Getypt rapport / beleidsnota (pagina 2).
Origineel
Getypt rapport / beleidsnota (pagina 2). -2-
Kassen met verwarming.
Bodemverwarming.
D. Landbouwindustrieën:
Zal productie polders leiden tot oprichting landbouwindustrieën (aardappelmeelfabrieken, stroocarton of stroocellulose, conservenfabrieken).
Zoo ja, welke. Moeten deze in den polder liggen, mede in verband met seizoenarbeid.
E. Verhandeling en vervoer der producten:
Zuivelproducten.
Landbouwproducten.
Tuinbouwproducten.
Veilingen en productenbeurzen.
Is er rechtstreeksche levering op Amsterdam te verwachten en kan dat bevorderd worden.
Vervoerswyze: schip-auto-tram.
Vervoershoeveelheden (doorloopend of per seizoen).
- [Marginale notitie rechts bij E, F en G:]
E. Zyn er gegevens omtrent den
F. aan- en afvoer van goederen van
G. verschillende soort in de Wieringermeer?
F. Behoeften van het poldergebied.
Zaad- en pootgoed.
Kunstmest.
Veevoer.
Bouwmaterialen.
Brandstoffen.
Kleeding – schoeisel.
Landbouwwerktuigen.
Wat beteekent dit voor Amsterdam als leverancier.
G. Vervoer:
Welk goederenvervoer (soort en dichtheid) volgt hieruit.
Personenvervoer:
Welke vervoermiddelen zullen noodig zyn voor de communicatie met Amsterdam.
Moet dit aan particulier initiatief worden overgelaten of moet overheid (Ryk, Gemeente) dit op zich nemen of stimuleeren.
H. Waterinlaat voor Hollands Noorderkwartier:
Gunstige invloed van toekomstig zoet water – inlaat in Noordhollandsche polders komt voorloopig in het geheel niet tot zyn recht. Integendeel wordt in de eerste reeks van jaren het zoute of brakke polderwater via den Yboezem uitgeslagen naar de Noordzee. Kan Noordholland niet door andere maatregelen eerder aan zoetwater-inlaat worden geholpen?
Hier zyn zeer groote hygiënische, agrarische en industrieële belangen aan verbonden.
I. Welke maatregelen moet Amsterdam nemen:
om in meerdere mate agrarisch centrum te worden, mede om aantrekkingskracht op de nieuwe polders te vergrooten.
Dienst P.W.
Amsterdam. Dit document is een strategische inventarisatie van vragen en aandachtspunten betreffende de economische exploitatie van de nieuw droog te leggen Zuiderzeepolders. De focus ligt op de synergie tussen de nieuwe landbouwgronden en de stad Amsterdam.
De tekst behandelt vier hoofdaspecten:
1. Industrialisatie: De mogelijkheid om verwerkingsindustrieën (zoals suiker- of aardappelmeelfabrieken) direct in de polder te vestigen.
2. Logistiek: De keuze tussen schip, auto of tram voor het transport van goederen en personen, en de rol van Amsterdam als afzetmarkt en leverancier.
3. Waterhuishouding: Een cruciaal punt (H) over de verzilting. Men maakt zich zorgen dat het "zoete water" uit het nieuwe IJsselmeer nog niet direct beschikbaar is, terwijl brak water via de "Yboezem" (IJ-boezem) moet worden afgevoerd.
4. Stadsontwikkeling: De ambitie van Amsterdam om haar positie als agrarisch handelsknooppunt te verstevigen. De nota is geschreven tijdens de vroege fase van de Zuiderzeewerken. De Wieringermeer (genoemd in de kantlijn) was de eerste polder die in 1930 droogviel. De Dienst Publieke Werken van Amsterdam bereidde zich hierop voor door te onderzoeken hoe de stad kon profiteren van de nieuwe achtertuin.
De spelling (bijv. "zyn", "industrieële", "Ryk") is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (vóór de spelling-Marchant van 1934). De vermelding van "schip-auto-tram" toont de overgangsperiode in transporttechnologie: de vrachtauto kwam op, maar de tram en het schip waren nog dominant voor bulktransport. De zorg over de waterkwaliteit (zoet vs. brak) was essentieel voor de landbouw in Noord-Holland, die kampte met verzilting zodra de afsluiting van de Zuiderzee een feit was.