Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 531
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief (doorslag op doorslagpapier).

22 juli 1941 (met handgeschreven aantekening 'Verzonden 28/7'). Van: Waarschijnlijk de Marktmeester of een inspecteur van de afdeling Markten van de Gemeente Amsterdam (gezien het onderwerp en de paraaf "M. de Waer" bovenaan). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypte ambtelijke brief (doorslag op doorslagpapier). 22 juli 1941 (met handgeschreven aantekening 'Verzonden 28/7'). Waarschijnlijk de Marktmeester of een inspecteur van de afdeling Markten van de Gemeente Amsterdam (gezien het onderwerp en de paraaf "M. de Waer" bovenaan). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Handgeschreven, blauw potlood:] M. de Waer [onduidelijk]

[Type, midden boven:] D/HG
[Handgeschreven, paars/blauw krijt:] Verzonden 28/7

25/59/4 M.
n 2
22 Juli 1941.

Adres F. Brandt over de dagmarkt
Albert Cuypstraat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. heden
om zeer spoedig advies ontvangen stukken No. 606 L.M. 1941 heb
ik de eer U het volgende te berichten.

I Vervroeging van het lotingsuur voor losse plaatshouders.

Ingevolge de "Bepaling van de uren, waarop de
markten worden gehouden" beginnen de algemeene dag- en week-
markten des morgens om 9 uur. Vaste plaatshouders kunnen der-
halve vanaf dit uur de hun toegewezen plaatsen bezetten. Inge-
volge artikel 6 van het Reglement op de Markten kunnen vaste
plaatsen, die op een door mij voor iedere markt te bepalen
tijdstip na den aanvang der markt niet door den rechthebbende
zijn bezet, voor dien dag als losse plaatsen worden uitgegeven.
Dit tijdstip is door mij op vrijwel alle markten vastgesteld
op 10.30 uur v.m. De ervaring van vele jaren heeft geleerd,
dat het niet in het belang van de orde op de markten en van de
marktkooplieden zelf zou zijn om dit uur te vervroegen. De
markten worden namelijk voor een belangrijk deel bezet door
kooplieden met groenten, aardappelen, fruit en visch; deze
artikelen moeten des morgens vroeg op de groothandelsmarkten
worden ingekocht; daarmede gaat in den regel zooveel tijd ge-
moeid, dat de marktkoopman niet vóór 10 uur op zijn plaats op
de markt aanwezig kan zijn. Daar komt ten slotte dan nog bij,
dat de meeste huisvrouwen eerst de markt plegen te bezoeken
om hun inkoopen te doen, nadat zij hun huiselijk werk hebben
gedaan; de groote drukte op de specifieke levensmiddelen-
markten, zooals de Albert Cuypstraat er een is, begint dan ook
omstreeks 11 uur des morgens. Ook uit dien hoofde acht ik het
ongewenscht om het tijdstip van loting vroeger te bepalen. Op
grond van hetgeen ik hierboven heb uiteengezet is het naar
mijn meening duidelijk, dat de door adressant naar voren ge-
brachte wensch zoowel om practische als om markttechnische
redenen niet kan worden ingewilligd. Inwilliging van dit ge-
deelte van zijn adres zou namelijk beteekenen, dat de vaste
plaatshouders met levensmiddelen, die veelal sedert jaren
dezelfde vaste plaats op een bepaald gedeelte van de markt
innemen en die onmogelijk om 9 uur v.m. hun plaatsen kunnen
[tekst onderaan de pagina afgebroken] * Kernboodschap: De ambtenaar adviseert de wethouder negatief op een verzoek (van de heer Brandt) om het tijdstip van de loting voor losse marktplaatsen op de Albert Cuypmarkt te vervroegen.
* Argumentatie: De schrijver voert aan dat vaste kooplieden eerst naar de groothandelsmarkt moeten om hun waren in te kopen, waardoor ze pas rond 10.00 uur op hun plek kunnen zijn. Als de loting voor vrije plekken (van niet-verschenen vaste houders) te vroeg plaatsvindt (voor 10.30 uur), zouden deze vaste kooplieden onterecht hun plek verliezen. Daarnaast wordt gesteld dat de klantenstroom pas rond 11.00 uur op gang komt, nadat de vrouwen klaar zijn met hun huishoudelijke taken.
* Terminologie: Termen als "losse plaatshouders", "kantbrief" en "inwilliging" duiden op een strikte ambtelijke hiërarchie en wetgeving.
* Toon: Formeel, beslist en gebaseerd op "ervaring van vele jaren". * Historische periode: Geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel het onderwerp puur logistiek lijkt, was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" in deze periode een uiterst belangrijke en beladen functie vanwege de schaarste en distributie van voedsel.
* Sociaal-economisch: Het document illustreert de logistieke keten van de jaren '40 (eerst de groothandelsmarkt, dan de lokale markt) en bevestigt het traditionele rollenpatroon waarin de vrouw verantwoordelijk was voor de dagelijkse boodschappen na het huishoudelijk werk.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt was in 1941 reeds een van de belangrijkste markten van Amsterdam, specifiek gericht op levensmiddelen.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De ambtenaar adviseert de wethouder negatief op een verzoek (van de heer Brandt) om het tijdstip van de loting voor losse marktplaatsen op de Albert Cuypmarkt te vervroegen.
  • Argumentatie: De schrijver voert aan dat vaste kooplieden eerst naar de groothandelsmarkt moeten om hun waren in te kopen, waardoor ze pas rond 10.00 uur op hun plek kunnen zijn. Als de loting voor vrije plekken (van niet-verschenen vaste houders) te vroeg plaatsvindt (voor 10.30 uur), zouden deze vaste kooplieden onterecht hun plek verliezen. Daarnaast wordt gesteld dat de klantenstroom pas rond 11.00 uur op gang komt, nadat de vrouwen klaar zijn met hun huishoudelijke taken.
  • Terminologie: Termen als "losse plaatshouders", "kantbrief" en "inwilliging" duiden op een strikte ambtelijke hiërarchie en wetgeving.
  • Toon: Formeel, beslist en gebaseerd op "ervaring van vele jaren".

Historische Context

  • Historische periode: Geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel het onderwerp puur logistiek lijkt, was de "Wethouder voor de Levensmiddelen" in deze periode een uiterst belangrijke en beladen functie vanwege de schaarste en distributie van voedsel.
  • Sociaal-economisch: Het document illustreert de logistieke keten van de jaren '40 (eerst de groothandelsmarkt, dan de lokale markt) en bevestigt het traditionele rollenpatroon waarin de vrouw verantwoordelijk was voor de dagelijkse boodschappen na het huishoudelijk werk.
  • Locatie: De Albert Cuypmarkt was in 1941 reeds een van de belangrijkste markten van Amsterdam, specifiek gericht op levensmiddelen.

Locaties

De Albert Cuypmarkt was in 1941 reeds een van de belangrijkste markten van Amsterdam specifiek gericht op levensmiddelen.