Getypte notulen of verslag van een vergadering (mogelijk een gemeentelijke commissie of een overlegorgaan betreffende handel).
Origineel
Getypte notulen of verslag van een vergadering (mogelijk een gemeentelijke commissie of een overlegorgaan betreffende handel). 9
De Voorzitter wyst op het groote aantal venters. Bovendien is verpakt ys een gemakkelyk verkoopbaar artikel, waarvoor elke ysventer zal kunnen worden gebruikt; de mogelykheid, dat geen nieuw personeel zou zyn te krygen, is z.i. dan ook zeer klein.
De heer Stienstra begrypt, dat het in de eerste plaats gaat om inkrimping van het aantal venters en dat een collectieve vergunning aan werkgevers dit niet in de hand werkt, integendeel juist een uitbreiding geeft. Hy voorziet echter in het andere geval moeilykheden voor den werkgever, die geen of moeilyk bezorgers meer zal kunnen krygen. Het is zelfs mogelyk, dat hun personeel nu zelfstandig zal gaan werken en het kan zelfs gebeuren, dat ze ook verpakt ys zullen gaan verkoopen. De concurrentie zal zeker verscherpt worden. Is het niet mogelyk by de inwerkingtreding van de Verordening den ondernemingen een vergunning te geven voor het aantal venters op dat oogenblik by hen in dienst? Hy voelt wel, dat de Ventverordening beoogt voor de venters een zoo gunstig mogelyke positie te verkrygen, doch de werkgevers moeten daardoor niet in moeilykheden komen. Hy wyst er op, dat hy hier uitsluitend zyn eigen meening uitspreekt en zou het daarom op prys stellen om met zyn collega's ruggespraak te kunnen houden; in verband hiermede verzoekt hy een overzicht van deze geheele materie te mogen ontvangen om, nadat hy een en ander bestudeerd zal hebben, een nieuwe bespreking te doen houden.
De Voorzitter zegt, dat de heer Stienstra wel begrypt, dat deze Verordening met een bepaald doel is uitgevaardigd en dat hy wel zal voelen, dat het geven van een algemeene (collectieve) vergunning de ondernemingen menschen op straat gaan brengen, die feitelyk niet mogen venten. Hy verzoekt daarom den heeren de zaak ook eens van den anderen kant te bekyken en stelt daarom voor te beginnen met het uitgeven van persoonlijke vergunningen. Alle by de ondernemingen in dienst zynde venters vragen dus vergunning aan en heeft de onderneming nieuw personeel noodig, dan voorziet zy zich uit het venters-corps. Het voordeel hiervan is, dat de moeilykheden dan aan de practyk kunnen worden getoetst.
De heer Linger blyft vreezen geen nieuw personeel te kunnen krygen.
De Voorzitter vraagt of de ondernemingen thans met personeel beneden den 18-jarigen leeftyd werken, hetgeen door beide heeren wordt ontkend. De Voorzitter antwoordt den heer Linger, dat de Overheid zeker de belangen van de ondernemingen niet uit het oog zal verliezen en indien by wyze van spreken 5.000 venters zouden weigeren om byv. 5 vacatures te vervullen, dan zou de Overheid zeker helpen, doch de Voorzitter kan zich niet voorstellen, dat zulks noodig zou zyn.
De heer Stienstra vraagt of er ventvergunningen voor alle artikelen worden gegeven.
De Voorzitter deelt mede, dat uitsluitend voor één artikel of groep van artikelen vergunning zal worden verleend en wel:
a. voor aardappelen, groenten en fruit;
b. voor bloemen en planten;
c. voor haring en zuurwaren, benevens ger. en gest. visch;
d. voor visch, benevens gerookte en gestoomde visch;
e. voor boter, kaas en eieren;
f. voor huishoudelyke artikelen;
g. voor petroleum;
h. voor lompen; * Beleidsdoel: De kern van het debat is de regulering van de straathandel via een nieuwe Ventverordening. Het expliciete doel is "inkrimping van het aantal venters".
* Belangentegenstelling: Er is een duidelijke spanning tussen de overheid (die streeft naar ordening en beperking via persoonlijke vergunningen) en de werkgevers/ondernemers (vertegenwoordigd door Stienstra en Linger). De laatsten vrezen dat persoonlijke vergunningen leiden tot personeelstekorten en ongewenste concurrentie als werknemers zelfstandig gaan venten.
* Handhaving: De voorzitter voert aan dat collectieve vergunningen (per bedrijf) fraude of ongeoorloofd venten in de hand werken ("menschen op straat brengen, die feitelyk niet mogen venten").
* Specialisatie: De lijst aan het eind toont aan dat de overheid de markt wil segmenteren; een venter mag slechts één specifieke productgroep verkopen, wat duidt op een stringente marktordening.
* Taalgebruik: Het gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (krygen, moeilykheden) en de oude naamvalsbuigingen (den heeren, den anderen kant) zijn kenmerkend voor de ambtelijke schrijftaal van voor de spellinghervorming van Marchant (1934/1947). Dit document past in de bredere sociaal-economische geschiedenis van Nederland in het interbellum of de vroege jaren '40. In deze periode trachtten gemeenten de vaak chaotische straathandel te reguleren om zowel de openbare orde te handhaven als de gevestigde middenstand (winkeliers) te beschermen tegen "ongebreidelde" concurrentie van venters. De discussie over verpakte producten (zoals ijs) markeert de overgang naar modernere consumptievormen. De genoemde producten zoals petroleum en lompen waren destijds essentiële onderdelen van de informele of semi-formele economie in stedelijke gebieden. De namen Stienstra en Linger wijzen mogelijk op afgevaardigden van werkgeversorganisaties of leden van een gemeenteraad in een grote stad (zoals Amsterdam, Den Haag of Rotterdam).