Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 175
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag/notulen (pagina 4).

Origineel

Getypt verslag/notulen (pagina 4). -4-

per ha bedraagt en 5% van de oppervlakte voor andere gewassen, zooals koolzaad, spinaziezaad, karwy, enz. Laatstgenoemde gewassen staan bekend onder den naam van handelsgewassen en worden veel verbouwd in de provincie Groningen, ten gevolge waarvan er in deze provincie weinig aardappelen en suikerbieten worden geteeld.

De heer DE GRAAF vraagt hoeveel de landpacht in de Wieringermeer is.

De heer VAN STEEN antwoordt, dat deze pacht voor de kleigronden varieert tusschen f.100.- en f.120.- per ha (zandgronden f.50.- à f.60.-).

De heer DE GRAAF zegt, dat dus een boerdery van 30 ha een pacht zal moeten opbrengen van f.3600.- per jaar. Indien nu de opbrengst per jaar geschat kan worden op f.240.- per ha, dan maakt de boer dus op dezen grond een bruto-winst van f.3600.-.

De heer VAN STEEN merkt op, dat de schatting van den heer De Graaf aan den lagen kant is. Z.i. bedraagt de winst voor den boer thans wel f.300.- per ha, zoodat een boerdery ongeveer f.9.000.- per jaar oplevert. De bruto-opbrengst van de tarwe bv. kan per jaar worden geschat op 4000 kg à f.0.12 per kg is f.480.- plus f.120.- voor het stroo is te zamen f.600.- per jaar. De pacht bedraagt, zooals gezegd, f.120.- per jaar; het arbeidsloon komt eveneens op ongeveer f.120.- per jaar, terwyl er nog kosten zyn voor zaai- en pootgoed, meststoffen, onderhoud, werktuigen, enz. De netto-opbrengst per ha schat spreker wel op f.300.-. Aanvankelyk lag het in de bedoeling om den grond op dezelfde wyze te verkavelen als in de Wieringermeer, dus met boerderyen van 30 ha groot. Thans gaan er stemmen op, om deze bedryven iets kleiner te maken opdat een grooter aantal boeren zich hier kan vestigen.^(1)

De heer LULOFS merkt op, dat de prysverhouding van het inlandsche graan, tot het Canadeesche graan is als 10 : 6. Spreker meent, dat de reden dat het Canadeesche graan zooveel goedkooper is, gezocht moet worden in de geringere bedryfskosten, die een gevolg zyn van de groote oppervlakten der Canadeesche landbouwbedryven.

De heer VAN STEEN zegt, dat het Canadeesche graan niet alleen goedkooper is, maar ook droger, waardoor het voor de bakkers beter te verwerken is. De Canadeesche landbouwgebieden hebben veelal een vastelandsklimaat met droge heete zomers, welke weersgesteldheid voor de graankorrels zeer gunstig is.

De VOORZITTER maakt uit het besprokene op, dat kleine landbouwbedryven voor den handel op Amsterdam een nadeel zou kunnen zyn.

1) De Directie van de Wieringermeer verstrekte nader schriftelyk het volgend staatje betreffende het aantal boerderyen in de Wieringermeer, nadat de geheele polder zal zyn verpacht.

TOTAAL AANTAL BEDRYVEN IN DE WIERINGERMEER,
groot ruim 20.000 ha.

Oppervlakte in ha Particulieren Staatsbedryven
0 - 7½ ha 1 -
7½ - 12½ ha 111 12
12½ - 25 ha 86 11
25 - 30 ha 37 -
30 - 40 ha 85 6
40 - 50 ha 110 4
50 - 60 ha 26 1
60 - 70 ha 18 -
70 - 80 ha 15 2
80 - 90 ha - -
90 - 100 ha - 1
boven 100 ha 1^(x) -
Totaal 490 + 37 = 527

x) Stichting onderzoek landbouwwerktuigen en arbeidsmethoden in den landbouw.

