Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie).
Origineel
Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie). 11
bracht mag worden.
Overigens is hy thans persoonlyk wel van meening, dat zyn
eigen bedryf door het persoonlyke-vergunningstelsel niet
onmogelyk zal worden gemaakt, doch het bezwaar, dat zy, die
uit hoofde van ongeschiktheid feitelyk geen vergunning
verdienen, er toch gemakkelyk een zullen krygen, weegt by
/wel hem/zwaar.
De Voorzitter zegt, dat het venterscorps hoofdzakelyk uit rasventers be-
staat. Stelt de vraag of het gerucht op waarheid berust,
dat er een groote ysfabriek in oprichting is en of men hoofd-
zakelyk bevreesd is hiervoor geen geschikt personeel te kun-
nen verkrygen.
De heer Stienstra erkend, dat er volgend jaar een splitsing van zyn bedryf
zal plaats hebben.
De heer Presser merkt nog op, dat volgens hem dė concurrentie tusschen de
fabrieken nog scherper zou worden, indien zë een ongelimi-
teerd aantal venters tegen elk loon in dienst zouden kunnen
nemen. Thans zullen ze wel verplicht zyn een behoorlyk loon
te garandeeren.
De Voorzitter wenscht hier niet verder op in te gaan.
De heer Balder is er van overtuigd, dat de heer Stienstra niet voldoėnde
doordrongen is van den omvang van het vraagstuk en hy stelt
daarom voor denheeren gelegenheid te geven zich rustig
over deze zaak te beraden, waarna men in een volgende
vergadering de zaak tot een definitief einde kan brengen.
De Voorzitter heeft er niets op tegen, dat de heeren, gehoord de dis-
cussies, hunne bezwaren op papier uitwerken en dit de
Commissie toezenden.
De heer Stienstra vraagt dan studiemateriaal te mogen ontvangen.
De Voorzitter geeft hem een Rapport inzake Ventvergunningen benevens een
Ventverordening ter inzage en zegt toe het schriftelyk in-
komende rapport van de werkgevers in deze Commissie te
doen behandelen. In ieder geval adviseert hy denheeren te
willen bevorderen, dat het personeel een vergunning aan-
vraagt.
Hy zegt de heeren Stienstra en Linger dank voor hun aanwe-
zigheid, waarna deze de vergadering verlaten.
De heer Presser stelt nog voor in de dagbladen alsnog te doen bekend maken,
dat ook petroleumventers een vergunning moeten aanvragen,
daar de maatschappyen hun personeel medegedeeld hebben, dat
zy geen vergunning behoeven aan te vragen, daar zy als bezor-
gers kunnen worden beschouwd.
De Voorzitter beschouwt dit als een bėlangryk punt, daar de menschen zelf
op het Stadhuis verklaard hebben geen venter te zyn, daar
alleen vaste klanten worden bediend. Zoodoende zyn ze ook
niet geregistreerd. Voorzitter is van meening, dat dit nu
goed moet worden uitgezocht.
De heer Presser zegt, dat de maatschappyen hun menschen in moeilykheden
brengen ten bate van henzelf. Hy beschouwt het als de taak
van de Commissie hieromtrent de waarheid te doen publi-
ceeren.
De Voorzitter vraagt of een petroleumlooper als bezorger of als venter
moet worden beschouwd, waarop
De heer Presser nadrukkelyk verzekert, dat er geen petroleumbezorgers
bestaan. Deze menschen moeten absoluut als venter worden * Onderwerp: De discussie gaat over de regulering van straathandel (venten) via een vergunningenstelsel. De kern van het debat betreft wie wel of niet als 'venter' gekwalificeerd wordt en aan welke eisen zij moeten voldoen.
* Belangenconflict:
* De heer Stienstra: Maakt zich zorgen over de kwaliteit van het personeel en de impact van de vergunningen op zijn bedrijfsvoering.
* De heer Presser: Agiteert tegen oneerlijke concurrentie en de praktijken van grote maatschappijen (waarschijnlijk oliemaatschappijen) die hun personeel adviseren geen vergunning aan te vragen door ze als 'bezorgers' te labelen in plaats van 'venters'. Hij komt op voor de rechtspositie van de werknemers die hierdoor in de problemen kunnen komen.
* De Voorzitter: Probeert de vergadering te leiden naar een praktische oplossing (het indienen van bezwaren op papier) en adviseert iedereen om toch een vergunning aan te vragen om juridische problemen te voorkomen.
* Opvallend: Het gebruik van de "y" in plaats van "ij" (bijv. ysfabriek, moeilykheden) is typerend voor een bepaalde periode in de Nederlandse spelling of administratieve voorkeur. De puntjes op sommige klinkers (zoals dė, zė) zijn hoogstwaarschijnlijk accenttekens die door de typist(e) handmatig zijn toegevoegd of een specifieke functie hadden in het toenmalige ambtelijke idioom om de klemtoon aan te geven. Dit document lijkt een verslag van een commissievergadering in een Nederlandse gemeente (referentie naar "het Stadhuis") in de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '20 of '30, gezien de spelling en de opkomst van grootschalige "ysfabrieken" en "petroleumventers"). De discussie vindt plaats tegen de achtergrond van de invoering of aanscherping van een Ventverordening. Dergelijke regelgeving werd ingevoerd om de wildgroei aan straathandel te beperken, hygiëne te waarborgen (bij ijs) en belastingafdracht te controleren. De transitie van 'petroleumlooper' naar een gereguleerde beroepsgroep markeert de professionalisering en bureaucratisering van de distributie aan huis.