Ambtelijk rapport/verslag betreffende een overtreding van de haven- of marktreinigingsvoorschriften.
Origineel
Ambtelijk rapport/verslag betreffende een overtreding van de haven- of marktreinigingsvoorschriften. 14 Juni 1940. [Linksboven in de marge:]
No 37/93 // M. 1940 (19/6)
[Rechtsboven:]
A’dam, 14 Juni ’40.
Hedenmorgen werd door Controleur Vis
Schipper U. Meeuwisse, varende op het schip
Gerardus Jacobus, aangezegd er zorg voor te
dragen dat zijn bloemkool bladen in de Houtskuit
werden gedeponeerd en deze niet op de wal
mochten worden achtergelaten.
Toen Controleur Vis later hierop controle
uitoefende voegde Meeuwisse hem toe „Mijnheer
draai je maar om, de wind is zeer gunstig,
dan zijn ze zoo verdwenen.” Met deze zinspeling
bedoelde de schipper dat indien de bladen te
water geraken door de sterke westen wind
spoedig de haven waren uit gedreven.
Te 10 uur vervoegde zich werkman J.C. Daalman
varende op de schuit „Drijvend vuil” der S.R.
zich bij mij en verklaarde gezien te hebben dat
de schipper voornoemd, te c.a. 7 ½ uur, zijn bladen
over boord gooide en nu in het marktkanaal
dreven. Ik verzocht Daalman de bladen op te
visschen en aan zijn Chef te melden hoeveel
tijd hieraan was besteed.
De heer van Noort kwam later bij mij en
deelde mede dat de kosten voor Meeuwisse
konden worden berekend naar 10 m3 vuil
ten bedrage van f 5.-
Ook de bladen welke op den wal waren
achtergelaten zijn volgens Controleur Vis
waarschijnlijk te water gegooid.
[Onderaan:]
De heer Bedrijfschef
[Handtekening/Paraaf]
[Linkermarge:]
* omhangen (?) / opbergen
* Verzonden No 2682 gemerkt
* [Stempel:] 18 JUNI 1940 Dit document is een verslag van een incident in de Amsterdamse haven (waarschijnlijk nabij de Centrale Markthallen, gezien de referentie naar het Marktkanaal en de bloemkoolbladen). Schipper Meeuwisse lapte de instructies van Controleur Vis aan zijn laars. In plaats van zijn groenteafval in de daarvoor bestemde "Houtskuit" (een afvalschuit) te deponeren, gooide hij het overboord met het argument dat de wind het wel weg zou blazen.
De overtreding werd bevestigd door een getuige (Daalman) van de dienst "Drijvend vuil" (S.R. staat vermoedelijk voor Stadsreiniging). Als gevolg hiervan werden de opruimkosten verhaald op de schipper. Het bedrag van 5 gulden was in 1940 een aanzienlijke boete/vergoeding voor een dergelijk vergrijp. Het document dateert van precies één maand na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Desondanks toont het document aan dat de gemeentelijke diensten en de handhaving van de openbare orde en reinheid in de haven van Amsterdam op reguliere wijze doorgingen.
De term "Marktkanaal" duidt op de directe nabijheid van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. Schepen brachten daar hun groenten en fruit aan; de bladen van bloemkolen werden ter plekke vaak van de kool gesneden, wat voor een grote stroom organisch afval zorgde die strikt gereguleerd moest worden om verstopping van de waterwegen te voorkomen. Controleur Vis Schipper U. Meeuwisse (schip Gerardus Jacobus) Werkman J.C. Daalman (schuit Drijvend vuil) de heer Van Noort de Bedrijfschef.