Ambtelijk rapport/notitie betreffende een parkeervergunning.
Origineel
Ambtelijk rapport/notitie betreffende een parkeervergunning. 1 mei 1939 ("1/5-39" en stempel "1/5"). [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 27/40 h 1939
DOORGEZONDEN: 1/5
[Handgeschreven bovenzijde]
behoort bij 27/40/17.
1/5-39 a/h d.i. [?]
[Potloodaantekening rechts]
Insp. Blind opbellen
Ip. Roose
[Hoofdtekst]
In Mei j.l. heb ik mij in verbinding
gesteld met de fa v. Soest. In een onderhoud
met den Heer v. Soest bleek mij al heel spoe-
dig, dat het deze heer niet direct te doen was
om de uitgang van zijn garage aan de Ten Katestraat vrij te krijgen,
doch langs dezen weg een concessie te bemachtigen, om voor
of naast de ingang van zijn garage aan de Bellamystraat
een of meer auto’s te mogen parkeeren.
Ik heb mij toen met Inspecteur Cohen in verbinding gesteld,
die het advies aan den Hoofdcommissaris had uitgebracht.
Inspecteur Cohen deelde mij toen echter mede, dat hij naar een
ander bureau zou worden overgeplaatst en verzocht mij deze zaak
met zijn opvolger Insp. Blind te willen afdoen. Hieraan gevolg gevende
heb ik toen de zaak met Insp. Blind afgehandeld.
Door ziekte van Insp. Blind, die direct na zijn herstel met vacantie
ging en mede in verband met mijn vacantie heeft de afdoening
lang geduurd.
Ten slotte staat deze zaak er thans voor als volgt:
Inspecteur Blind heeft mij medegedeeld, dat aan de fa. v. Soest in
geen geval officieel toestemming tegenover andere firma’s in
de Bellamystraat een of twee auto’s te mogen parkeeren.
Rekening houdende met de moeilijkheden van genoemde firma
op de markt aan de Ten Katestraat slechts over een...
[Voetnoot links]
Alg. Zaken Mod. No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een verslag van een ambtenaar (mogelijk een inspecteur van politie) over een verzoek van de firma v. Soest. De kern van het dossier is een parkeerkwestie in de Kinkerbuurt te Amsterdam. De heer Van Soest probeerde via een omweg (het vrijhouden van de garage-uitgang aan de Ten Katestraat) een parkeervergunning ("concessie") te verkrijgen voor de Bellamystraat.
Het proces werd vertraagd door personele wisselingen (overplaatsing van Cohen naar Blind) en ziekteverzuim/vakanties. De uiteindelijke conclusie van Inspecteur Blind is negatief: er kan geen officiële toestemming worden verleend omdat dit een precedent zou scheppen voor andere bedrijven in de straat. Er wordt echter wel enige coulance gesuggereerd vanwege de logistieke problemen die de Ten Katemarkt voor de firma veroorzaakt. De brief schestst een tijdsbeeld van Amsterdam in 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De Ten Katestraat en de Bellamystraat liggen in de Amsterdamse Oud-West wijk. De Ten Katemarkt, die nog steeds bestaat, zorgde destijds blijkbaar al voor aanzienlijke bereikbaarheidsproblemen voor de daar gevestigde bedrijven. Het document toont de bureaucratische zorgvuldigheid van de politie bij het toewijzen van schaarse openbare ruimte voor privaat gebruik (parkeren). De potloodaantekening "Insp. Blind opbellen" door "Ip. Roose" wijst op de informele communicatie tussen collega's binnen het ambtelijk apparaat om de zaak vlot te trekken. Blind (Inspecteur) Blind heeft (Inspecteur) Blind is (Inspecteur) Cohen (Inspecteur) Cohen deelde (Inspecteur) Cohen in (Inspecteur) M. No Roose (Inspecteur) Van Soest (De heer) Politie