Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 131
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen van een vergadering (Commissie van Advies).

Origineel

Notulen van een vergadering (Commissie van Advies). 7

hem moeten worden bestreden.
De Voorzitter constateert, dat de conclusie van den heer Seegers
(persoonlyke vergunningen) reeds door de Commissie als vast-
staand is aangenomen, doch de Voorzitter gaat verder en
vraagt: "Zien de heeren moeilykheden voor den werkgever,
indien deze zyn personeel uit het venterscorps zou moeten
recruteeren?"
De heer Seegers ziet deze moeilykheden niet, daar een keus uit 6000 à 7000
venters hem niet te beperkt lykt.
De Voorzitter voorziet evenmin moeilykheden by een dergelyke ruime keus.
Indien werkelyk zou blyken, dat het aantal venters niet vol-
doende zou zyn, dan zouden altyd nog maatregelen genomen
kunnen worden; bovendien is voor den verkoop van verpakt ys
elke venter te gebruiken, ook al is hy geen ysventer, mits
niet onder de 18 jaar.
Dit staat dus vast, dat de vergadering van meening is, dat
de vergunning persoonlyk zy en blyve. De moeilykheden voor
den werkgever zyn volgens den heer Seegers nihil.
De heer Presser is het er volkomen mee eens.
De heer Neeter wyst er op, dat de Verordening is gebaseerd op:
1o verkeer;
2o toestand van den venter, en
3o belang van de consumenten.
Deze zaak behoort volgens hem onder punt 1 thuis. Het is
hem ter oore gekomen, dat de ysfabrikanten zeer dure in-
stallties bezitten, terwyl ze in hoofdzaak op den verkoop
langs den weg zyn aangewezen, zoodat dezen menschen zeker
een goede functioneering van hun bedryf moet worden gewaar-
borgd. De Perm. Comm. behoort zich dan ook nauwkeurig in deze
materie in te werken en het heeft daarom zeker zyn goede zyde,
om de werkgevers ter vergadering te doen komen.
De heer Balder betuigt zyn dank, dat de werkgevers in de gelegenheid
worden gesteld hunne bezwaren hier te doen hooren. Hy geeft
toe de strekking van de in de vorige Commissie van Advies
vastgestelde clausule (verstrekking persoonlyke vergunningen)
niet juist te hebben kunnen overzien, althans is daar aan de
thans aanhangige moeilykheid niet gedacht.
^t
De heeren P. Sienstra, Directeur der N.V. "O.V.V. De Eendracht";
N. Linger, Eigenaar ysfabriek "Davia", komen vervolgens ter
vergadering.

De Voorzitter heet de heeren welkom en vangt aan hen omtrent de Ventver-
ordening in te lichten en meer speciaal over het gedeelte
dat voor hen van belang is. Hy zegt, dat in deze Commissie
een punt van bespreking heeft uitgemaakt of by de komende
Ventverordening aan venters in loondienst persoonlyk vergun-
ning zou moeten worden verleend, of dat met een collectieve
vergunning aan de werkgevers, voor het aantal by hen in
loondienst zynde venters, zou kunnen worden volstaan.
Deze Commissie is in meerderheid van meening, dat van een
collectieve vergunning geen sprake kan zyn, daar dit de
werkgevers vry zou laten nieuw personeel (by ontslag of
anderszins) buiten de Verordening om aan te stellen, hetgeen
dus uitbreiding van het aantal venters zou beteekenen, terwyl
de Verordening juist beperking van dit aantal beoogt. Deze
Commissie is dan ook van oordeel, dat aan het persoonlyk
karakter van de vergunningen strikt de hand moet worden ge- * Kernprobleem: Er wordt gedebatteerd over de vraag of ventvergunningen op naam van de individuele venter moeten staan (persoonlijk) of op naam van de werkgever (collectief). De commissie neigt sterk naar persoonlijke vergunningen om de totale omvang van de straathandel te kunnen reguleren.
* Argumentatie: De commissie stelt dat collectieve vergunningen het voor ijsfabrieken te makkelijk maken om onbeperkt personeel te wisselen en uit te breiden, wat indruist tegen het doel van de 'Ventverordening' (beperking van het aantal venters).
* Betrokken Partijen:
* Overheid/Commissie: Voorzitter, Seegers, Presser, Neeter, Balder.
* Bedrijfsleven: P. Sienstra (O.V.V. De Eendracht) en N. Linger (IJsfabriek Davia).
* Opvallend detail: Er wordt gesproken over een potentieel van "6000 à 7000 venters", wat wijst op een zeer omvangrijke informele sector in de betreffende regio. Tevens wordt een leeftijdsgrens van 18 jaar genoemd voor de verkoop van ijs. Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische ordening van de straathandel in de Nederlandse koloniën (zeer waarschijnlijk Suriname) in de periode voor of kort na de Tweede Wereldoorlog. De ijsverkoop was een cruciale pijler van de lokale economie en de ijsfabrieken "De Eendracht" en "Davia" waren bekende namen in het Paramaribo van die tijd. De discussie weerspiegelt de wrijving tussen ondernemingsbelangen (behoefte aan flexibiliteit in personeel door de fabrieken) en de wens van de overheid om de openbare orde, het verkeer en de concurrentie op straat te beheersen. De voorkeur voor persoonlijke vergunningen was een middel om grip te houden op de individuele venter in plaats van op de kapitaalkrachtige producenten.

Samenvatting

  • Kernprobleem: Er wordt gedebatteerd over de vraag of ventvergunningen op naam van de individuele venter moeten staan (persoonlijk) of op naam van de werkgever (collectief). De commissie neigt sterk naar persoonlijke vergunningen om de totale omvang van de straathandel te kunnen reguleren.
  • Argumentatie: De commissie stelt dat collectieve vergunningen het voor ijsfabrieken te makkelijk maken om onbeperkt personeel te wisselen en uit te breiden, wat indruist tegen het doel van de 'Ventverordening' (beperking van het aantal venters).
  • Betrokken Partijen:
    • Overheid/Commissie: Voorzitter, Seegers, Presser, Neeter, Balder.
    • Bedrijfsleven: P. Sienstra (O.V.V. De Eendracht) en N. Linger (IJsfabriek Davia).
  • Opvallend detail: Er wordt gesproken over een potentieel van "6000 à 7000 venters", wat wijst op een zeer omvangrijke informele sector in de betreffende regio. Tevens wordt een leeftijdsgrens van 18 jaar genoemd voor de verkoop van ijs.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de sociaal-economische ordening van de straathandel in de Nederlandse koloniën (zeer waarschijnlijk Suriname) in de periode voor of kort na de Tweede Wereldoorlog. De ijsverkoop was een cruciale pijler van de lokale economie en de ijsfabrieken "De Eendracht" en "Davia" waren bekende namen in het Paramaribo van die tijd. De discussie weerspiegelt de wrijving tussen ondernemingsbelangen (behoefte aan flexibiliteit in personeel door de fabrieken) en de wens van de overheid om de openbare orde, het verkeer en de concurrentie op straat te beheersen. De voorkeur voor persoonlijke vergunningen was een middel om grip te houden op de individuele venter in plaats van op de kapitaalkrachtige producenten.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3