Doorslag van een verzonden brief.
Origineel
Doorslag van een verzonden brief. 18 december 1940. De Directeur (waarschijnlijk van de Centrale Markt te Amsterdam). Den Heer J. Agsteribbe, Vrolikstraat 54 I, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
M. Praems [?]
VD/HG.
[Handgeschreven midden boven:]
Verzonden 18/12
66/26/2 M.
den Heer J.Agsteribbe,
Vrolikstraat 54 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
18 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 December jl. bericht ik U, dat U, zoolang U ondersteuning geniet van het Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijken Steun, geen toegang tot de Centrale Markt zal worden verleend. Wanneer deze ondersteuning zal zijn geëindigd en U weder op de Centrale Markt handel gaat drijven, dient Uw schuld ad ƒ 27,50 wegens het bezetten van een plaats in de hal over de maand December 1939 te worden aangezuiverd.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling aan de heer J. Agsteribbe. De kern van de boodschap is dat de ontvanger de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam wordt ontzegd zolang hij afhankelijk is van een uitkering van het "Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun" (de toenmalige sociale dienst).
Daarnaast wordt er gewezen op een openstaande schuld van 27,50 gulden voor het huren van een staanplaats in de markthal uit december 1939. Pas als de ondersteuning stopt en deze schuld is afbetaald, mag de heer Agsteribbe weer handel drijven op de markt. De brief illustreert de strikte scheiding die destijds gehanteerd werd tussen het ontvangen van steun en het uitvoeren van zelfstandige handelsactiviteiten. De datum van de brief, december 1940, plaatst het document in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, J. Agsteribbe, woonde in de Vrolikstraat in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds een grote Joodse populatie kende. De familienaam Agsteribbe is een bekende Joodse naam in Amsterdam.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende bestuur met het invoeren van steeds meer beperkende maatregelen voor Joodse burgers en handelaren. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een louter administratieve/financiële grondslag lijkt te hebben (het verbod op handel drijven terwijl men steun trekt), kan het ook gezien worden in het licht van de toenemende economische marginalisering van Joodse marktkooplieden in Amsterdam aan het begin van de jaren '40. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening en handel. J. Agsteribbe M.
Samenvatting
De brief is een zakelijke mededeling aan de heer J. Agsteribbe. De kern van de boodschap is dat de ontvanger de toegang tot de Centrale Markt in Amsterdam wordt ontzegd zolang hij afhankelijk is van een uitkering van het "Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijken Steun" (de toenmalige sociale dienst).
Daarnaast wordt er gewezen op een openstaande schuld van 27,50 gulden voor het huren van een staanplaats in de markthal uit december 1939. Pas als de ondersteuning stopt en deze schuld is afbetaald, mag de heer Agsteribbe weer handel drijven op de markt. De brief illustreert de strikte scheiding die destijds gehanteerd werd tussen het ontvangen van steun en het uitvoeren van zelfstandige handelsactiviteiten.
Historische Context
De datum van de brief, december 1940, plaatst het document in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, J. Agsteribbe, woonde in de Vrolikstraat in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds een grote Joodse populatie kende. De familienaam Agsteribbe is een bekende Joodse naam in Amsterdam.
In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten en het collaborerende bestuur met het invoeren van steeds meer beperkende maatregelen voor Joodse burgers en handelaren. Hoewel deze brief op het eerste gezicht een louter administratieve/financiële grondslag lijkt te hebben (het verbod op handel drijven terwijl men steun trekt), kan het ook gezien worden in het licht van de toenemende economische marginalisering van Joodse marktkooplieden in Amsterdam aan het begin van de jaren '40. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening en handel.