Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 345
Dossier 83
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

20 augustus 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke tak van de distributiedienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (plaatselijk).

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 20 augustus 1941. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke tak van de distributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (plaatselijk). (Handgeschreven in blauw potlood/inkt bovenaan:)
det Inspecteur
Verzonden 20/8 (rapport)

(Getypte tekst:)
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

72/54/1 M 1 20 Augustus 1941.

Ik heb de eer U hierby toe te zenden een afschrift
van een rapport d.d. 19 dezer van den contrôleur van myn
dienst C.L.J. Lak, die belast was met een onderzoek naar aan-
leiding van een door A.C. Boekelman, standplaatshouder, inge-
diende klacht (zie bylage), met beleefd verzoek my terzake
nader te instrueeren.

De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke brief waarin een directeur een wethouder informeert over een lopende zaak. De kern van de brief is het doorsturen van een onderzoeksrapport dat is opgesteld door een controleur genaamd C.L.J. Lak. Dit onderzoek vloeide voort uit een klacht van een "standplaatshouder" (iemand met een vergunning voor een markt- of verkoopkraam), A.C. Boekelman.

De directeur vraagt de wethouder expliciet om instructies over hoe hij in deze zaak verder moet handelen ("terzake nader te instrueeren"). De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor de Nederlandse overheidscorrespondentie uit die tijd (bijv. "Ik heb de eer U..."). Er wordt gebruikgemaakt van de destijds gangbare spelling (bijv. "myn", "bylage"). De datum, 20 augustus 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een van de meest cruciale en streng gereguleerde overheidstaken.

  • Levensmiddelen en Distributie: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor het goede verloop van de voedseldistributie in de gemeente. Omdat schaarste toenam en alles "op de bon" ging, waren de regels voor standplaatshouders en winkeliers zeer streng.
  • Controleurs: Ambtenaren zoals de genoemde C.L.J. Lak hielden toezicht op de naleving van distributievoorschriften, prijzen en de eerlijke verdeling van goederen. Een klacht van een standplaatshouder kon betrekking hebben op toewijzing van goederen, standplaatsen of vermeende onrechtvaardigheid door andere handelaren of ambtenaren.
  • Bureaucratie onder Bezetting: Hoewel het een lokaal document lijkt, opereerde het gehele distributieapparaat onder toezicht van de bezetter. Administratieve zorgvuldigheid was essentieel om de orde in de voedselketen te handhaven en zwarte handel tegen te gaan.

Samenvatting

Dit document is een formele ambtelijke brief waarin een directeur een wethouder informeert over een lopende zaak. De kern van de brief is het doorsturen van een onderzoeksrapport dat is opgesteld door een controleur genaamd C.L.J. Lak. Dit onderzoek vloeide voort uit een klacht van een "standplaatshouder" (iemand met een vergunning voor een markt- of verkoopkraam), A.C. Boekelman.

De directeur vraagt de wethouder expliciet om instructies over hoe hij in deze zaak verder moet handelen ("terzake nader te instrueeren"). De toon is uiterst hoffelijk en bureaucratisch, kenmerkend voor de Nederlandse overheidscorrespondentie uit die tijd (bijv. "Ik heb de eer U..."). Er wordt gebruikgemaakt van de destijds gangbare spelling (bijv. "myn", "bylage").

Historische Context

De datum, 20 augustus 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een van de meest cruciale en streng gereguleerde overheidstaken.

  • Levensmiddelen en Distributie: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was verantwoordelijk voor het goede verloop van de voedseldistributie in de gemeente. Omdat schaarste toenam en alles "op de bon" ging, waren de regels voor standplaatshouders en winkeliers zeer streng.
  • Controleurs: Ambtenaren zoals de genoemde C.L.J. Lak hielden toezicht op de naleving van distributievoorschriften, prijzen en de eerlijke verdeling van goederen. Een klacht van een standplaatshouder kon betrekking hebben op toewijzing van goederen, standplaatsen of vermeende onrechtvaardigheid door andere handelaren of ambtenaren.
  • Bureaucratie onder Bezetting: Hoewel het een lokaal document lijkt, opereerde het gehele distributieapparaat onder toezicht van de bezetter. Administratieve zorgvuldigheid was essentieel om de orde in de voedselketen te handhaven en zwarte handel tegen te gaan.