Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 170
Dossier 83
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtsbericht.

Van: Hoofdbureau van Politie te Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Ambtsbericht. Hoofdbureau van Politie te Amsterdam. HOOFDBUREAU VAN POLITIE [gevolgd door stadswapen van Amsterdam]
Amsterdam-C., 24 Februari 1941.

Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.

Dict. Ebb/Mi.
Lr. S. No. 2380
Agenda 1941.
Dossier S.l.

No 72/8/1 M. 1941 24/2 [stempel in blauw/paars]

Ingevolge het schrijven van den Wethou-
der voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen,
Afdeeling L.M., no. 182/1936, dd. 13 Fe-
bruari 1936, heb ik de eer U te berich-
ten, dat in de maand Januari 1941 door
het politiepersoneel 7 processen-verbaal
terzake van overtreding van de Ventver-
ordening werden opgemaakt.

Coll.: Ebb. [gevolgd door paraaf]

DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie

[Handgeschreven handtekening: P. Houvenen]

[Handgeschreven aantekening in de marge:]
Gezien
26-2-'41
[paraaf/handtekening]

Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
te
A M S T E R D A M.

M 72 - 8000-22-11-40 * Inhoud: Deze korte, zakelijke brief dient als periodieke rapportage. De politie informeert de directeur van het Marktwezen dat er in de maand januari 1941 zeven keer proces-verbaal is opgemaakt voor het overtreden van de regels rondom straathandel (de 'Ventverordening').
* Vorm: Het document is getypt op officieel briefpapier van de Amsterdamse politie. De blauwe stempelnummers en de handgeschreven parafen wijzen op een zorgvuldige administratieve afhandeling. De brief is ondertekend door de Commissaris van Politie voor de Administratie (P.G. van Houvenen) namens de Hoofdcommissaris.
* Ambtelijk taalgebruik: Het gebruik van "heb ik de eer U te berichten" en de precieze verwijzing naar een besluit van de wethouder uit 1936 ("Afdeeling L.M." staat voor Levensmiddelen en Markten) getuigt van de formele ambtelijke traditie van die tijd. * Historische context: De datum van de brief, 24 februari 1941, is zeer opmerkelijk. Het is de dag vlak voordat de Februaristaking in Amsterdam uitbrak (25 februari 1941). Terwijl de spanningen in de stad tot een kookpunt stegen door de Duitse bezetting en de Jodenvervolging, toont dit document dat de reguliere gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van lokale verordeningen (zoals die op het venten) simpelweg doorgingen.
* Ventverordening: In een tijd van schaarste en distributie (als gevolg van de oorlog) was de controle op de straathandel extra streng. De Ventverordening bepaalde wie waar en wanneer goederen mocht verkopen op straat.
* De Politie onder bezetting: Hoewel de Nederlandse politie onder toezicht van de Duitse bezetter stond, bleven de dagelijkse politietaken, zoals het toezicht op markten en straathandel, grotendeels onveranderd doorgaan in de eerste oorlogsjaren.

Samenvatting

  • Inhoud: Deze korte, zakelijke brief dient als periodieke rapportage. De politie informeert de directeur van het Marktwezen dat er in de maand januari 1941 zeven keer proces-verbaal is opgemaakt voor het overtreden van de regels rondom straathandel (de 'Ventverordening').
  • Vorm: Het document is getypt op officieel briefpapier van de Amsterdamse politie. De blauwe stempelnummers en de handgeschreven parafen wijzen op een zorgvuldige administratieve afhandeling. De brief is ondertekend door de Commissaris van Politie voor de Administratie (P.G. van Houvenen) namens de Hoofdcommissaris.
  • Ambtelijk taalgebruik: Het gebruik van "heb ik de eer U te berichten" en de precieze verwijzing naar een besluit van de wethouder uit 1936 ("Afdeeling L.M." staat voor Levensmiddelen en Markten) getuigt van de formele ambtelijke traditie van die tijd.

Historische Context

  • Historische context: De datum van de brief, 24 februari 1941, is zeer opmerkelijk. Het is de dag vlak voordat de Februaristaking in Amsterdam uitbrak (25 februari 1941). Terwijl de spanningen in de stad tot een kookpunt stegen door de Duitse bezetting en de Jodenvervolging, toont dit document dat de reguliere gemeentelijke bureaucratie en de handhaving van lokale verordeningen (zoals die op het venten) simpelweg doorgingen.
  • Ventverordening: In een tijd van schaarste en distributie (als gevolg van de oorlog) was de controle op de straathandel extra streng. De Ventverordening bepaalde wie waar en wanneer goederen mocht verkopen op straat.
  • De Politie onder bezetting: Hoewel de Nederlandse politie onder toezicht van de Duitse bezetter stond, bleven de dagelijkse politietaken, zoals het toezicht op markten en straathandel, grotendeels onveranderd doorgaan in de eerste oorlogsjaren.