Officiële brief/memo.
Origineel
Officiële brief/memo. 9 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdams gemeentelijk apparaat, bijv. Voedselvoorziening). Den Heer Stadsingenieur, Voorzitter Kleine Benzinecommissie, Raadhuis, Kamer 198, Alhier (Amsterdam). Handgeschreven bovenin: Verzonden 9/12
VD/HG.
den Heer Stadsingenieur,
Voorzitter Kleine Benzinecommissie,
Raadhuis, Kamer 198,
A l h i e r .
37/19/45 M. \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ \ 9 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 24 November jl. heb ik de eer U te berichten, dat de heer Kooistra is belast met de contrôle op de aardappelen, welke worden verladen voor Amsterdam; deze contrôle moet geschieden bij de boeren in Noordholland, omdat, wanneer deze aardappelen eventueel moeten worden afgekeurd, hierdoor veel moeite en kosten te Amsterdam worden voorkomen. Kooistra is derhalve werkzaam in het belang van de voedselvoorziening van onze stad.
Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren gunstig op het verzoek van adressant te beschikken.
Een en ander is spoedshalve reeds telefonisch aan Uw bureau meegedeeld.
De Directeur. In deze brief uit december 1941 dringt een directeur aan op een gunstige beslissing van de 'Kleine Benzinecommissie' betreffende een verzoek van een zekere heer Kooistra. De heer Kooistra is verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole van aardappelen direct bij de boeren in Noord-Holland voordat deze naar Amsterdam worden getransporteerd.
Het argument is puur pragmatisch en logistiek: door afkeuring aan de bron te laten plaatsvinden, voorkomt men het onnodig transporteren van slechte partijen, wat in tijden van schaarste en beperkte transportmiddelen essentieel is. De auteur benadrukt dat dit werk direct bijdraagt aan de voedselvoorziening van de stad. De verwijzing naar de Benzinecommissie suggereert dat het verzoek van Kooistra betrekking heeft op een brandstoftoewijzing om zijn inspectierondes per motorvoertuig te kunnen uitvoeren. De toon is formeel en onderstreept de urgentie ("spoedshalve"). Het document dateert uit het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste aan voedsel en brandstof.
- Voedselvoorziening: De controle op de kwaliteit van aardappelen was cruciaal om verspilling tegen te gaan. Amsterdam was voor haar voedsel sterk afhankelijk van het omliggende platteland (zoals Noord-Holland).
- Brandstofrantsoenering: Benzine was uiterst schaars en werd streng gerantsoeneerd door zowel de bezetter als de Nederlandse autoriteiten. Voor bijna elk gebruik van een motorvoertuig was een speciale vergunning of toewijzing nodig. De 'Kleine Benzinecommissie' was het orgaan dat besliste over deze toewijzingen voor gemeentelijke en essentiële civiele diensten.
- Bureaucreatie in oorlogstijd: De brief toont de ambtelijke weg die bewandeld moest worden om essentiële middelen (zoals benzine) te verkrijgen voor taken die vitaal waren voor de stad in crisistijd. Kooistra is (De heer)