Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 174
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag of notulen van een vergadering/rapportage.

Origineel

Getypt verslag of notulen van een vergadering/rapportage. -3-

J. Hygiënische maatregelen:
Zoet water (muggen),
goede afvalwaterverzorging,
behoorlyk drinkwater,
toezicht op veilingproducten,
warenkeuring, enz.
Apart te behandelen uit gezichts-
punt van Amsterdam als consump-
tiecentrum en medisch verzor-
gend centrum.

De heer VAN STEEN geeft aan de hand van een bodemkundige kaart een overzicht van de in de Zuidelyke polders te verwachten bodemgesteldheid.

Daarby blykt, dat het grootste gedeelte van die polders zal bestaan uit zeer zware klei, overeenkomende met die in de Dollartpolders en in den grooten Ypolder; behalve in een smalle strook langs de Geldersche kust treft men alleen in het Noordwestelyk gedeelte van den Zuidwestpolder zandgronden aan, nl. bij het Enkhuizerzand, welke zandgronden waarschynlyk voor grasland geschikt zullen worden gemaakt. Op den kleigrond zullen hoofdzakelyk akkerbouwgewassen worden geteeld, daarnaast mogelyk ook eenige tuinbouwproducten.

De heer SIXMA vraagt of er ook kassenbouw verwacht kan worden.

De heer VAN STEEN meent van niet, omdat daarvoor de kleigrond wel te zwaar zal zyn. In de beide polders zullen de klei en de zware zavel een oppervlakte beslaan van 130.000 ha, terwyl de lichte zavel, de grove en de fyne zandgronden, worden geschat op 20.000 ha. Er wordt op gerekend, dat van laatstbedoelde oppervlakte 5000 ha tot zuiver grasland zullen worden bestemd, terwyl de rest voor gemengd bedryf in gebruik zal worden genomen. Op de kleigrond zal de akkerbouw worden uitgeoefend, mogelyk ook op enkele duizenden hectares tuinbouw. Het weidegebied is gedacht in den N.O.hoek van den Z.W.polder, zoodat, naar spreker meent, Amsterdam hierby niet veel belang zal hebben, daar het te ver van de stad verwyderd ligt.

De VOORZITTER vraagt hoe het met de graanvoorziening in Nederland gesteld zal zyn, als de beide polders in exploitatie zyn genomen.

