Archief 745
Inventaris 745-318
Pagina 336
Dossier 15
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief (verzoekschrift)

25 december 1940 Dossier: 25/266/1

Origineel

Brief (verzoekschrift) 25 december 1940 Amsterdam 25/12 1940
Mijn heer.

Hierbij verzoeken ondergeteekenden
D. Heids en W Eveleens voorloopig vrijstelling
van hun vaste standplaats. daar wij door
verschillende maatregelen en achter uit
gang van de markt voorloopig genood-
zaakt zijn om te trachten ons brood voor
onze gezinnen in het buiten land te verdienen.
tevens wou ik u beleefd verzoeken om
vrijstelling van betaling van het verschul
digden marktgeld en het te betalen
licht wat we nu al zoo lang voor niets
betalen daar ik al eerder op het
onbillijken heb gewezen van het betalen
voor iets wat men niet ontvangt waar
op ik van u nog geen antwoord moght
ontvangen verzoek ik u hierbij nogmaals
om B. en W. te bewegen dit onregt te
herstellen hopende dat u het moogh
gelukken deze bezwaren voor ons op te
lossen Hoogachtend

w/o D. Heids
en
W. Eveleens
1ste Jansteenstraat
29 I Adam Z.

[Stempel/Aantekening onderaan:]
Nº 25/266/1 M. 1940 27/12 * Kern van de brief: De briefschrijvers, Heids en Eveleens, verzoeken om een tijdelijke ontheffing van hun vaste standplaats op de markt en om vrijstelling van de bijbehorende kosten (marktgeld en verlichting).
* Argumentatie:
1. De economische omstandigheden op de markt zijn verslechterd door "verschillende maatregelen".
2. Zij zien zich genoodzaakt om in het buitenland werk te zoeken om hun gezin te kunnen onderhouden.
3. Zij ervaren het als onrechtvaardig ("onregt") om te moeten betalen voor een standplaats en faciliteiten (licht) die zij op dat moment niet gebruiken.
* Toon: De brief is formeel en beleefd ("beleefd verzoeken", "Hoogachtend"), maar bevat ook een duidelijke uiting van onvrede over het uitblijven van een eerdere reactie en de vermeende onredelijkheid van de heffingen.
* Schrijfwijze: Het document bevat diverse verouderde spellingen en grammaticale constructies die typerend zijn voor die periode (zoals "voorloopig", "mogh", "onregt", "buiten land"). De datum van de brief, 25 december 1940, plaatst het document in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "verschillende maatregelen" verwijzen zeer waarschijnlijk naar de beperkingen die door de bezetter werden opgelegd, wat de handel op de Amsterdamse markten bemoeilijkte.

De opmerking over het verdienen van brood in het "buiten land" (waarmee vrijwel zeker Duitsland wordt bedoeld) is saillant. In deze fase van de oorlog werd er door de bezetter actief geworven voor arbeiders in Duitsland. Voor veel kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden die hun inkomsten zagen opdrogen, was de 'vrijwillige' gang naar Duitsland vaak de enige manier om aan werkloosheid en armoede te ontsnappen, nog voordat de gedwongen tewerkstelling (Arbeidseinsatz) op grote schaal werd ingevoerd. De brief illustreert de directe sociaaleconomische gevolgen van de bezetting voor de gewone Amsterdamse burger. D. Heids M. Insp W. Eveleens Marktwezen

Samenvatting

  • Kern van de brief: De briefschrijvers, Heids en Eveleens, verzoeken om een tijdelijke ontheffing van hun vaste standplaats op de markt en om vrijstelling van de bijbehorende kosten (marktgeld en verlichting).
  • Argumentatie:
    1. De economische omstandigheden op de markt zijn verslechterd door "verschillende maatregelen".
    2. Zij zien zich genoodzaakt om in het buitenland werk te zoeken om hun gezin te kunnen onderhouden.
    3. Zij ervaren het als onrechtvaardig ("onregt") om te moeten betalen voor een standplaats en faciliteiten (licht) die zij op dat moment niet gebruiken.
  • Toon: De brief is formeel en beleefd ("beleefd verzoeken", "Hoogachtend"), maar bevat ook een duidelijke uiting van onvrede over het uitblijven van een eerdere reactie en de vermeende onredelijkheid van de heffingen.
  • Schrijfwijze: Het document bevat diverse verouderde spellingen en grammaticale constructies die typerend zijn voor die periode (zoals "voorloopig", "mogh", "onregt", "buiten land").

Historische Context

De datum van de brief, 25 december 1940, plaatst het document in de eerste winter van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "verschillende maatregelen" verwijzen zeer waarschijnlijk naar de beperkingen die door de bezetter werden opgelegd, wat de handel op de Amsterdamse markten bemoeilijkte.

De opmerking over het verdienen van brood in het "buiten land" (waarmee vrijwel zeker Duitsland wordt bedoeld) is saillant. In deze fase van de oorlog werd er door de bezetter actief geworven voor arbeiders in Duitsland. Voor veel kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden die hun inkomsten zagen opdrogen, was de 'vrijwillige' gang naar Duitsland vaak de enige manier om aan werkloosheid en armoede te ontsnappen, nog voordat de gedwongen tewerkstelling (Arbeidseinsatz) op grote schaal werd ingevoerd. De brief illustreert de directe sociaaleconomische gevolgen van de bezetting voor de gewone Amsterdamse burger.

Genoemde Personen 3

Locaties

Amsterdam

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peren A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3