Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 266
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief op gelinieerd papier.

31 juli 1942. Van: M. Drukker, Oudeschans 58 II, Amsterdam. Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief op gelinieerd papier. 31 juli 1942. M. Drukker, Oudeschans 58 II, Amsterdam. Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. A'dam. 31 Juli 1942

Den Heer Inspecteur van het
Marktwezen te Amsterdam

M. Insp.

Hierdoor deel ik U mede dat ik
M. Drukker. plaats houder Joodsche markt
Waterlooplein no 36.. naar
een werkkamp in Drente moet.
Hoop dat bij eventuelen terugkeer
mijn plaats weer voor mij beschikbaar is
Teven nogmaals bedankt voor U
medewerking die mijn verleend
is.
Hoogachtend.
M Drukker

Misschien kan u voor
mijn nog wat doen..?

M. DRUKKER
OUDE SCHANS 58 II
AMSTERDAM. C. De brief is geschreven door Mozes Drukker, een Joodse marktkoopman die een standplaats (nummer 36) had op de Joodse markt aan het Waterlooplein. De kern van de brief is de mededeling dat hij naar een "werkkamp in Drente" moet vertrekken.

De tekst is opmerkelijk om twee redenen:
1. De hoop op terugkeer: Drukker vraagt formeel of zijn standplaats bij terugkeer weer voor hem beschikbaar kan zijn. Dit laat zien dat men in de zomer van 1942 vaak nog geen volledig besef had van het definitieve en dodelijke karakter van de deportaties.
2. De hulpvraag: Onderaan voegt hij de zin toe: "Misschien kan u voor mijn nog wat doen..?". Dit is een hartverscheurende, indirecte smeekbede aan een ambtenaar om hulp, uitstel of een uitzonderingspositie, geschreven in een tijd waarin de mazen van het net zich sloten.

De brief is formeel en beleefd ("Hoogachtend"), wat de tragiek van de ongelijke machtsverhouding tussen de burger en de bureaucratie onder bezetting benadrukt. In juli 1942 was de deportatie van Joden uit Nederland in volle gang. De "werkkampen in Drente" waarover Drukker spreekt, maakten deel uit van de Joodse werkverruiming. Deze kampen dienden vaak als verzamelpunt voordat mensen werden doorgevoerd naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het Oosten.

Sinds 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan, zoals die op het Waterlooplein. De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam hield hier streng toezicht op en hield nauwgezet bij welke plaatsen vrijkwamen door deportatie.

Uit historische registers (Joods Monument) blijkt dat Mozes Drukker inderdaad werd weggevoerd. Hij werd op 30 september 1942, slechts twee maanden na het schrijven van deze brief, vermoord in Auschwitz. Zijn hoop op terugkeer naar standplaats no. 36 bleek tevergeefs. M. Drukker M. Insp Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

De brief is geschreven door Mozes Drukker, een Joodse marktkoopman die een standplaats (nummer 36) had op de Joodse markt aan het Waterlooplein. De kern van de brief is de mededeling dat hij naar een "werkkamp in Drente" moet vertrekken.

De tekst is opmerkelijk om twee redenen:
1. De hoop op terugkeer: Drukker vraagt formeel of zijn standplaats bij terugkeer weer voor hem beschikbaar kan zijn. Dit laat zien dat men in de zomer van 1942 vaak nog geen volledig besef had van het definitieve en dodelijke karakter van de deportaties.
2. De hulpvraag: Onderaan voegt hij de zin toe: "Misschien kan u voor mijn nog wat doen..?". Dit is een hartverscheurende, indirecte smeekbede aan een ambtenaar om hulp, uitstel of een uitzonderingspositie, geschreven in een tijd waarin de mazen van het net zich sloten.

De brief is formeel en beleefd ("Hoogachtend"), wat de tragiek van de ongelijke machtsverhouding tussen de burger en de bureaucratie onder bezetting benadrukt.

Historische Context

In juli 1942 was de deportatie van Joden uit Nederland in volle gang. De "werkkampen in Drente" waarover Drukker spreekt, maakten deel uit van de Joodse werkverruiming. Deze kampen dienden vaak als verzamelpunt voordat mensen werden doorgevoerd naar kamp Westerbork en vervolgens naar de vernietigingskampen in het Oosten.

Sinds 1941 mochten Joodse kooplieden alleen nog op speciaal aangewezen Joodse markten staan, zoals die op het Waterlooplein. De afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam hield hier streng toezicht op en hield nauwgezet bij welke plaatsen vrijkwamen door deportatie.

Uit historische registers (Joods Monument) blijkt dat Mozes Drukker inderdaad werd weggevoerd. Hij werd op 30 september 1942, slechts twee maanden na het schrijven van deze brief, vermoord in Auschwitz. Zijn hoop op terugkeer naar standplaats no. 36 bleek tevergeefs.

Genoemde Personen 2

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6