Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 134
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een commissievergadering van een Nederlandse gemeente).

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een commissievergadering van een Nederlandse gemeente). 10

i. voor diversen, waaronder dan zullen vallen brandstoffen en ys.
De heer Stienstra vraagt, waaronder het artikel "melk" zal worden gebracht.
De Voorzitter zegt, dat de melkbezorgers niet als venter worden beschouwd, daar hier uitsluitend vaste klanten worden bediend.
De heer Stienstra vraagt of dit voor ys dan ook niet zoo kan worden geregeld, waar-op de Voorzitter antwoordt, dat de ysventers wel degelyk door bellen en roepen etc. de aandacht van het publiek trachten te trekken, dus moeten ze zonder meer als venter worden beschouwd.
De heer Linger begrypt de moeilykheden wel, doch hy kan zyn denkbeeld niet loslaten, dat door het geven van persoonlyke vergunningen een gedeelte van zyn karren renteloos zal moeten blyven staan.
De Voorzitter vraagt den leden van de Commissie of deze nog mogelykheden zien om denheeren tegemoet te komen.
De heer Neeter vraagt op hoeveel het totaal aantal venters in loondienst by de bedryven moet worden gesteld.
De heer Linger deelt mede, dat dit deze week in een onderhoud met den Voorzitter van den Centralen Middenstandsbond op 130 à 140 is gesteld.
De heer Neeter vervolgt met de vraag, of de inrichtingen voor ysfabricage met hare dure installaties alleen gebaseerd zyn op het uitventen op straat door een betrekkelyk klein aantal venters, zoodat inderdaad gevreesd zou kunnen worden, dat indien er geen venters voor het bedryf beschikbaar zouden zyn, deze installaties renteloos zouden staan. Of worden deze installaties ook voor andere ysfabricage benut?
De heer Linger antwoordt, dat na afloop van het seizoen het geheel bedryf stilligt.
De heer Neeter zou dan de conclusie willen trekken, dat voor de bestaande ondernemingen de mogelykheid moet worden opengelaten ook uit andere groepen, dan alleen uit de groep "diversen" hun personeel te recruteeren. Dit tast tenslotte het aantal venters niet aan.
De Voorzitter zegt, dat hier niets op tegen is; aan den anderen kant heeft het nog dit voordeel, dat de ysgroep wordt afgesloten, zoodat dus de concurrentie zal verminderen. Zouden tenslotte de ondernemingen uit de groepen a t/m i geen personeel kunnen verkrygen, dan zouden maatregelen genomen moeten worden om hen te helpen.
De heer Stienstra is het met de opmerking van den Voorzitter betreffende vermindering van de concurrentie niet eens. Hy voorziet integendeel een buitengewoon verscherpte concurrentie tusschen de bedryven onderling, want indien men thans 32 venters in dienst heeft en men wenscht dit aantal byv. uit te breiden tot 50, dan zal men zeer moeilyk aan dit personeel kunnen komen, omdat dit uit het meer en meer inkrimpende corps gerecruteerd moet worden.
De opmerking van den Voorzitter als zou verpakt ys door elken venter kunnen worden verkocht, kan hy ook niet deelen. Hy heeft menschen in dienst, die f. 40,- per week verdienen, doch er zyn er ook die slechts f. 20,- halen. Beiden zullen vergunning kunnen aanvragen, zoodat ook een slechte venter een brevet om te venten zal krygen, terwyl er daarnaast geen goede nieuwe venters kunnen komen. Dit lykt hem een bezwaar, dat wel ter kennis van het college van B.& W. ge- * Kern van het debat: De discussie draait om de regelgeving rondom straathandel (venten), specifiek gericht op de ijsverkoop. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen melkbezorgers (geen venters want zij hebben vaste klanten) en ijsverkopers (wel venters want zij lokken publiek op straat).
* Economische belangen: Ondernemers zoals de heer Linger maken zich zorgen over de rentabiliteit van hun dure installaties als er niet genoeg vergunde venters beschikbaar zijn. De ijsindustrie wordt beschreven als een seizoensgebonden bedrijf dat in de winter volledig stilstaat.
* Arbeidsmarkt en concurrentie: Er is onenigheid over het effect van een gesloten vergunningsstelsel. De Voorzitter ziet het als een manier om concurrentie te beperken, terwijl de heer Stienstra vreest dat het de onderlinge strijd om schaars personeel zal verhevigen.
* Loonvorming: Er wordt een interessant inkijkje gegeven in de verdiensten: een goede venter verdient f. 40,- per week, een minder succesvolle f. 20,-.
* Bestuur: De vermelding van "B. & W." (Burgemeester en Wethouders) aan het einde bevestigt dat dit advies of deze discussie gericht is aan het dagelijks bestuur van een gemeente. Dit document past in de tijdsgeest van de vroege tot midden 20e eeuw in Nederland, waarin de overheid via de Vestigingswet en lokale verordeningen probeerde de wildgroei aan straathandel in te dammen. Tijdens de crisisjaren '30 was de druk op de straathandel groot omdat velen probeerden als venter een inkomen te genereren. De gevestigde middenstand (vertegenwoordigd door de Centrale Middenstandsbond) drong vaak aan op regulering om "oneerlijke concurrentie" tegen te gaan. De spelling met 'y' in plaats van 'ij' (ys, bedryf, moeilykheden) was in administratieve teksten tot ver in de jaren '40 gangbaar. Linger (De heer) Linger antwoordt (De heer) Linger begrypt (De heer) Linger deelt (De heer) Neeter (De heer) Neeter vervolgt (De heer) Neeter vraagt (De heer) Neeter zou (De heer) Stienstra (De heer) Stienstra is (De heer) Stienstra vraagt (De heer)

