Archiefdocument
Origineel
Nº 25 / 260/1 M. 1940 20/12
18/12 1940 A.dam
M. Insp.
Mijnheer
aangezien ik 1 1/2 week niet op de markt
ben geweest in de Albert Cuijpstraat wou
ik u even de rede hiervan schrijven ik
wacht nu al die tijd op bericht van U. G
aangezien ik steun hebt aangevraagd
zoodoende wou ik u vragen of u daar
even rekening mee wilt houden
Bij voorbaat mijn dank
H. Achtent
Wed. I. Roos Spanjaar
St. Ant. Breestraat 66 II
A.dam
25 De schrijfster, de weduwe H. Achtent (vrouw van I. Roos Spanjaar), verontschuldigt zich voor haar afwezigheid op haar standplaats op de Albert Cuypmarkt gedurende anderhalve week. De reden die zij opgeeft is dat zij "steun" (sociale bijstand) heeft aangevraagd en wacht op bericht van de "U.G." (vermoedelijk een afkorting voor een gemeentelijke uitkeringsinstantie). Ze vraagt de marktinspecteur om met deze situatie rekening te houden, waarschijnlijk om te voorkomen dat ze haar vergunning of vaste plek verliest wegens ongeoorloofde afwezigheid. De toon is beleefd maar getuigt van een precaire financiële situatie. Deze brief stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting in Nederland (december 1940). De Albert Cuypmarkt was destijds een vitale bron van inkomsten voor veel Amsterdammers, waaronder veel leden van de Joodse gemeenschap. De afzender woont in de Sint Antoniesbreestraat 66, midden in de Amsterdamse Jodenbuurt. De namen Roos en Spanjaar zijn veelvoorkomende Joodse achternamen. In deze periode begonnen de eerste beperkende maatregelen tegen Joodse marktkooplieden van kracht te worden, wat de economische nood zoals beschreven in deze brief (de aanvraag voor steun) extra gewicht geeft. De brief vormt een tastbaar bewijs van de strijd om het dagelijks bestaan in een stad onder bezetting. H. Achtent I. Roos M. Insp