J. Agsteribbe
Bekijk Verhaal ➔AI-Synthese 33
J. Agsteribbe was een koopman op de Centrale Markt (stand U) die in 1941 tweedehands kleding verkocht. In 1939 verzocht hij om huurbeëindiging van een loods wegens gezondheid. In 1940 werd zijn toegang tot de Centrale Markthallen ontzegd vanwege schuld (f 27,50) en afhankelijkheid van gemeentelijke bijstand. Hij had een relatie met Z. Agsteribbe (ouder-kind).
Lotgevallen
Relaties
Handel
Archiefdocumenten
Getypte brief met handtekening en stempels.
In deze zakelijke brief verzoekt Z. Agsteribbe de directie van het Marktwezen om zijn huur van een loods op de Centrale Markt te mogen beëindigen. De reden hiervoor is zijn gezondheidstoestand ("ziekte"), die hem verhindert zijn werk op de markt voort te zetten. Tegelijkertijd doet hij een verzoek namens zijn zoon, J. Agsteribbe. Hij vraagt of de vrijgekomen of reeds aan de zoon toegewezen plaats in de markthal per 16 oktober 1939 definitief aan zijn zoon kan worden toegewezen. De brief refereert aan een persoonlijk gesprek dat drie dagen eerder, op 7 oktober, heeft plaatsgevonden.
Officieel formulier (Bijblad) met handgeschreven notities en ambtelijke stempels.
Dit document is een ambtelijk bijblad, waarschijnlijk van de gemeente Amsterdam, betreffende een openstaande schuld van een markthandelaar. De heer J. Agsteribbe heeft een schuld van f 27,50 (27 gulden en 50 cent) uit december 1939 voor een "vrijplaats" (een gereserveerde standplaats) in de markthal. De kern van de notitie is dat Agsteribbe de toegang tot de Centrale Markthallen wordt ontzegd zolang deze schuld niet is voldaan. Er wordt opgemerkt dat het voldoen van de schuld (of het kwijtschelden ervan, afhankelijk van de interpretatie van "steun") momenteel zeer gewenst is. De ambtelijke besluitvorming ("zullen wel moeten betalen") suggereert dat de gemeente vasthoudt aan de betalingsverplichting. De diverse data en kenmerken laten zien dat de kwestie een jaar na het ontstaan van de schuld, in december 1940, opnieuw werd behandeld.
Getypt doorslagvel van een zakelijke brief (typoscript).
De kern van deze brief is een zakelijke afwijzing gecombineerd met een betalingsherinnering. De directeur van de Centrale Markt deelt de heer Agsteribbe mede dat hij niet welkom is op de markt zolang hij afhankelijk is van de bijstand (het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun). Daarnaast wordt er gesteld dat er nog een openstaande schuld is van 27,50 gulden voor een staanplaats in de markthal, daterend van een jaar eerder (december 1939). De ontvanger wordt gesommeerd deze schuld eerst te vereffenen alvorens hij in de toekomst weer tot de handel op de markt kan worden toegelaten, mits hij dan geen steun meer ontvangt. De handgeschreven notities linksboven wijzen op de administratieve verwerking van de brief binnen de organisatie.
Doorslag van een verzonden brief.
De brief is een zakelijke mededeling aan de heer J. Agsteribbe. De kern van de boodschap is dat de ontvanger de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam wordt ontzegd zolang hij afhankelijk is van een uitkering van het "Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun" (de toenmalige sociale dienst). Daarnaast wordt er gewezen op een openstaande schuld van 27,50 gulden voor het huren van een staanplaats in de markthal uit december 1939. Pas als de ondersteuning stopt en deze schuld is afbetaald, mag de heer Agsteribbe weer handel drijven op de markt. De brief illustreert de strikte scheiding die destijds gehanteerd werd tussen het ontvangen van steun en het uitvoeren van zelfstandige handelsactiviteiten.
Doorslag van een getypte brief (officieel schrijven).
* **Inhoud:** De brief is een antwoord op een schrijven van de heer Agsteribbe. De directeur deelt hem mee dat hij geen toegang krijgt tot de Centrale Markt zolang hij financiële steun ontvangt van het Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun. Zodra de steun stopt en hij zijn handel wil hervatten, moet hij eerst een openstaande schuld van 27,50 gulden betalen voor een staanplaats uit december 1939. * **Bureaucratie:** Het document illustreert de strikte scheiding tussen het ontvangen van sociale steun en het uitoefenen van actieve handel op de markt. Men mocht blijkbaar niet handelen zolang men afhankelijk was van de bijstand. * **Toon:** De toon is zakelijk, formeel en directief, typerend voor de gemeentelijke bureaucratie in die tijd.
Administratieve lijst/registratie van marktkooplieden.
Dit document is een administratieve inventarisatie van Joodse marktkooplieden op Vlooienburg (de buurt rond het Amsterdamse Waterlooplein). De lijst is opgesteld op 16 februari 1941, een zeer beladen moment in de geschiedenis van Amsterdam. De systematische opzet, inclusief geboortedata en categorisering van goederen, wijst op een formele registratie. Opvallend is de grote aanwezigheid van textielwaren (kousen, dassen) en specifieke voedingsmiddelen (koek, zuur, haring) die typerend waren voor de Joodse straathandel van die tijd. De totalen onderaan de kolommen duiden op een statistische verwerking van de gegevens, mogelijk om het aantal vergunningen te limiteren of om de Joodse handel strikter te controleren. De aantekeningen in de marge ("Zwa. 1" en "Do. 3") zijn mogelijk verwijzingen naar specifieke marktlocaties of extra administratieve codes.
Koopliedenlijsten
Uilenburg — standplaats U
Relevante Archieffragmenten
# TRANSCRIPTIE den heer J.J.de Kort-Halli, Lindengracht 336 _A_L_H_I_E_R_(C).
# TRANSCRIPTIE De Weledb Heer Directeur v. d. Marktwezen J v Galenstr. 14 A. dam.
# TRANSCRIPTIE Bijlage B
# TRANSCRIPTIE afz. J. E. Schrandt Corn. Anthoniszstr 49 II Amsterdam. Z.
# TRANSCRIPTIE [Links bovenin een klein merkje, mogelijk een 'i' of vinkje] Molenaar 'B <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> <s>IIII</s> 16/12 '43 Markt Dapperstraat B [onderstreept]