Dienst P.W.
Amsterdam. * Schrift: Het document is vervaardigd met een mechanische schrijfmachine. De tekst is helder en zakelijk ingedeeld met gebruik van inspringing voor de verschillende sprekers.
* Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "zooals", "Canadeesche", "bedryven" (met 'y' in plaats van 'ij') en "prys".
* Inhoud: Het verslag documenteert een discussie over de economische haalbaarheid van landbouw in de toen nieuwe Wieringermeerpolder. Er wordt diep ingegaan op de kostenstructuur (pacht, loon, meststoffen) en de concurrentiepositie van Nederlands graan ten opzichte van import uit Canada.
* Tabel: De tabel geeft een gedetailleerd overzicht van de geplande bedrijfsgrootte-verdeling. Opvallend is dat de nadruk ligt op middelgrote particuliere bedrijven (tussen de 7½ en 50 hectare). Dit document stamt uit de periode van de drooglegging en ontginning van de Wieringermeer (de eerste polder van de Zuiderzeewerken, drooggevallen in 1930). De discussie weerspiegelt de economische zorgen van die tijd:
1. De Landbouwcrisis: In de jaren '30 drukte goedkoop importgraan uit landen als Canada en de VS de prijzen op de Europese markt, wat leidde tot protectionistische maatregelen en discussies over efficiëntie.
2. Sociale herverkaveling: Er was een voortdurende discussie of men de polder moest inrichten met grote, efficiënte bedrijven of juist met kleinere bedrijven om meer boeren een bestaan te bieden (werkgelegenheid).
3. Rol van Amsterdam: De betrokkenheid van de "Dienst P.W. Amsterdam" suggereert dat de stad direct belang had bij de voedselvoorziening of de economische exploitatie van de nabijgelegen nieuwe gronden. De genoemde "Stichting onderzoek landbouwwerktuigen" wijst op een vroege vorm van wetenschappelijke landbouwoptimalisatie.

Samenvatting

  • Schrift: Het document is vervaardigd met een mechanische schrijfmachine. De tekst is helder en zakelijk ingedeeld met gebruik van inspringing voor de verschillende sprekers.
  • Spelling: Er wordt gebruikgemaakt van de spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "zooals", "Canadeesche", "bedryven" (met 'y' in plaats van 'ij') en "prys".
  • Inhoud: Het verslag documenteert een discussie over de economische haalbaarheid van landbouw in de toen nieuwe Wieringermeerpolder. Er wordt diep ingegaan op de kostenstructuur (pacht, loon, meststoffen) en de concurrentiepositie van Nederlands graan ten opzichte van import uit Canada.
  • Tabel: De tabel geeft een gedetailleerd overzicht van de geplande bedrijfsgrootte-verdeling. Opvallend is dat de nadruk ligt op middelgrote particuliere bedrijven (tussen de 7½ en 50 hectare).

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de drooglegging en ontginning van de Wieringermeer (de eerste polder van de Zuiderzeewerken, drooggevallen in 1930). De discussie weerspiegelt de economische zorgen van die tijd:
1. De Landbouwcrisis: In de jaren '30 drukte goedkoop importgraan uit landen als Canada en de VS de prijzen op de Europese markt, wat leidde tot protectionistische maatregelen en discussies over efficiëntie.
2. Sociale herverkaveling: Er was een voortdurende discussie of men de polder moest inrichten met grote, efficiënte bedrijven of juist met kleinere bedrijven om meer boeren een bestaan te bieden (werkgelegenheid).
3. Rol van Amsterdam: De betrokkenheid van de "Dienst P.W. Amsterdam" suggereert dat de stad direct belang had bij de voedselvoorziening of de economische exploitatie van de nabijgelegen nieuwe gronden. De genoemde "Stichting onderzoek landbouwwerktuigen" wijst op een vroege vorm van wetenschappelijke landbouwoptimalisatie.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →