Officiële circulaire (No. 136).
Origineel
Officiële circulaire (No. 136). 22 juli 1918. Rijks Centraal Administratiekantoor voor de Distributie van Levensmiddelen. [Handgeschreven bovenin:] 160 № 4019 M. 1918. 25/7 van Dir. 25 Juli 18 C.v.C.
Rijks Centraal Administratiekantoor voor de Distributie van Levensmiddelen.
No. 136.
's-GRAVENHAGE, 22 Juli 1918.
Mauritskade 5.
INTERCOMM. TELEPHOON Letter P.
UITSLUITEND LOCAAL TELEPHOON H 2566 en H 4310.
TELEGRAMADRES: ERDEKA.
ONDERWERP:
Nieuwe aardappelen.
Onder verwijzing naar onze circulaire No. 132 i.d. 3 Juli 1918 moeten wij nogmaals onder Uwe aandacht brengen, dat alle aanvragen voor aardappelen uiterlijk des Woensdags, vóór de week waarvoor zij gelden, in het bezit moeten zijn van het Rijkskantoor voor Groenten en Fruit.
Aanvragen.
Aanvragen, welke na dien dag binnenkomen, kunnen de daarop volgende week niet meer worden uitgevoerd en blijven dus 10 dagen liggen.
Afbestellen en nabestellen.
Afbestellingen of nabestellingen kunnen evenmin in het vervolg meer worden aangenomen. De aanvragen, welke tijdig bij genoemd kantoor inkomen, worden uitgevoerd en de zendingen, welke aankomen, moeten door de Gemeenten geaccepteerd worden.
Van afbestellingen of nabestellingen aan den leider kan evenmin nota genomen worden.
Kwaliteit.
Daar alle in den lande aanwezige vroege aardappelen voor de consumptie moeten worden gebruikt, worden zoowel de goede als de minder goede soorten gedistribueerd. De kwaliteit der gezonden aardappelen mag dus geen reden zijn om de zendingen te weigeren. Zijn de zendingen slecht gesorteerd, dan moet onmiddellijk de afzender daarvan in kennis worden gesteld, daar deze voor de sorteering verantwoordelijk is.
Vervoerbewijs.
Met het oog op de verrekening van den toeslag met ons kantoor, is het noodig, dat de vervoerbewijzen onmiddellijk na ontvangst der aardappelen worden gezonden aan het Rijkskantoor voor Groenten en Fruit.
Daar vele gemeenten hiermede nalatig zijn, zal het Rijkskantoor de bevoegdheid hebben dergelijke nalatige gemeenten geen nieuwe zendingen aardappelen te doen toekomen, alvorens dit vervoerbewijs is ingeleverd.
Rantsoen.
De bestellingen der gemeenten overschrijden de grens van hetgeen verwacht mag worden dat voor menschelijk voedsel wordt verbruikt.
Daarom zullen alle bestellingen voor de week van 21—27 Juli, — voor zooverre zij daar niet beneden zijn — teruggebracht worden tot 5 Kilogram per hoofd per week.
Met het publiceeren der bons, waarop aardappelen verkrijgbaar gesteld worden, gelieve U hiermede rekening te houden.
Aan de Gemeentebesturen.
[Onderaan:] 1500 ex. 22—7—'18. T. Dit document is een directief schrijven van het Rijks Centraal Administratiekantoor voor de Distributie van Levensmiddelen aan de Nederlandse gemeentebesturen. De kernboodschap is de strakke regulering van de aardappelvoorraad en -distributie tijdens een periode van schaarste.
De belangrijkste punten uit het document zijn:
1. Strenge Deadlines: Er wordt gehamerd op de uiterste inleverdatum voor aanvragen (woensdag voor de week van levering). Te late aanvragen leiden tot een vertraging van 10 dagen.
2. Geen Flexibiliteit: Eenmaal gedane bestellingen kunnen niet meer gewijzigd of afgezegd worden. Gemeenten zijn verplicht de zendingen te accepteren.
3. Acceptatie van Mindere Kwaliteit: Vanwege de schaarste moeten alle beschikbare vroege aardappelen geconsumeerd worden. Gemeenten mogen zendingen niet weigeren op basis van kwaliteit; klachten over sortering moeten direct aan de verzender gericht worden.
4. Administratieve Discipline: Het onmiddellijk terugsturen van vervoerbewijzen is verplicht voor de financiële afwikkeling. Nalating hiervan kan leiden tot het stopzetten van nieuwe leveringen.
5. Rantsoenering: Er wordt geconstateerd dat gemeenten meer aanvragen dan realistisch is voor menselijke consumptie. Daarom wordt het rantsoen voor de bewuste week in juli 1918 vastgesteld op maximaal 5 kilogram per persoon. Dit document stamt uit juli 1918, de laatste fase van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, had de oorlog een enorme impact op de voedselvoorziening door internationale blokkades en handelsbeperkingen.
Om hongersnood te voorkomen en een eerlijke verdeling van de schaarse middelen te garanderen, stelde de Nederlandse overheid een complex systeem van distributie en rantsoenering in onder de Distributiewet van 1916. Het in de kop genoemde "Rijks Centraal Administratiekantoor" speelde hierin een centrale rol.
Aardappelen waren het basisvoedsel bij uitstek. In 1917 en 1918 was de situatie kritiek (denk aan het bekende 'Aardappeloproer' in Amsterdam in 1917). Dit document illustreert de bureaucratische strijd om de schaarste te beheersen: gemeenten probeerden waarschijnlijk grotere voorraden aan te leggen dan toegestaan, wat de centrale overheid beantwoordde met strikte rantsoenering en administratieve sancties. De datum, juli 1918, valt vlak voor de Spaanse Griep-epidemie die Nederland hard zou treffen, wat de druk op de volksgezondheid en voedselvoorziening alleen maar verder vergrootte.