Archief 745
Inventaris 745-375
Pagina 278
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

22 oktober 1942. Van: Mevr. H. Wurms-Zwarts, Monnikenstraat 2 hs, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 22 oktober 1942. Mevr. H. Wurms-Zwarts, Monnikenstraat 2 hs, Amsterdam. [Bovenaan diverse stempels en nummers: № 30/19/3 M. 1942 24/10, A’DAM 22 Oct 1942, 6-11-42, Opberging, M. Insp]

Mijnheer: [stempel: Oproep 4-11-42]

Mijn vader den heer Abraham Zwarts
Geb: 24 Juni 1888 staat met Koek, chocolade en
fruit. Zijn plaatsnummer is № 132.
Mijn vader is echter den 6 Augustus (tijdens de
toen gehouden razzia) opgepikt, en naar
Duitsland doorgezonden.
Mijn moeder Mevrouw Sara Zwarts-Wertheijm
nam toen direct de plaats van mijn vader
over, waarvan zij direct het marktwezen
op de hoogte stelde. Mijn moeder heeft tot
heden niets van versperren gehoord. Zij was
gisteren 21 October op de Joodse Raad bij
den Heer Henri Hartog, die haar mededeelde
dat zij niet gespert zou worden. Op de
markt Waterlooplein is zoogoed als alles
gespert, u begrijpt dus dat ik het heel erg
vind dat mijn moeder dan niet gesperrt word,
althans daar mijn moeder al 2 zoons overleden
heeft in Duitsland en eveneens een
schoonzoon. Men raadde mij aan u eens te vragen
of ik u persoonlijk eens te spreken kan krijgen,
hetgeen ik dan ook langs deze weg doe. Misschien
kan u s.v.p. wat voor mijn moeder doen. In de
hoop op een spoedig en goed antwoord teken ik:

Monnikenstraat 2 HS [stempel: ophoud 4-11-42]
A’dam (c)

Hoogachtend
Mevr. H. Wurms-Zwarts * De kern van de brief: Henriëtte Wurms-Zwarts schrijft een wanhopige brief om haar moeder, Sara Zwarts-Wertheijm, te behoeden voor deportatie. Haar vader, Abraham, is al in augustus 1942 opgepakt tijdens een razzia.
* De 'Sperre': De brief draait om het verkrijgen van een 'Sperre' (vrijstelling). De schrijfster gebruikt de termen "versperren" en "gespert" (van het Duitse gesperrt). Dit betekende dat iemands persoonsbewijs werd afgestempeld, waardoor men (tijdelijk) beschermd was tegen transport naar de kampen.
* Economische argumentatie: De schrijfster benadrukt dat haar moeder de marktplaats van haar gedeporteerde vader heeft overgenomen op het Waterlooplein. Omdat bijna iedereen op die markt een 'Sperre' heeft gekregen, begrijpt zij niet waarom haar moeder is overgeslagen.
* Persoonlijk leed: De brief vermeldt dat de moeder al twee zoons en een schoonzoon heeft verloren "in Duitsland". In de context van 1942 betekende dit dat zij al gedeporteerd waren en er waarschijnlijk overlijdensberichten waren ontvangen, of dat men niets meer van hen hoorde.
* Instanties: Er wordt verwezen naar de Joodsche Raad en specifiek naar de heer Henri Hartog. Hartog was een belangrijke functionaris bij de Joodsche Raad die zich bezighield met verzoeken voor vrijstellingen. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische terreur tijdens de bezetting. Terwijl de deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork (en verder naar de vernietigingskampen) in volle gang waren, probeerden Joodse families via officiële weg en persoonlijke smeekbedes hun geliefden te redden.

De Monnikenstraat, waar de schrijfster woonde, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Het noemen van de markt op het Waterlooplein is historisch relevant, omdat deze markt een centrale plek in het sociale en economische leven van de buurt was, ook tijdens de eerste oorlogsjaren toen Joodse marktlieden daar werden samengedreven.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt helaas dat de poging van de schrijfster waarschijnlijk niet heeft mogen baten. Sara Zwarts-Wertheijm is, evenals haar man Abraham en dochter Henriëtte, tijdens de Holocaust vermoord. De stempels op de brief ("oproep", "ophoud") suggereren dat het dossier nog even administratief in behandeling is gebleven voordat het werd opgeborgen, terwijl de realiteit van de deportaties de bureaucratie inhaalde. H. Wurms M. Insp Sara Zwarts (Mevrouw) Marktwezen

Samenvatting

  • De kern van de brief: Henriëtte Wurms-Zwarts schrijft een wanhopige brief om haar moeder, Sara Zwarts-Wertheijm, te behoeden voor deportatie. Haar vader, Abraham, is al in augustus 1942 opgepakt tijdens een razzia.
  • De 'Sperre': De brief draait om het verkrijgen van een 'Sperre' (vrijstelling). De schrijfster gebruikt de termen "versperren" en "gespert" (van het Duitse gesperrt). Dit betekende dat iemands persoonsbewijs werd afgestempeld, waardoor men (tijdelijk) beschermd was tegen transport naar de kampen.
  • Economische argumentatie: De schrijfster benadrukt dat haar moeder de marktplaats van haar gedeporteerde vader heeft overgenomen op het Waterlooplein. Omdat bijna iedereen op die markt een 'Sperre' heeft gekregen, begrijpt zij niet waarom haar moeder is overgeslagen.
  • Persoonlijk leed: De brief vermeldt dat de moeder al twee zoons en een schoonzoon heeft verloren "in Duitsland". In de context van 1942 betekende dit dat zij al gedeporteerd waren en er waarschijnlijk overlijdensberichten waren ontvangen, of dat men niets meer van hen hoorde.
  • Instanties: Er wordt verwezen naar de Joodsche Raad en specifiek naar de heer Henri Hartog. Hartog was een belangrijke functionaris bij de Joodsche Raad die zich bezighield met verzoeken voor vrijstellingen.

Historische Context

Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische terreur tijdens de bezetting. Terwijl de deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork (en verder naar de vernietigingskampen) in volle gang waren, probeerden Joodse families via officiële weg en persoonlijke smeekbedes hun geliefden te redden.

De Monnikenstraat, waar de schrijfster woonde, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Het noemen van de markt op het Waterlooplein is historisch relevant, omdat deze markt een centrale plek in het sociale en economische leven van de buurt was, ook tijdens de eerste oorlogsjaren toen Joodse marktlieden daar werden samengedreven.

Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt helaas dat de poging van de schrijfster waarschijnlijk niet heeft mogen baten. Sara Zwarts-Wertheijm is, evenals haar man Abraham en dochter Henriëtte, tijdens de Holocaust vermoord. De stempels op de brief ("oproep", "ophoud") suggereren dat het dossier nog even administratief in behandeling is gebleven voordat het werd opgeborgen, terwijl de realiteit van de deportaties de bureaucratie inhaalde.

Genoemde Personen 3

H. Wurms M. Insp Sara Zwarts (Mevrouw)

Locaties

Waterlooplein

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Hoed Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork Razzia & Arrestatie

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 14

Gerelateerde Documenten 6