De heer VAN STEEN meent, dat Nederland zich dan zelf van het noodige broodgraan kan voorzien, mits de bevolking meer roggebrood gaat eten. De opbrengst per ha uit de beide polders kan op dezelfde hoogte worden gesteld als de opbrengst uit de Wieringermeer. In den laatstgenoemden polder is de opbrengst van de wintertarwe 4000 kg per ha. Aannemende, dat 40% van den grond in de beide polders met wintertarwe zal worden bezaaid, dan is dit een oppervlakte van 52000 ha. De opbrengst daarvan zal dan ongeveer 200.000 ton per jaar bedragen, welke hoeveelheid voldoende is om drie millioen inwoners, gedurende een jaar van het noodige brood te voorzien. Verwacht wordt, dat 15% van de oppervlakte met haver bebouwd zal worden, waarvan de opbrengst eveneens 4000 kg per ha bedraagt. De overige granen als gerst en kanariezaad geven een opbrengst van 3500 kg per ha. Er worden thans proeven genomen met het verbouwen van gerst, welke beter geschikt is voor de brouweryen. Indien deze proeven slagen, dan verwacht spreker een opbloei van den gerstbouw. Thans wordt de gerst voornamelyk gebruikt voor veevoer. 10% van de oppervlakte zal waarschynlyk bebouwd worden met erwten, boonen, enz., waarvan de opbrengst 3500 kg per ha bedraagt. Het van de granen afkomende stroo bedraagt voor de wintertarwe 5500 kg per ha, voor de haver 4500 kg en voor de overige granen 3500 kg. Daarnaast zal ongeveer 10% van de oppervlakte met vlas bebouwd worden, waarvan de opbrengst 7000 kg per ha bedraagt. Wat het bewerken van het vlas betreft, wordt er by de boeren op aangedrongen het repelen van het vlas zelf te doen, hetgeen door de landarbeiders kan geschieden in de maanden, dat er weinig werk op het land behoeft te worden verricht. Voor het roten heeft men echter zuiver water hoodig, hetgeen niet altyd beschikbaar is. Ten gevolge daarvan gaat thans veel vlas naar België. Voorts zal ongeveer 10% van de oppervlakte gebruikt worden voor suikerbietenteelt, waarvan de opbrengst 40.000 kg per ha bedraagt. Vervolgens zal nog 5% worden bestemd voor den aardappelbouw, waarvan de opbrengst 25000 kg * Kernboodschap: De tekst bevat een gedetailleerde prognose van de landbouwkundige mogelijkheden van de toekomstige polders in het IJsselmeer (Zuidelijk Flevoland en de nooit voltooide Markerwaard). De focus ligt op bodemvruchtbaarheid, gewasselectie en de bijdrage aan de nationale voedselzekerheid.
* Economisch belang: Er wordt uitvoerig gerekend aan opbrengsten (kg per hectare) voor tarwe, haver, gerst, vlas, suikerbieten en aardappelen. De spreker (Van Steen) stelt dat deze nieuwe gronden drie miljoen mensen van brood kunnen voorzien.
* Technisch/Logistiek: De zware kleigrond wordt geschikt geacht voor akkerbouw, terwijl de zandgronden bij Enkhuizen voor grasland zijn. Er is ook aandacht voor nevenactiviteiten zoals het 'repelen' van vlas door landarbeiders in de wintermaanden om de werkgelegenheid te spreiden.
* Hygïene: Het document begint met een lijstje randvoorwaarden voor de leefbaarheid, zoals drinkwater en muggenbestrijding, wat essentieel was bij de inrichting van nieuw land uit zee. * Zuiderzeewerken: Dit document stamt uit de periode van de grootschalige drooglegging van de Zuiderzee (waarschijnlijk jaren '30 of vroege jaren '40, gezien de vergelijking met de Wieringermeer die in 1930 droogviel).
* Voedselvoorziening: De nadruk op zelfvoorziening en de suggestie dat de bevolking meer roggebrood moet eten om minder afhankelijk te zijn van graanimport, past in de tijdsgeest van de economische crisis van de jaren '30 of de naderende oorlogsdreiging.
* Geografie: De genoemde "Zuidelyke polders" verwijzen naar de gebieden die we nu kennen als Flevoland. Het "Noordwestelyk gedeelte van den Zuidwestpolder" verwijst naar de plannen voor de Markerwaard, die uiteindelijk grotendeels niet zijn uitgevoerd. De referentie naar Amsterdam als "medisch verzorgend centrum" toont de toenmalige hiërarchie in de regio-planning.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De tekst bevat een gedetailleerde prognose van de landbouwkundige mogelijkheden van de toekomstige polders in het IJsselmeer (Zuidelijk Flevoland en de nooit voltooide Markerwaard). De focus ligt op bodemvruchtbaarheid, gewasselectie en de bijdrage aan de nationale voedselzekerheid.
  • Economisch belang: Er wordt uitvoerig gerekend aan opbrengsten (kg per hectare) voor tarwe, haver, gerst, vlas, suikerbieten en aardappelen. De spreker (Van Steen) stelt dat deze nieuwe gronden drie miljoen mensen van brood kunnen voorzien.
  • Technisch/Logistiek: De zware kleigrond wordt geschikt geacht voor akkerbouw, terwijl de zandgronden bij Enkhuizen voor grasland zijn. Er is ook aandacht voor nevenactiviteiten zoals het 'repelen' van vlas door landarbeiders in de wintermaanden om de werkgelegenheid te spreiden.
  • Hygïene: Het document begint met een lijstje randvoorwaarden voor de leefbaarheid, zoals drinkwater en muggenbestrijding, wat essentieel was bij de inrichting van nieuw land uit zee.

Historische Context

  • Zuiderzeewerken: Dit document stamt uit de periode van de grootschalige drooglegging van de Zuiderzee (waarschijnlijk jaren '30 of vroege jaren '40, gezien de vergelijking met de Wieringermeer die in 1930 droogviel).
  • Voedselvoorziening: De nadruk op zelfvoorziening en de suggestie dat de bevolking meer roggebrood moet eten om minder afhankelijk te zijn van graanimport, past in de tijdsgeest van de economische crisis van de jaren '30 of de naderende oorlogsdreiging.
  • Geografie: De genoemde "Zuidelyke polders" verwijzen naar de gebieden die we nu kennen als Flevoland. Het "Noordwestelyk gedeelte van den Zuidwestpolder" verwijst naar de plannen voor de Markerwaard, die uiteindelijk grotendeels niet zijn uitgevoerd. De referentie naar Amsterdam als "medisch verzorgend centrum" toont de toenmalige hiërarchie in de regio-planning.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →