Getypte brief op officieel papier (waarschijnlijk doorslag).
Origineel
Getypte brief op officieel papier (waarschijnlijk doorslag). 20 januari 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer J. Steeman, Fokke Simonszstraat 2, Amsterdam-Centrum. extra
D/HG.
den Heer J.Steeman,
Fokke Simonszstraat 2,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 4.
25/265/2 M. 1940 20 Januari 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 23 December jl. bericht ik U, dat ik de intrekking van Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat ongedaan heb gemaakt. Ik verleen U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes uitstel van Uw verplichting om Uw plaats op vorengenoemde markt regelmatig te bezetten; U dient er echter zorg voor te dragen, dat het ook tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld regelmatig aan den dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, * Onderwerp: Intrekking van een besluit tot opzegging van een marktplaats en verlening van uitstel van de bezettingsplicht.
* Inhoud: De directeur reageert op een brief van de heer Steeman van 23 december 1940. Een eerder besluit om zijn standplaats op de Albert Cuypmarkt in te trekken is herroepen. Steeman krijgt drie maanden ontheffing van de plicht om persoonlijk/regelmatig aanwezig te zijn, mits hij wel het verschuldigde marktgeld blijft betalen aan de marktmeester.
* Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands ("na dato dezes", "jl.", "den dienstdoenden").
* Conditie: De tekst is goed leesbaar, getypt op grijsachtig doorslagpapier. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (januari 1941). De Albert Cuypmarkt was en is een van de belangrijkste markten van Amsterdam. In deze periode werden marktvoorschriften streng gehandhaafd; wie zijn plek niet bezette, liep het risico deze te verliezen.
De reden voor het verzoek om uitstel door de heer Steeman wordt niet expliciet genoemd, maar in de winter van 1940-1941 konden factoren als ziekte, schaarste aan goederen of de gevolgen van de vroege anti-Joodse maatregelen (indien van toepassing op de persoon) een rol spelen. Opvallend is dat de bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, nauwgezet bleef functioneren wat betreft de inning van marktgelden. De brief toont de formele interactie tussen de burger en de gemeentelijke overheid in oorlogstijd.