Archief 745
Inventaris 745-347
Pagina 129
Dossier 5
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen (doorslag of origineel op typepapiere).

Origineel

Getypte notulen (doorslag of origineel op typepapiere). 5

en fruit, die vaste klanten bedienen, doch waarby tevens de mogelykheid bestaat, dat ze ook aan anderen verkoopen, volgens deze Commissie een vergunning zullen moeten hebben, doch de venters bezorgers of verkoopers van brood en melk zullen in geen geval een vergunning behoeven aan te vragen. (zie pag. 4 van het gecyclost. rapport inzake het Ventersvraagstuk). Duidelyke publicatie hieromtrent lykt hem zeer gewenscht.

De heer Seegers bestrydt nog de opmerking van den heer Neeter over zyn gezegde, dat hy geen goed vriend van deze Verordening is. De heer Neeter moet wel begrypen, dat dit niet wil zeggen, dat hy nu als lid van deze Commissie niet aan een goede uitvoering zou medewerken.

De heer Balder komt ter vergadering, wordt door den Voorzitter welkom geheeten en in het kort ingelicht over den stand der discussies.

De Voorzitter resumeerende zegt, dat deze notulen aan de Secretarie zullen worden toegezonden, waarna aan de Secretarie zal moeten worden overgelaten, welke oproepingen nog in de dagbladen zullen moeten verschynen. Dit kan na afloop der registratie doch ook nu direct geschieden, maar in ieder geval zal deze oproep in den vorm van een waarschuwing moeten worden opgemaakt en er zal duidelyk uit moeten blyken, dat niet alleen elke venter, doch ook degene, die wel eens op straat artikelen verkoopt, doch overigens vaste klanten bedient, onder de Ventverordening valt en dus een vergunning zal moeten aanvragen. De grensgevallen, die dan uit de gegevens der registratie naar voren zullen komen, kunnen door deze Commissie worden beoordeeld.

De Voorzitter wil de discussie over dit onderdeel niet doen beëindigen zonder de opmerking van den heer Seegers, als zouden de ambtenaren ter Secretarie buiten hun boekje zyn gegaan, nadrukkelyk tegen te spreken. Men moet dit aldus zien, dat er menschen komen informeeren, die mededeelen, dat ze uitsluitend vaste klanten bedienen en vragen of ze zich dan toch moeten opgeven. Het antwoord luidt dan terecht: "Neen", maar het wordt aan de menschen overgelaten of ze zich op willen geven of niet. De ambtenaren gaan dus alleen in op inlichtingen van de menschen, die komen. Hy geeft echter graag toe, dat er zich wel moelykheden zullen voordoen.

De heer Presser wyst erop, dat er venters zyn, die thans volledigen steun genieten. Deze zyn van meening, dat ze zich niet behoeven op te geven, daar ze op het oogenblik niet venten, hetgeen natuuryk ook een misverstand is.

De Voorzitter zegt, dat deze venters zich natuuryk zullen moeten opgeven. Dit zal dan ook bekend gemaakt moeten worden.

De heer Presser bestrydt de opmerking van den heer Neeter, wat betreft het aantal venters (5.500) by een vroeger gehouden telling. Hierby waren de lompenventers (plm. 1.700) niet begrepen.

De heer Neeter zegt, dat de heer Presser zich vergist als hy het aantal lompenventers op plm. 1700 wil stellen. Oorspronkelyk waren er 1700, doch de afgevallenen zyn niet afgeschreven, zoodat er thans zeker beduidend minder zullen zyn. Dit document bevat het verslag van een technische commissievergadering over de implementatie van een verordening die de straathandel reguleert. De kernpunten zijn:
1. Afbakening: Er is discussie over wie wel en wie geen vergunning nodig heeft. Fruitverkopers die ook aan passanten verkopen wel, maar brood- en melkbezorgers niet.
2. Communicatie: De commissie overlegt over de noodzaak van duidelijke publicaties in dagbladen om "grensgevallen" (verkopers met zowel vaste klanten als losse verkoop) aan te sporen zich te registreren.
3. Bureaucratie en Misverstanden: Er wordt gesproken over venters die momenteel een uitkering ("steun") ontvangen en onterecht denken dat zij zich niet hoeven te registreren omdat zij tijdelijk niet werken.
4. Statistiek: Er is een meningsverschil tussen de leden Presser en Neeter over de omvang van de beroepsgroep, specifiek over het aantal "lompenventers" (voddenmannen). Hoewel de exacte datum ontbreekt, wijzen de namen (Presser, Neeter) en de aard van de administratie (de Joodse Raad voor Amsterdam) sterk op de periode van de Duitse bezetting in Nederland (1940-1945). De "Ventverordening" was een van de vele maatregelen waarmee de bezetter de economische activiteiten van de Joodse bevolking trachtte te controleren, te registreren en uiteindelijk te elimineren.

De genoemde heer Presser is zeer waarschijnlijk Jacques Presser (historicus) of een direct familielid die betrokken was bij de Joodse Raad. De discussie over "steun" en de registratie van arme beroepsgroepen zoals lompenventers illustreert de precaire sociaaleconomische positie van een groot deel van de Joodse gemeenschap in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De Secretarie verwijst naar het bestuursapparaat van de Joodse Raad aan de Nieuwe Keizersgracht.

Samenvatting

Dit document bevat het verslag van een technische commissievergadering over de implementatie van een verordening die de straathandel reguleert. De kernpunten zijn:
1. Afbakening: Er is discussie over wie wel en wie geen vergunning nodig heeft. Fruitverkopers die ook aan passanten verkopen wel, maar brood- en melkbezorgers niet.
2. Communicatie: De commissie overlegt over de noodzaak van duidelijke publicaties in dagbladen om "grensgevallen" (verkopers met zowel vaste klanten als losse verkoop) aan te sporen zich te registreren.
3. Bureaucratie en Misverstanden: Er wordt gesproken over venters die momenteel een uitkering ("steun") ontvangen en onterecht denken dat zij zich niet hoeven te registreren omdat zij tijdelijk niet werken.
4. Statistiek: Er is een meningsverschil tussen de leden Presser en Neeter over de omvang van de beroepsgroep, specifiek over het aantal "lompenventers" (voddenmannen).

Historische Context

Hoewel de exacte datum ontbreekt, wijzen de namen (Presser, Neeter) en de aard van de administratie (de Joodse Raad voor Amsterdam) sterk op de periode van de Duitse bezetting in Nederland (1940-1945). De "Ventverordening" was een van de vele maatregelen waarmee de bezetter de economische activiteiten van de Joodse bevolking trachtte te controleren, te registreren en uiteindelijk te elimineren.

De genoemde heer Presser is zeer waarschijnlijk Jacques Presser (historicus) of een direct familielid die betrokken was bij de Joodse Raad. De discussie over "steun" en de registratie van arme beroepsgroepen zoals lompenventers illustreert de precaire sociaaleconomische positie van een groot deel van de Joodse gemeenschap in Amsterdam tijdens de oorlogsjaren. De Secretarie verwijst naar het bestuursapparaat van de Joodse Raad aan de Nieuwe Keizersgracht.

Kooplieden in dit dossier 3

J. Evertsenstraat Waterlooplein
V.V.O. Waterlooplein
T. Katestraat Waterlooplein

Gerelateerde Documenten 3