Archief 745
Inventaris 745-361
Pagina 260
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

7 augustus 1941 Van: Besteldienst "Gruno", Amstelkade 111-I, Amsterdam (Z) Aan: Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

7 augustus 1941 Besteldienst "Gruno", Amstelkade 111-I, Amsterdam (Z) Directeur van het Marktwezen, Amsterdam Nº 53/51 // M. 1941 8/8
Besteldienst
"Gruno"
Amstelkade 111 ᴵ
Amsterdam (Z)

[In handschrift rechtsboven:] m: H. Boewe [?]

Amsterdam, 7 Augustus 1941

Directeur van het Marktwezen

AMSTERDAM.

Geachte Heer,

Betreft legitimatie kaart:
2 Januari 1941 is aan den Heer Jac. Wijnschenk, Diamantstraat 39 een kaart verstrekt als expediteur. Daar genoemde J.Wijnschenk met H.Groen samen een besteldienst heeft zouden wij U willen verzoeken de kaart van J.Wijnschenk over te schrijven op H.Groen, Waalstraat 95, daar deze alle werkzaamheden op de Centrale Markthallen verricht.

Hopende hier spoedig bericht op te ontvangen,

Hoogachtend,
[Handtekening: H Groen] * Kernboodschap: De brief bevat een verzoek om een persoonsgebonden legitimatiekaart (toegangsbewijs) voor de Centrale Markthallen in Amsterdam over te zetten van de ene persoon naar de andere.
* Betrokken partijen: De kaart stond oorspronkelijk op naam van Jac. (Jacob) Wijnschenk, wonende in de Diamantstraat 39. Het verzoek is om de kaart op naam te stellen van zijn zakenpartner H. Groen, wonende in de Waalstraat 95.
* Argumentatie: Als reden wordt opgegeven dat H. Groen de feitelijke werkzaamheden op de marktlocatie uitvoert.
* Bedrijf: Besteldienst "Gruno" was een transportbedrijfje dat opereerde vanuit de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid). * Historische achtergrond: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, specifiek in augustus 1941. Dit was een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam snel werden opgevoerd.
* Joodse context: De naam Wijnschenk en het adres in de Diamantstraat (midden in de Amsterdamse Diamantbuurt) bevestigen dat Jacob Wijnschenk van Joodse afkomst was. In 1941 werden Joodse ondernemers en werknemers steeds vaker geweerd uit openbare functies en economische sectoren. De Centrale Markthallen waren voor de voedselvoorziening van vitaal belang en stonden onder streng toezicht.
* Interpretatie: Hoewel de brief een louter zakelijke reden geeft ("verricht alle werkzaamheden"), is het zeer waarschijnlijk dat de overschrijving een noodgreep was om de voortzetting van het bedrijf te waarborgen. Joden kregen in deze periode steeds vaker te maken met toegangsverboden op openbare plekken. Door de vergunning op naam van de (vermoedelijk niet-Joodse) compagnon H. Groen te zetten, kon de besteldienst blijven leveren.
* Tragiek: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Wijnschenk de oorlog niet heeft overleefd. Hij werd in 1942, een jaar na deze brief, gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit geeft dit schijnbaar triviale administratieve document een diepe lading als bewijsstuk van de pogingen om onder een verstikkend regime het dagelijks werk voort te zetten.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief bevat een verzoek om een persoonsgebonden legitimatiekaart (toegangsbewijs) voor de Centrale Markthallen in Amsterdam over te zetten van de ene persoon naar de andere.
  • Betrokken partijen: De kaart stond oorspronkelijk op naam van Jac. (Jacob) Wijnschenk, wonende in de Diamantstraat 39. Het verzoek is om de kaart op naam te stellen van zijn zakenpartner H. Groen, wonende in de Waalstraat 95.
  • Argumentatie: Als reden wordt opgegeven dat H. Groen de feitelijke werkzaamheden op de marktlocatie uitvoert.
  • Bedrijf: Besteldienst "Gruno" was een transportbedrijfje dat opereerde vanuit de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid).

Historische Context

  • Historische achtergrond: De brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland, specifiek in augustus 1941. Dit was een periode waarin de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam snel werden opgevoerd.
  • Joodse context: De naam Wijnschenk en het adres in de Diamantstraat (midden in de Amsterdamse Diamantbuurt) bevestigen dat Jacob Wijnschenk van Joodse afkomst was. In 1941 werden Joodse ondernemers en werknemers steeds vaker geweerd uit openbare functies en economische sectoren. De Centrale Markthallen waren voor de voedselvoorziening van vitaal belang en stonden onder streng toezicht.
  • Interpretatie: Hoewel de brief een louter zakelijke reden geeft ("verricht alle werkzaamheden"), is het zeer waarschijnlijk dat de overschrijving een noodgreep was om de voortzetting van het bedrijf te waarborgen. Joden kregen in deze periode steeds vaker te maken met toegangsverboden op openbare plekken. Door de vergunning op naam van de (vermoedelijk niet-Joodse) compagnon H. Groen te zetten, kon de besteldienst blijven leveren.
  • Tragiek: Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat Jacob Wijnschenk de oorlog niet heeft overleefd. Hij werd in 1942, een jaar na deze brief, gedeporteerd en vermoord in Auschwitz. Dit geeft dit schijnbaar triviale administratieve document een diepe lading als bewijsstuk van de pogingen om onder een verstikkend regime het dagelijks werk voort te zetten.