Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 130
Dossier 92
Jaar 1941
Stadsarchief

Verslag of notulen van een commissievergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie).

Origineel

Verslag of notulen van een commissievergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie). 6

De Voorzitter constateert, dat er belangryke inlichtingen zyn verstrekt, waarvan thans een nuttig gebruik zal kunnen worden gemaakt, terwyl tevens deze discussies waarde hebben voor de behandeling van punt 2 der agenda, dat hy thans aan de orde stelt:
Brief No. 770 L.M. dd. 27 Sept. 1933 van den Wethouder voor de Levensmiddelen, inzake venters in loondienst.
Afschrift van dezen brief is den leden toegezonden. Het zwaartepunt van deze kwestie ligt bij de vraag of een collectieve vergunning moet worden gegeven aan den werkgever of een vergunning aan elken venter in loondienst individueel. Deze materie is reeds in de vorige vergadering der Commissie behandeld, waarin alle leden, uitgezonderd het lid Balder, het er over eens waren, dat van een collectieve vergunning aan de werkgevers geen sprake kan zyn. Desniettemin stelt de Voorzitter dit punt, naar aanleiding van den betreffenden brief van den Wethouder, opnieuw aan de orde, teneinde na te gaan of ook aan de wenschen van de werkgevers tegemoet kan worden gekomen, ook, indien de vergunning aan de venters in loondienst persoonlyk zal worden gegeven en de werkgevers zich dus, indien ze nieuw personeel noodig hebben, uit het bestaande venterscorps met vergunning van personeel zullen moeten voorzien.
Hy opent hieromtrent de discussies; speciaal wat betreft de moeilykheden voor de werkgevers, waarna de geinviteerde werkgevers ter vergadering zullen worden toegelaten, zoodát de Voorzitter aan de hand van deze discussie dan de bezwaren van deze heeren tegen het verleenen van persoonlyke vergunningen, kan bespreken.
De heer Seegers zegt, dat het hier in de eerste plaats een principiëele kwestie betreft en daar hem uit het betreffende rapport (gele boekje) van de vorige Commissie niet is gebleken, dat een minderheid van leden tegen het verleenen van persoonlyke vergunningen was, begrypt hy niet, dat de heer Balder, die toch ook in deze Commissie zitting had, thans hiertegen bezwaren heeft geopperd. Pag. 13 onderaan en 14 van dit boekje laten aan duidelykheid niets te wenschen over. De vergunning zal op naam van den venter worden uitgegeven en dit sluit het geven van collectieve vergunningen aan werkgevers by voorbaat uit. Alleen wanneer deze clausule uit het betreffende rapport zou worden gelicht, zouden collectieve vergunningen mogelyk zyn, doch dit zou groote bezwaren meebrengen en de Verordening zou op losse schroeven komen te staan. Stelt bv. dat een patroon 50 venters in dienst heeft, die hy, door opheffing van zyn bedryf, zou moeten ontslaan, dan zouden deze menschen in de gelegenheid moeten worden gesteld een vergunning voor een groep van artikelen aan te vragen. Als nu de patroon na verloop van tyd weer aan het werk zou gaan, en de verplichting zou voor hem niet bestaan, om uit het bestaande venterscorps zyn personeel te recruteeren, dan zou hy dus, door personeel zonder vergunning aan te nemen, het aantal bestaande venters daardoor uitbreiden. Dit is in lynrechten stryd met de bedoeling van de Ventverordening, welke juist afsluiting van het bedryf beoogt. Voorstellen in dien geest zullen dan ook door * Conflict over vergunningsvorm: Het kernpunt van de discussie is of vergunningen voor straathandel (venten) aan het bedrijf (collectief) of aan de individuele werknemer (persoonlijk) moeten worden verleend.
* Standpunt Voorzitter: Wil de dialoog openhouden en ook werkgevers horen, ondanks een eerdere principiële beslissing van de commissie.
* Standpunt de heer Seegers: Hij houdt vast aan de individuele vergunning. Zijn voornaamste argument is dat collectieve vergunningen misbruikt kunnen worden om het aantal venters op straat ongecontroleerd te laten groeien.
* Regulering: De tekst spreekt over de "afsluiting van het bedryf", wat duidt op een protectionistisch beleid of een poging om de marktverzadiging van straatventers tegen te gaan.
* Taalgebruik: Typisch voor de jaren '30 met woorden als "patroon" (werkgever), "loondienst", "venterscorps" en de spelling met 'y' voor 'ij'. Dit document stamt uit de crisisjaren 30 in Nederland. Tijdens de Grote Depressie nam de straathandel enorm toe omdat veel werklozen op deze manier een inkomen probeerden te verwerven. Gemeenten probeerden dit te reguleren via "Ventverordeningen" om overlast te beperken en de gevestigde middenstand te beschermen. De discussie over persoonlijke versus collectieve vergunningen was cruciaal: een persoonlijke vergunning gaf de gemeente directe controle over wie er op straat stond en hoeveel mensen dat waren. Als werkgevers collectieve vergunningen zouden krijgen, zouden zij zelf kunnen bepalen hoeveel (ongediplomeerde/onvergunde) krachten zij de straat op stuurden, wat de regisserende rol van de overheid zou ondermijnen. Het genoemde "gele boekje" verwijst waarschijnlijk naar een rapport van een eerdere onderzoekscommissie of een conceptversie van de nieuwe verordening.

Samenvatting

  • Conflict over vergunningsvorm: Het kernpunt van de discussie is of vergunningen voor straathandel (venten) aan het bedrijf (collectief) of aan de individuele werknemer (persoonlijk) moeten worden verleend.
  • Standpunt Voorzitter: Wil de dialoog openhouden en ook werkgevers horen, ondanks een eerdere principiële beslissing van de commissie.
  • Standpunt de heer Seegers: Hij houdt vast aan de individuele vergunning. Zijn voornaamste argument is dat collectieve vergunningen misbruikt kunnen worden om het aantal venters op straat ongecontroleerd te laten groeien.
  • Regulering: De tekst spreekt over de "afsluiting van het bedryf", wat duidt op een protectionistisch beleid of een poging om de marktverzadiging van straatventers tegen te gaan.
  • Taalgebruik: Typisch voor de jaren '30 met woorden als "patroon" (werkgever), "loondienst", "venterscorps" en de spelling met 'y' voor 'ij'.

Historische Context

Dit document stamt uit de crisisjaren 30 in Nederland. Tijdens de Grote Depressie nam de straathandel enorm toe omdat veel werklozen op deze manier een inkomen probeerden te verwerven. Gemeenten probeerden dit te reguleren via "Ventverordeningen" om overlast te beperken en de gevestigde middenstand te beschermen. De discussie over persoonlijke versus collectieve vergunningen was cruciaal: een persoonlijke vergunning gaf de gemeente directe controle over wie er op straat stond en hoeveel mensen dat waren. Als werkgevers collectieve vergunningen zouden krijgen, zouden zij zelf kunnen bepalen hoeveel (ongediplomeerde/onvergunde) krachten zij de straat op stuurden, wat de regisserende rol van de overheid zou ondermijnen. Het genoemde "gele boekje" verwijst waarschijnlijk naar een rapport van een eerdere onderzoekscommissie of een conceptversie van de nieuwe verordening.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3