Handgeschreven brief (kennisgeving).
Origineel
Handgeschreven brief (kennisgeving). 8 januari 1941. A. Elzas, wonende aan het J.D. Meijerplein 19, Amsterdam. [Stempel linksboven in paars]: N$^o$ 27/6 // M. 1941 $^{11}/_{1}$
[Rechtsboven]: Amsterdam, 8 Januari 1941.
Den Heer Directeur
v/h Marktwezen
Alhier.
[In blauw potlood/inkt]: ni. Inp
Mijnheer!
Hierdoor deelt ondergeteekende, A. Elzas,
J. D. Meijerplein 19, U mede, dat hij zijn standplaats
op de markt aan den Ten Katestraat voorloopig
opgeeft.
Hoogachtend.
A Elzas.
[Handgeschreven toevoeging onderaan]:
adressant heeft een plaats op het Waterlooplein;
ik geef dringend in overweging het verschuldig-
de marktgeld 5 x 1.35 aldaar te doen invorderen.
14 - 1 '41
[Handtekening]
[Rechtsonder]: 27 In deze brief stelt de heer A. Elzas de directeur van de gemeentelijke marktdienst ervan op de hoogte dat hij zijn standplaats op de markt aan de Ten Katestraat (gelegen in Amsterdam-West) "voorloopig" opgeeft. Elzas woont op het Jonas Daniël Meijerplein, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam.
Opvallend is de ambtelijke notitie onderaan de brief, geschreven een week na ontvangst. Een ambtenaar (mogelijk een marktmeester of inspecteur) merkt op dat de afzender nog een andere standplaats heeft op het Waterlooplein. Hij adviseert met klem ("geef dringend in overweging") om de openstaande schuld van 5 maal het marktgeld van 1,35 gulden (totaal 6,75 gulden) daar in te vorderen. Dit duidt op een strikte administratieve controle op marktgelden, zelfs in een tijd van toenemende maatschappelijke spanning. Het document dateert van januari 1941, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De anti-Joodse maatregelen volgden elkaar in hoog tempo op.
1. Locatie: Het J.D. Meijerplein was het centrale punt van de Joodse wijk. Slechts een maand na deze brief, in februari 1941, vonden hier de eerste grote razzia's plaats die leidden tot de Februaristaking.
2. Joodse marktkramers: Joodse handelaren werden in deze periode steeds vaker beperkt in hun bewegingsvrijheid. Vanaf begin 1941 werden zij gedwongen hun nering op reguliere markten (zoals de Ten Katemarkt) te staken en zich te beperken tot specifieke "Joodse markten" (zoals het Waterlooplein). Dit verklaart mogelijk waarom Elzas zijn plek in de Ten Katestraat "opgeeft".
3. Bureaucratie: De brief illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie bleef functioneren tijdens de bezetting. De focus op het invorderen van kleine bedragen aan marktgeld bij een Joodse burger getuigt van de kille, zakelijke afhandeling van zaken door het toenmalige ambtenarenapparaat, zelfs terwijl de druk op de Joodse gemeenschap onhoudbaar werd. A. Elzas D. Meijerplein J.D. Meijerplein Marktwezen