Getypte brief met handtekening en stempels.
Origineel
Getypte brief met handtekening en stempels. 21 mei 1941. J.C. v/d Vinden, eigenaar van Cafeteria-IJsbuffet. Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. J. C. v/d VINDEN
Cafeteria-IJsbuffet
Rijnstraat 74 - Tel. 97633
A M S T E R D A M.
Amsterdam 21 Mei 1941.
[Stempel: N° 25/59/M.1941 23/5] [Handgeschreven: m. Insp]
Den Heer Directeur v/h Marktwezen
A M S T E R D A M.
Mijnheer,
Enige dagen geleden ontving ik Uw waarschuwing inzake het niet geregeld bezetten van mijn standplaats op de Lindengracht.
De reden van het niet bezetten van mijn plaats is, dat ik niet voldoende grondstoffen toegewezen kan krijgen voor mijn zaak en voor de markt.
B.v. kreeg ik voor de maand Mei toegewezen een quantiteit voor 150 pond suiker, welke quantiteit ik bij goed seizoenweer in 1 week verbruik.
Toen ik deze moeilijkheden aan het Distributiekantoor voorlegde, werd mij medegedeeld, dat ik mijn toewijzigingen maar voor mijn zaak moest gebruiken, te meer, waar ik hier de enige Arische ijsproducent uit de buurt ben en zodoende veel van de Duitsche Weermacht te doen heb.
Verder kreeg ik 24 April j.l. nog een schrijven van mijn wafelfabrikant, dat hij mij nog slechts wafels kon leveren voor mijn zaak, zodat ik voor de markt in het geheel geen grondstoffen meer kan missen.
Ten overvloede komt daar nog bij, dat ik in mijn ijsbereidplaats voor de markt geen gas heb, dus geen melk kan koken, en met geen mogelijkheid een toewijzing voor petroleum kan krijgen.
Zoals U zult kunnen nazien, is het marktgeld tot op heden geregeld betaald, en zal ik dit ook blijven doen.
Mocht U nog meerdere gegevens willen weten, ben ik daar ten alle tijden toe bereid, ook eventueel mondeling.
Hopende op een gunstige schikking in deze teken ik intussen
met alle Hoogachting,
[Handtekening: J.C. v/d Vinden]
[Handgeschreven rechtsonder: 25] In deze brief verweert J.C. van der Vinden zich tegen een officiële waarschuwing van de Dienst van het Marktwezen. De kern van zijn betoog is de schaarste aan grondstoffen (suiker en wafels) en brandstof (gas en petroleum) als gevolg van de bezetting.
Opvallend is de argumentatie die de afzender gebruikt om zijn prioriteiten te rechtvaardigen. Hij beroept zich op zijn status als "enige Arische ijsproducent uit de buurt" en het feit dat hij de "Duitsche Weermacht" als klant heeft. Dit duidt erop dat hij deze collaboratieve en ideologische factoren inzet als pressiemiddel om sancties van de gemeente (het verlies van zijn marktplaats) te voorkomen. Hij benadrukt dat hij ondanks de afwezigheid wel braaf zijn stageld ("marktgeld") blijft betalen. Het document dateert van mei 1941, een jaar na de Duitse inval in Nederland. De schaarste nam in deze periode snel toe, waardoor het distributiesysteem (de bonkaarten) essentieel werd voor ondernemers. De brief illustreert hoe kleine zelfstandigen moesten manoeuvreren tussen schaarste, bureaucratie en de nieuwe politieke realiteit.
Het gebruik van de term "Arisch" in een zakelijke brief laat zien hoe diep de nationaalsocialistische terminologie en rassenleer al na één jaar bezetting in het dagelijks maatschappelijk en economisch verkeer waren doorgedrongen. Ondernemers wisten dat een "niet-Joodse" status en het leveren aan de bezetter voordelen konden bieden bij officiële instanties. De Rijnstraat en de Lindengracht (Jordaan) zijn locaties in Amsterdam die tijdens de bezetting sterk te maken kregen met de gevolgen van de anti-Joodse maatregelen en de economische gelijkschakeling. M. Marktwezen