden die verse waar (groenten, vis) verkopen, moeten eerst inkopen op de Centrale Markthallen (de groothandelsmarkt). Omdat dit proces tijd kost, zijn zij vaak pas rond 10:00 uur op de Albert Cuypstraat. Een vervroeging van het lotingsuur zou deze vaste kooplieden benadelen.
Opvallend is de grote rode doorhaling onderaan. De schrijver wilde aanvankelijk de oorlogsomstandigheden (verduistering en transportproblemen) aanvoeren als extra argument, maar heeft besloten dit in de definitieve versie weg te laten of te herzien. 1. Oorlogstijd: De datum (juli 1941) plaatst het document midden in de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar "verduisteringsvoorschriften" in de doorgehaalde tekst is een directe verwijzing naar de maatregelen van de bezetter.
2. Marktwezen: De Albert Cuypmarkt was (en is) een vitale bron van voedselvoorziening voor de stad. De regels rondom plaatstoewijzing waren streng om chaos en ruzies tussen kooplieden te voorkomen.
3. Bureaucreatie: Het document toont de ambtelijke gang van zaken in Amsterdam onder het bewind van de nationaalsocialistische burgemeester en wethouders, waarbij procedures uit het 'Reglement op de Markten' (R. t. M.) nauwgezet gevolgd bleven worden.