Archief 745
Inventaris 745-363
Pagina 460
Dossier 90
Jaar 1941
Stadsarchief

Brief (doorslag/kopie)

26 maart 1941 Van: De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam) Aan: Den Heer A.G. Erken, Willemsstraat 108, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Brief (doorslag/kopie) 26 maart 1941 De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam) Den Heer A.G. Erken, Willemsstraat 108, Amsterdam-Centrum. (Handgeschreven in blauw potlood linksboven:) Verzonden 26/3
(Handgeschreven paraaf rechtsboven in blauw potlood)

HG.

den Heer A.G. Erken,
Willemsstraat 108,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 9.

77/7/2 M.
26 Maart 1941.

Mij is gerapporteerd, dat U zich op Maandag, 24 Maart jl. op de Centrale Markt hebt schuldig gemaakt aan diefstal. Op grond van dit feit ontzeg ik U, ingevolge artikel 35 lid 1 van het Reglement op de Centrale Markt, den toegang tot die markt voor periode van Vrijdag 28 Maart tot en met Donderdag 10 April a.s., terwijl ik aan den Regeeringscommissaris voor Amsterdam de vraag ter beoordeeling heb voorgelegd, of U voor langeren termijn behoort te worden uitgesloten.

De Directeur,

(Handgeschreven aantekeningen onderaan:)
(In blauw/zwart:) 4 / =
(In rood:) 77/7/517
(In blauw/zwart:) 26/3/41 HG. Het document is een officiële kennisgeving van de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan een marktbezoeker/koopman. De kern van de zaak is een beschuldiging van diefstal op de markt op 24 maart 1941. De directeur legt direct een tijdelijke ontzegging van twee weken op (tot 10 april 1941), maar laat weten dat een definitievere of langere uitsluiting in beraad is bij de Regeringscommissaris. De handgeschreven aantekeningen op het document zijn typische administratieve tekens die wijzen op verzending, registratie en archivering in het dossier. De brief dateert uit maart 1941, kort na de Februaristaking in Amsterdam. De stad stond in die periode onder streng toezicht van de Duitse bezetter. De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal: dit ambt werd kort voor deze brief ingesteld (in de persoon van Edward Voûte) om de controle over de gemeente Amsterdam over te nemen van het reguliere college van B&W. In tijden van schaarste en distributie was de Centrale Markt een vitaal onderdeel van de stad; diefstal werd dan ook streng gesanctioneerd en direct gecommuniceerd met de hoogste bestuurlijke instanties van de bezette stad. De Willemsstraat in de Jordaan was destijds een typische volksbuurt waar veel marktkooplieden woonden.

Samenvatting

Het document is een officiële kennisgeving van de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam aan een marktbezoeker/koopman. De kern van de zaak is een beschuldiging van diefstal op de markt op 24 maart 1941. De directeur legt direct een tijdelijke ontzegging van twee weken op (tot 10 april 1941), maar laat weten dat een definitievere of langere uitsluiting in beraad is bij de Regeringscommissaris. De handgeschreven aantekeningen op het document zijn typische administratieve tekens die wijzen op verzending, registratie en archivering in het dossier.

Historische Context

De brief dateert uit maart 1941, kort na de Februaristaking in Amsterdam. De stad stond in die periode onder streng toezicht van de Duitse bezetter. De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal: dit ambt werd kort voor deze brief ingesteld (in de persoon van Edward Voûte) om de controle over de gemeente Amsterdam over te nemen van het reguliere college van B&W. In tijden van schaarste en distributie was de Centrale Markt een vitaal onderdeel van de stad; diefstal werd dan ook streng gesanctioneerd en direct gecommuniceerd met de hoogste bestuurlijke instanties van de bezette stad. De Willemsstraat in de Jordaan was destijds een typische volksbuurt waar veel marktkooplieden woonden.