Getypte notulen of een verslag van een vergadering.
Origineel
Getypte notulen of een verslag van een vergadering. 8
houden, zoodat dus by ontslag van personeel, alleen venters
met ventvergunning kunnen worden aangenomen. Dit nu lykt
haar voor de werkgevers geen bezwaar, daar het venterscorps
een zoodanige uitgebreidheid heeft, dat van een zeer ruime
keuze kan worden gesproken. Mocht echter blyken, dat deson-
danks nog bezwaren voor de ondernemingen ryzen, dan kunnen
altyd nog maatregelen getroffen worden, om aan deze bezwa-
ren tegemoet te komen. Dit is dus het standpunt van deze
Commissie. Hy verzoekt nu den heeren werkgevers voorloopig
niet te willen ingaan op de vraag om collectieve vergunnin-
gen te verkrygen, doch uitsluitend de moeilykheden te ont-
wikkelen die voor hen, by het verleenen van persoonlyke
vergunningen, zullen ryzen.
De heer Stienstra wenscht eerst een vraag te stellen. Het komt hem voor,
dat hy hier over een zaak moet spreken, die reeds in kannen
en kruiken is, zoodat hem de pas reeds is afgesneden. Boven-
dien beheerscht hy deze materie in het geheel niet, zoodat
hy onbeslagen op het ys komt. Wanneer echter nu reeds vast-
staat, dat de vergunningen persoonlyk zullen zyn, behoeft
hy zich er hier niet verder over uit te spreken. De ys-
bereiders in de groote gemeenten werken onder moeilyke om-
standigheden. Er zyn ondernemingen, die 30 à 40 venters
in hun dienst hebben en de ervaringen, met deze venters
opgedaan, zyn zeer ongunstig. Niets is zoo onbestendig
als het corps ysventers en indien de ondernemingen nu ge-
bonden zullen worden om uit een zeker corps hun personeel
te betrekken, zullen de moeilykheden voor hen niet te over-
zien zyn, daar deze venters een zekere macht zullen kunnen
doen gelden. Hy verzoekt daarom den Voorzitter diens moti-
veering t.a.v. het weigeren van collectieve vergunningen
nog eens te mogen vernemen, daar hy gelooft de basis daarvan
te kunnen weerleggen.
De Voorzitter zegt in antwoord op de vraag van den heer Stienstra of deze
zaak al in kannen en kruiken is, dat hy alleen het stand-
punt van de Commissie heeft uiteengezet en dat hieromtrent
dus nog niets vaststaat. Dit is een Commissie van Advies,
die B. & W. omtrent diverse vraagstukken van advies moet
dienen.
Wat betreft zyn motiveering t.a.v. het weigeren van collec-
tieve vergunningen zegt hy het volgende:
De werkgevers willen een vergunning voor het aantal by hen
in dienst zynde venters, laten we aannemen 40. Nu ontstaat
er een kwestie en er worden er 20 ontslagen; er moeten dan
dus 20 nieuwe venters aangesteld worden. Indien dit nu aan
de vrye keuze der werkgevers zou worden overgelaten, dan
zouden er dus 20 nieuwe venters by dit reeds veel te groote
corps van venters gevoegd worden. Dit nu acht de Commissie
lynrecht in stryd met de bedoeling van de Verordening, welke
inkrimping van het aantal venters beoogt. Daaby komt nog,
dat wanneer aan de ondernemingen een collectieve vergunning
wordt verstrekt en er wordt personeel ontslagen, dit dan
niet meer in het ventersbedryf zyn brood zal kunnen verdie-
nen, daar geen nieuwe vergunningen meer zullen worden ver-
strekt. Dit zou dus den ondernemingen een groote macht ge-
ven.
De heer Linger is bevreesd geen menschen uit het venterscorps te zullen
kunnen krygen, indien hy nieuw personeel zou wenschen. De kern van de discussie op deze pagina is de spanning tussen de gemeentelijke wens om de straathandel te reguleren en de wens van werkgevers (ondernemers) om maximale vrijheid te behouden bij het aannemen van personeel.
- Beleidsdoel: De Commissie streeft naar een 'inkrimping' van het aantal venters. Dit willen ze bereiken door alleen persoonlijke vergunningen te verlenen. Hierdoor wordt het totale aantal vergunningen bevroren of verlaagd.
- Bezwaar van Werkgevers (Stienstra & Linger): Zij vrezen dat ze door het systeem van persoonlijke vergunningen gedwongen worden personeel te selecteren uit een vaste groep bestaande venters. Stienstra kwalificeert deze groep (specifiek de ijsventers) als "onbestendig" en vreest dat de venters "een zekere macht" zullen krijgen als de werkgever niet vrij is om nieuwe mensen van buiten deze groep aan te nemen.
- Argument van de Voorzitter: Hij stelt dat collectieve vergunningen (waarbij een bedrijf een x-aantal vergunningen krijgt) de controle op het totaal aantal venters onmogelijk maakt. Bovendien zou het de macht van de werkgever over de werknemer te groot maken: een ontslagen venter zou nergens anders meer aan de slag kunnen omdat er geen nieuwe individuele vergunningen worden uitgegeven. * Tijdsperiode: Het document is opgesteld in de vroege tot het midden van de 20e eeuw (vermoedelijk jaren '20 of '30). Dit blijkt uit de spelling (bijv. "zoodat", "moeilykheden") en de maatschappelijke context waarin gemeenten grip probeerden te krijgen op de groeiende straathandel.
- Historische achtergrond: In deze periode voerden veel Nederlandse steden een "Ventverordening" in. Straathandel werd vaak gezien als bron van overlast en oneerlijke concurrentie voor winkeliers. De overheid probeerde het aantal venters te beperken via een vergunningenstelsel.
- Sociale aspecten: De tekst toont een vroege vorm van arbeidsmarktregulering en de discussie over machtsverhoudingen tussen werkgevers en (vaak arme) straatventers. De vermelding van "ysbereiders" in "groote gemeenten" suggereert dat de discussie mogelijk plaatsvindt in een stad als Amsterdam, Rotterdam of Den Haag, waar de ijsverkoop op straat een bloeiende maar lastig te reguleren sector was.