Samenvatting

  • Kern van het debat: De discussie draait om de regelgeving rondom straathandel (venten), specifiek gericht op de ijsverkoop. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen melkbezorgers (geen venters want zij hebben vaste klanten) en ijsverkopers (wel venters want zij lokken publiek op straat).
  • Economische belangen: Ondernemers zoals de heer Linger maken zich zorgen over de rentabiliteit van hun dure installaties als er niet genoeg vergunde venters beschikbaar zijn. De ijsindustrie wordt beschreven als een seizoensgebonden bedrijf dat in de winter volledig stilstaat.
  • Arbeidsmarkt en concurrentie: Er is onenigheid over het effect van een gesloten vergunningsstelsel. De Voorzitter ziet het als een manier om concurrentie te beperken, terwijl de heer Stienstra vreest dat het de onderlinge strijd om schaars personeel zal verhevigen.
  • Loonvorming: Er wordt een interessant inkijkje gegeven in de verdiensten: een goede venter verdient f. 40,- per week, een minder succesvolle f. 20,-.
  • Bestuur: De vermelding van "B. & W." (Burgemeester en Wethouders) aan het einde bevestigt dat dit advies of deze discussie gericht is aan het dagelijks bestuur van een gemeente.

Historische Context

Dit document past in de tijdsgeest van de vroege tot midden 20e eeuw in Nederland, waarin de overheid via de Vestigingswet en lokale verordeningen probeerde de wildgroei aan straathandel in te dammen. Tijdens de crisisjaren '30 was de druk op de straathandel groot omdat velen probeerden als venter een inkomen te genereren. De gevestigde middenstand (vertegenwoordigd door de Centrale Middenstandsbond) drong vaak aan op regulering om "oneerlijke concurrentie" tegen te gaan. De spelling met 'y' in plaats van 'ij' (ys, bedryf, moeilykheden) was in administratieve teksten tot ver in de jaren '40 gangbaar.

Genoemde Personen 11

Linger (De heer) Linger antwoordt (De heer) Linger begrypt (De heer) Linger deelt (De heer) Neeter (De heer) Neeter vervolgt (De heer) Neeter vraagt (De heer) Neeter zou (De heer) Stienstra (De heer) Stienstra is (De heer) Stienstra vraagt (De heer)

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Brandstof Olie & Techniek: Olie Olie & Techniek: Vet Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Melk Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3