Getypte brief op officieel papier.
Origineel
Getypte brief op officieel papier. 30 mei 1941. "De Directeur" (vermoedelijk van een gemeentelijke instantie in Amsterdam, zoals de Dienst van het Marktwezen). Mevr. F. Wertheim-Zilverberg, Nieuwe Kerkstraat 20 II, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller
[Rechtsboven getypt:] HG.
Mw.F.Wertheim-Zilverberg,
Nwe.Kerkstraat 20 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
72/28/2 M. 30 Mei 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 28 dezer bericht ik U, dat zoolang Uw man van de hem verleende ventvergunning geen gebruik kan maken, deze ook niet behoeft te worden verlengd.
Zoodra Uw man echter het beroep van venter weder kan opnemen, dient hij zich te mijnen kantore te vervoegen om de verlenging in de in zijn bezit zijnde ventvergunning te doen aanteekenen.
De Directeur, De brief is een formeel antwoord aan mevrouw Wertheim-Zilverberg betreffende de ventvergunning van haar echtgenoot. De directeur van de betreffende instantie laat weten dat de vergunning niet verlengd hoeft te worden zolang deze niet wordt gebruikt. Zodra de echtgenoot zijn werk als venter (straathandelaar) wil hervatten, moet hij persoonlijk langskomen om de verlenging officieel op zijn vergunningsbewijs te laten aantekenen. De brief hanteert de destijds gebruikelijke formele spelling (bijv. "zoolang", "aanteekenen") en een zakelijke toon. Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierdoor beladen:
1. Locatie en Achternaam: De ontvanger woont in de Nieuwe Kerkstraat, een straat in de vanouds Joodse buurt van Amsterdam. De achternaam Wertheim-Zilverberg duidt eveneens op een Joodse achtergrond.
2. Anti-Joodse Maatregelen: In 1941 voerden de bezetters steeds meer beperkende maatregelen in tegen Joodse burgers. In de maanden rond mei 1941 werden Joden steeds vaker uit het economische leven geweerd. Hoewel de brief niet expliciet vermeldt waarom de echtgenoot geen gebruik kan maken van zijn vergunning, is de kans groot dat dit te maken heeft met de verboden die Joden werden opgelegd om bepaalde beroepen uit te oefenen of op markten te staan.
3. Administratie: Het document toont de bureaucratische afhandeling van vergunningen in oorlogstijd, waarbij de overheid (of het gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter) strikt toezag op de uitoefening van beroepen zoals het venten. De handtekening rechtsboven zou van een ambtenaar kunnen zijn die de zaak behandelde. F. Wertheim Marktwezen