Getypt doorslagvel van een zakelijke brief (typoscript).
Origineel
Getypt doorslagvel van een zakelijke brief (typoscript). 15 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt in Amsterdam). Den Heer J. Agsteribbe, Vrolikstraat 54 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven linksboven in blauw potlood/inkt:]
genoteerd
copie voor
Vervelde [?]
21/12 '40
[Handgeschreven rechtsboven:]
W. Müller
[Getypt:]
VD/HG.
den Heer J.Agsteribbe,
Vrolikstraat 54 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
66/26/2 M. 15 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 December jl. bericht ik U, dat U, zoolang U ondersteuning geniet van het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun, geen toegang tot de Centrale Markt zal worden verleend. Wanneer deze ondersteuning zal zijn geëindigd en U weder op de Centrale Markt handel gaat drijven, dient Uw schuld ad ƒ 27,50 wegens het bezetten van een plaats in de hal over de maand December 1939 te worden aangezuiverd.
De Directeur, De kern van deze brief is een zakelijke afwijzing gecombineerd met een betalingsherinnering. De directeur van de Centrale Markt deelt de heer Agsteribbe mede dat hij niet welkom is op de markt zolang hij afhankelijk is van de bijstand (het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun).
Daarnaast wordt er gesteld dat er nog een openstaande schuld is van 27,50 gulden voor een staanplaats in de markthal, daterend van een jaar eerder (december 1939). De ontvanger wordt gesommeerd deze schuld eerst te vereffenen alvorens hij in de toekomst weer tot de handel op de markt kan worden toegelaten, mits hij dan geen steun meer ontvangt. De handgeschreven notities linksboven wijzen op de administratieve verwerking van de brief binnen de organisatie. Het document dateert van december 1940, zeven maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context van deze brief is waarschijnlijk tragischer dan de droge, bureaucratische toon doet vermoeden:
- Anti-Joodse maatregelen: De ontvanger, J. Agsteribbe, woonde in de Vrolikstraat in Amsterdam-Oost, een buurt met in die tijd een zeer grote Joodse populatie. De achternaam Agsteribbe is een bekende Joodse naam in Amsterdam. In 1940 begonnen de bezetter en de meewerkende Nederlandse instanties met het stelselmatig uitsluiten van Joden uit het economische leven.
- Economische uitsluiting: Het ontzeggen van toegang tot de Centrale Markt betekende voor een handelaar een effectief beroepsverbod. Het feit dat de heer Agsteribbe "steun genoot", was waarschijnlijk het gevolg van de reeds ingezette verarming van de Joodse bevolking door eerdere beperkingen. Hier wordt die steun gebruikt als een bureaucratisch argument om hem de toegang tot zijn bron van inkomsten definitief te ontzeggen.
- Bureau voor Maatschappelijken Steun: Dit was de voorloper van de sociale dienst. Tijdens de bezetting werd de controle op wie steun ontving strenger, en werden deze gegevens vaak door de bezetter gebruikt om Joodse burgers in kaart te brengen en verder te isoleren. J. Agsteribbe